01 april 2015

CDV lentenummer Biopolitiek: in de greep van angst

“Stel de morele dimensie van politiek centraal”

Verschijning CDV-lentenummer Biopolitiek: in de greep van angst

Achter onvrede onder burgers over politiek schuilen, anders dan vaak gedacht wordt, vooral hoge verwachtingen over hoe politici zich zouden moeten gedragen en hoe de politiek zou moeten werken. Om een hoopvoller beeld van politiek te geven is het van belang dat politieke ambtsdragers zich van die morele bril bewust zijn en dat ze over de morele dimensie van hun dagelijkse politieke werkzaamheden beter communiceren. Dat stelt onderzoeker Claartje Brons in het nieuwe themanummer van Christen Democratische Verkenningen.

Volgens Brons is het noodzakelijk dat politieke ambtsdragers en politieke partijen, juist vanwege hun lastige positie, aandacht besteden aan de ethiek van hun beroepsgroep. “Zij zouden meer dan nu gebeurt als beroepsgroep kritisch kunnen reflecteren op hun eigen positie en de bijbehorende privileges, en onderzoeken en beslissen of en op wat voor manier modernisering van de positie van politieke ambtsdragers nodig is.”

Ook zouden politieke ambtsdragers in hun doen en laten de waarden en deugden die voor hen belangrijk zijn, beter kunnen laten doorklinken, aldus Brons, die onlangs promoveerde op een studie over de aard van de politieke onvrede onder burgers aan het begin van de eenentwintigste eeuw. “Oog hebben voor de morele dimensie in de politieke oordeelsvorming van burgers betekent niet per se dat politici veel meer informatie of openheid zouden moeten geven over technische details van beleid of beleidsprocessen. Over de morele dimensie communiceren betekent anders communiceren: minder technocratisch en met meer aandacht voor ethiek en de eigen normen, waarden en deugden.”

Brons’ pleidooi voor vertrouwenwekkende en betrouwbare politiek is een van de antwoorden op de vraag hoe moet worden omgegaan met angsten onder burgers voor de toekomst en met hun gevoelens van onvrede over de politiek.

***
Het nieuwe nummer van Christen Democratische Verkenningen, het kwartaalblad van het Wetenschappelijk Instituut voor het CDA, staat in het teken van angst. We leven in een samenleving waarin angst niet alleen latent, maar ook prominent aanwezig is: er is angst voor terrorisme, angst voor het vreemde, angst voor suikers, angst voor ebola, angst om ontslagen te worden. Onze huidige prestatiegerichte mensbeelden en rationele sturingsmodellen lijken eerder aanjagers van angst te zijn dat dat ze erin slagen mensen toe te rusten om zo goed mogelijk met de reële gevaren en onzekerheden van het leven om te kunnen gaan. Wat zijn oorzaken van deze hedendaagse vormen van angst? Wat is de rol van de politiek wat betreft angst? In een wereld vol potentiële ziekten, vijanden en vreemden is angst een belangrijke politieke kracht geworden. Hoe kan een politiek van hoop worden gevoerd, een politiek die niet voorbijgaat aan de angst, maar die de angst op een vruchtbare wijze weet te integreren in het leven? Die vragen staan centraal in de nieuwe CDV-bundel.

Het CDV-nummer valt in drie delen uiteen. In het eerste deel, ‘Angst in perspectief’, gaat filosoof en psychiater Gerrit Glas in op de oorzaken en de cultureel-maatschappelijke ontwikkelingen van angst. We hebben, stelt hij, de gevaren van ziekte, verlies van dierbaren, oorlog en andere bedreigingen weliswaar weten te verminderen, maar daarvoor in de plaats is door allerlei sociaal-maatschappelijke veranderingen een minder concrete, diffuse bestaansangst gekomen. De grootste gemene deler van deze diffuse angst is onverbondenheid. Emeritus hoogleraar en theoloog Marius van Leeuwen onderscheidt aan de hand van het werk van de Franse filosoof Paul Ricœur verschillende niveaus van angst en gaat in op de relatie tussen het verdwijnen van ‘hel en hemel’ en de angst. Achter de angst schuilt verlangen, zo laat hij zien. Historicus Bram Mellink schrijft over de overheidsgestuurde emancipatie van het individu. Sinds de regering-Den Uyl heeft de overheid een emancipatiepolitiek gevoerd die, paradoxaal genoeg, weinig ruimte liet voor individualiteit en diversiteit. Eenvormigheid is de norm, gevoed door een sterke angst dat de culturele normen in gevaar komen.

