15 juli 2014

CDV zomernummer: Allemaal even decentraal graag!

Donner over decentralisaties: ‘Het rechtsgevoel kan onder druk komen te staan’

Verschijning CDV-zomernummer Allemaal even decentraal graag!

De omvangrijke decentralisatieoperatie vergt een andere politiek, zegt Piet Hein Donner, vicepresident van de Raad van State, in het nieuwe themanummer van Christen Democratische Verkenningen. ‘De decentralisaties zullen in het dagelijks leven van mensen veel verschil gaan uitmaken. Een gemeente beslist straks aan de hand van de beschikbare middelen. Dat is een heel andere vraag dan iedereen het recht geven op een rollator of een scootmobiel, zolang hij maar aan bepaalde criteria voldoet. Ik constateer dat die boodschap nog te weinig door de nationale politiek wordt overgebracht.’

Volgens de vicepresident van de Raad van State vormt de decentralisatie geen aantasting van rechtsgelijkheid in formele zin. Maar ‘iets anders is natuurlijk de politieke notie van rechten, gelijkheid en van waar burgers aanspraak op zouden moeten hebben’, merkt Donner in Christen Democratische Verkenningen (CDV), het kwartaalblad van het Wetenschappelijk Instituut voor het CDA, op. ‘Deze notie kan natuurlijk wel degelijk onder druk komen te staan, omdat het beeld kan bestaan dat iemand die in Den Haag woonachtig is, precies dezelfde aanspraken zou moeten kunnen laten gelden in Oost-Groningen en vice-versa. Kortom, het rechtsgevoel, dat lang is gevoed door een gevoel van uniformiteit, kan onder druk komen te staan.’

Donner waarschuwt dat het op een aantal terreinen fout zal gaan. Maar, zegt hij: leer daar goed mee om te gaan en weersta de verleiding om snel te concluderen dat het allemaal niet deugt of om terug te grijpen op centrale regelgeving. ‘Als wordt gekozen om bepaald beleid te decentraliseren, kunnen op allerlei aspecten van dat beleid geen eisen meer worden gesteld. Je kunt niet blazen en het meel in de mond houden’. Voor Donner staat vast dat de hele operatie tijd zal vergen, maar dat betekent niet per definitie dat het moment van invoering naar achteren moet worden verschoven. ‘Bestuurders en politici moeten accepteren dat ook na de overgang nog veel gedaan zal moeten worden en dat het rijk niet tegen decentrale overheden kan zeggen: “Het is verder jullie zaak, wij zijn ervanaf”.’

***

Nagenoeg alle politieke partijen omarmen het concept van de participatiesamenleving. Het nieuwe CDV-nummer, met als titel Allemaal even decentraal graag!, laat zien dat decentralisatie en participatie vanwege de noodzaak om de rijksbegroting op orde te krijgen een te instrumenteel karakter krijgt. Wie de komende decentralisaties in hun consequenties doordenkt, moet de conclusie trekken dat voor het slagen ervan een principiële aanvaarding van het primaat van de samenleving noodzakelijk is. Dat kan door een christendemocratische invulling van subsidiariteit, zo wordt in CDV betoogd.

In plaats van als oppositiepartij te blijven hameren op het belang van verzekerde rechten en aanspraken moet het CDA alle beleidsmaatregelen toetsen aan de ‘subsidiaire’ vraag: krijgen burgers nu echt meer zeggenschap en heeft de overheid nu echt macht en middelen uit handen gegeven en aan de samenleving terug gegeven? Want dat is het probleem: het kabinet van VVD en PvdA heeft mooie woorden over ‘burgerkracht’, maar intussen is het de overheid die de burger in zijn kracht moet zetten, aldus CDV. De burger wordt gereduceerd tot een beleidsinstrument, een redmiddel om bezuinigingen op te vangen.

