04 maart 2016

CDA: meer aandacht nodig voor privacybescherming slachtoffers

De minister van Justitie moet veel meer werk maken van privacybescherming van slachtoffers. Dat zei Madeleine van Toorenburg tijdens een algemeen overleg over slachtofferhulp. Uit rapporten over de bescherming van privacy van slachtoffers blijkt dat er in Nederland nog geen sprake is van structurele bescherming van die privacy. Of er aan een slachtoffer privacybescherming wordt geboden blijkt nu nog vooral af te hangen van het initiatief van de betreffende officier van Justitie.

De minister van Justitie gaat eerst uitgebreid allerlei onderzoeken doen komend jaar. Terwijl binnen de huidige wet- en regelgeving aanpassingen al mogelijk zijn, zo blijkt uit de rapporten. Van Toorenburg: “In de brief van 14 december 2015 schrijft de minister dat hij aan de inbreuk van privacy van slachtoffers een einde wil maken. Dat is goed nieuws, maar de enige actie die hij daadwerkelijk heeft ondernomen is het schrappen van de gevraagde persoonlijke gegevens op een zogeheten voegingsformulier in strafzaken om geleden schade in een strafzaak terug te krijgen.”

Het verbaast de CDA-fractie dat de minister zo weinig onderneemt en niet doorpakt. Om de minister tot actie aan te zetten deed van Toorenburg vervolgens een aantal concrete voorstellen:

-    Om een (langdurige) confrontatie met de dader te voorkomen, kan gebruik worden gemaakt op gerechtslocaties van een speciale slachtofferruimte. Maar niet overal worden aparte ruimtes aangeboden. Uitbreiding van die mogelijkheid zou een flinke verbetering zijn.

-    Van de mogelijkheden die er zijn om de identiteit van een slachtoffer/aangever (deels) af te schermen, wordt maar mondjesmaat gebruik gemaakt, vooral in kleinere zaken. Vaak vinden politieambtenaren anonimisering niet nodig of feitelijk niet mogelijk, bijvoorbeeld omdat dader en slachtoffer elkaar tóch al kenden, en zij lichten de aangever dan niet in over deze mogelijkheden tot afscherming. Toch kan deze anonimisering gewenst zijn. Een mooie taak voor de minister dus om dit punt sterker onder de aandacht brengen in de politieorganisatie.

-    Tijdens de zitting worden identificerende gegevens, zoals naam en soms ook adres, meestal hardop voorgelezen. De vraag is of dat altijd nodig is en of dit niet op een andere manier kan. Eenzelfde redenering zou van toepassing moeten zijn op de (openbare) zitting: is het relevant dat deze gegevens aan de orde worden gesteld ter terechtzitting? Als dat niet het geval is, kan het oplezen van deze gegevens achterwege blijven. Ook hier kan de minister werk van maken.

Landelijk/​Provinciaal

De twaalf provinciale afdelingen vormen de schakel tussen de gemeentelijke afdelingen en het landelijke bestuur.