Angst als zodanig hoeft nog niet zozeer een probleem te zijn; het probleem is veeleer de manier waarop we ermee omgaan. Dat blijkt wel uit het tweede deel, de ‘Verschijningsvormen van angst’. De Vlaamse hoogleraar psychodiagnostiek Paul Verhaeghe laat zien hoezeer de politieke orde in het teken staat van markt en strijd en hoezeer de nadruk ligt op de selfmade man. Hoogleraar in de rechtswetenschappen Bart van Klink gaat in op de dominantie van het vijanddenken en de angst voor het vreemde: we creëren onze eigen Angstgegner en maken die, juist door onze angst, nog groter en gevaarlijker. Trudy Dehue, hoogleraar wetenschapstheorie en -geschiedenis, stelt dat we in de greep van “leefstijl- en gezondheidspolitiek” zijn gekomen. Deze leefstijlpolitiek ziet de preventie van afwijkingen als een individuele keuze. Daarmee zijn we volgens journalist Malou van Hintum allemaal een potentiële ziekte geworden. De leefstijlpolitiek helpt ons niet veel verder; ze voedt vooral onze angst voor ziekte en dood.

***

Wat zijn wel goede manieren om met angst om te gaan, en waarin schuilt de ruimte voor een vertrouwenwekkende politiek van de hoop? Op basis van het derde deel van deze CDV, ‘Naar een politiek van hoop’, is een aantal uitdagingen te formuleren. Het begint allereerst met de erkenning dat de mens per definitie een tekort kent. Door de eenzijdige nadruk op de eigen verantwoordelijkheid en de selfmade man wordt de illusie gevoed dat eenieder vooral zichzelf kan en moet redden. Een van de cruciale kenmerken van de menselijke conditie is echter dat niemand zichzelf kan redden en dat eenieder behoefte heeft aan worteling, aan vormen van verbondenheid. Vanuit dat inzicht schieten mensen niet tekort, maar zijn ze goed genoeg zoals ze zijn, en kunnen ze elkaar in hun verscheidenheid aanvullen.

In de tweede plaats: als angst in deze tijd vooral een uiting is van onverbondenheid met elkaar, dan is het de opdracht om te zoeken naar creatieve en nieuwe vormen van verbondenheid. Frank Petter, burgemeester van Bergen op Zoom, laat in het derde deel zien welke potentie het christelijke begrip ‘borg-staan’, het zich belangeloos inzetten voor anderen, in deze tijd heeft. In concreto is het voor de politiek van belang om te investeren in vormen die deze verbondenheid tot uitdrukking brengen. Denk aan de ondersteuning van mantelzorgers, denk aan een noodzakelijke correctie van de overmatige nadruk op flexibele dienstverbanden, denk aan de inzet van de zondag als arbeidsrustdag, als een ankerpunt tegenover de voortdurende onrust van de 24 uurseconomie.

Een derde uitdaging is om het creatieve en vernieuwende potentieel van mensen te verbeelden en daarmee daadwerkelijk serieus te nemen, en zo een alternatief te bieden voor de overmatige regelzucht en de disciplineringsdwang. Hoogleraar publieke theologie Erik Borgman wijst erop dat onze overheid en onze politiek leden van de samenleving behandelt als middelen, als objecten of instrumenten. Zo’n benadering houdt ten onrechte geen rekening met de fundamentele gedachte dat mensen creativiteit en verantwoordelijkheidsbesef bezitten en dat ze “medescheppers van deze wereld” zijn.

Inhoudsopgave

Landelijk/​Provinciaal

De twaalf provinciale afdelingen vormen de schakel tussen de gemeentelijke afdelingen en het landelijke bestuur.