***

Het CDV-nummer valt in drie delen uiteen. In het eerste deel wordt de omslag, ‘van verzorgingsstaat naar participatiesamenleving’ in perspectief geplaatst. Martijn van der Steen, codecaan en adjunct-directeur van de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur (NSOB), laat zien dat de publieke waarde een principiële gelijkwaardigheid van overheid, markt en samenleving vereist. Historicus Jan Dirk Snel plaats de decentralisatieoperatie in historisch perspectief. Leonard Geluk, voorzitter van de Transitiecommissie Stelselherziening Jeugd, trekt lessen uit de invoering van de Wet maatschappelijke ordening (Wmo) in 2007. Clémence Ross-van Dorp, destijds als staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport verantwoordelijk voor de totstandkoming en invoering van de Wmo, is kritisch over de rol van het CDA: ‘De partij heeft op geen enkele manier gezien dat de Wmo een fundamentele en interessante christendemocratische wet was die rechttrok wat scheefgegroeid was. Het heeft mij verbaasd dat in eigen kring, bij CDA’ers op landelijk niveau – Tweede Kamerleden en bestuur –, die herkenning en erkenning er niet was.’

Het tweede deel gaat over ‘paradoxen en knelpunten rond decentralisatie’. Rik Peeters, onderzoeker en docent aan de Universiteit van Tilburg, toont aan dat het onvermijdelijk is dat de overheid met de huidige transformaties in het sociale domein nog dieper in het privéleven van burgers doordringt. Michiel Herweijer, hoogleraar bestuurskunde aan de Radboud Universiteit Nijmegen, stelt dat gemeenten zich in plaats van schaalvergroting door herindeling moeten richten op een ‘fijnschalige organisatie’ van de zorg waarin de mens centraal staat. Geerten Bogaard en Job Cohen, respectievelijk universitair docent staats- en bestuursrecht en hoogleraar Lagere Overheden aan de Universiteit Leiden, benadrukken de belangrijke politieke rol die is weggelegd voor gemeenteraden. Zij wijzen erop dat de decentralisaties ook een betere organisatie van de democratie beogen. Frans Vosman, hoogleraar zorgethiek aan de Universiteit voor Humanistiek te Utrecht, laat zien hoe de zorgethiek op een nieuwe leest wordt geschoeid. Hij is er niet gerust op. Nederland mist nog het politieke vocabulaire om uit te drukken wat lokaal burgerschap en ‘zorgen voor’ is.

De decentralisaties bieden een kans voor een daadwerkelijke christendemocratische invulling van subsidiariteit. Daarover gaat het derde deel van deze CDV, ‘Decentralisatie in christendemocratisch perspectief’. Peter Cuyvers, pedagoog en zelfstandig beleidsadviseur, stelt dat overheden pas verantwoordelijkheid van iemand mogen vragen als ze die verantwoordelijkheid ook daadwerkelijk geven. Dat betekent dat politiek niet als een kwestie van programma’s en plannetjes van politici moet worden opgevat, maar als interactie – ontmoeting, luisteren, onderling vertrouwen – die menselijk samenleven mogelijk maakt. Rien Fraanje, plaatsvervangend directeur van het Wetenschappelijk Instituut voor het CDA, pleit in dit verband voor ‘dienstbare politiek’: politiek die niet bezig is met de eigen zichtbaarheid en daadkracht, maar zichzelf letterlijk in dienst stelt van burgers. Voormalig CDA-Tweede Kamerlid en voormalig collegelid van de Algemene Rekenkamer Gerrit de Jong wijst erop dat voor het slagen van de decentralisaties het accepteren van verschillen tussen gemeenten noodzakelijk is. 

Peter Cuyvers, Albert Jan Kruiter & Maarten Neuteboom (red.), Allemaal even decentraal graag!, Christen Democratische Verkenningen, zomer 2014, Amsterdam: Uitgeverij Boom, pp. 192. Download hier de inhoudsopgave.

Voor nadere inlichtingen kunt u terecht bij Pieter Jan Dijkman, hoofdredacteur van Christen Democratische Verkenningen: (M) 06 43 78 27 15 of (E) dijkman.wi@cda.nl.

Landelijk/​Provinciaal

De twaalf provinciale afdelingen vormen de schakel tussen de gemeentelijke afdelingen en het landelijke bestuur.