870637290
10 oktober 2018

Herfst-CDV: Minister De Jonge ziet 65-plussers als ‘spil van de samenleving’

Verschijning CDV-herfstnummer
'De oudere als burger'

Ouderen tussen de 65 en 75 zullen de spil van de samenleving vormen. Deze groep van vaak vitale senioren 'gaat bepalend worden voor de sociale samenhang in onze maatschappij'. Die verwachting spreekt minister Hugo de Jonge uit in een interview met het blad Christen Democratische Verkenningen.

Het herfstnummer van CDV, dat donderdag 11 oktober verschijnt, heeft als thema 'De oudere als burger' en zoomt in op de vraag, welke waarde ouderdom en ouderen in de Nederlandse samenleving hebben. Daarbij wordt gekeken naar oudere werknemers, ouderen die gepensioneerd zijn, en ouderen die geconfronteerd worden met het naderende levenseinde.

Volgens CDA-minister Hugo de Jonge (interview hier gratis te lezen) van Volksgezondheid is het nodig om de waarde van het ouder worden weer een plek te geven 'in ons denken en in ons doen'. Er is veel eenzaamheid onder ouderen, wat de samenleving zich moet aantrekken. 'Als veel ouderen het gevoel hebben, aan de kant te staan, doen we iets niet goed. Zonder ouderen is onze samenleving niet compleet.'

Wat betreft de groep ouderen tussen de 65 en 75 jaar verwacht De Jonge dat zij de spil in de samenleving zal vormen. 'Deze groep wordt steeds vitaler en zal zich ook veel meer voor de samenleving gaan inzetten. Velen van hen zijn nog in de kracht van hun leven. Mijn voorspelling is dat deze generatie een spilrol in de samenleving gaat vervullen. Velen van hen zorgen al een of enkele dagen voor de kleinkinderen en tegelijkertijd voor een hulpbehoevende partner, buurman of ouder. (...) Dat moeten we waarderen en daartoe zullen we ook meer uitnodigend moeten zijn, want we hebben ze hard nodig. Die generatie gaat bepalend worden voor de sociale samenhang in onze maatschappij.'

Voltooid leven
De Jonge maakt zich hard voor het bestrijden van eenzaamheid. 'Wanneer we beseffen dat eenzaamheid een zingevingsvraagstuk is omdat mensen het gevoel hebben dat niemand op hen zit te wachten, dan moeten we als samenleving er alles aan doen om dat gevoel weg te nemen. Daarvoor hebben we nog lang niet het maximale gedaan. In die spiegel moeten we kijken.' De Jonge zegt voorzichtig te zijn met het leggen van een al te lineair verband tussen eenzaamheid en de wens om bij een 'voltooid leven' te sterven. Toch hoopt hij dat het aantal mensen met dit verlangen kleiner wordt. 'Misschien is de trend van autonomie en het leven in eigen hand nemen niet helemaal te keren. Maar als we erin slagen om ouderen te overtuigen dat ze er echt bijhoren en dat we niet zonder hen kunnen, dan hoop en verwacht ik dat die groep kleiner zal worden.' De CDA-bewindsman wijst erop dat is afgesproken nader onderzoek te doen naar de achtergronden van de groep mensen die hun leven willen beëindigen. 'Dus dan krijgen we meer duidelijkheid over hun beweegredenen.'

Ethicus Paul van Tongeren wijst in een interview erop dat de wens om te sterven vaak gepaard gaat met momenten van twijfel. Ook verleert een samenleving waarin alle aandacht uitgaat naar het vermijden van pijn en het onder controle krijgen van ziektes, de kunst om dingen niet meer te kunnen. 'Dingen niet of niet meer kunnen hoort ook bij het leven, zeker bij het ouder worden, en daarmee omgaan is ook een kwaliteit.' Van Tongeren stelt dat ouderen de samenleving waarden als passiviteit en traagheid kunnen voorhouden. 'Stel je voor dat er helemaal geen mensen zijn die wat trager zijn en wat minder snel handelen.'

Voormalig CDA-Kamerlid Jan de Vries, voorzitter CNV-Connectief, stelt dat de werk- en levenservaring van oudere werknemers hard nodig zijn, bijvoorbeeld als coach voor jongere werknemers. Krijn van Beek laat zien dat het aantal werkende ouderen, ook boven de 65, de laatste tijd fors is gestegen. En Peter Cuyvers stelt dat veel ouderen na hun pensioen zich net zo actief in de samenleving opstellen als daarvoor. 'Als iemand 65 wordt en met pensioen gaat, verandert hij of zij niet fundamenteel van aard of karakter, en dus ook niet van gedrag.' Veel ouderen zijn dan ook actief als vrijwilliger of mantelzorger.

Politieke marketing
In het deel Actualiteit leggen Nelleke Weltevrede, hoofd communicatie van het CDA, en Herman de Vries, senior stafmedewerker marketing, het belang van politieke marketing uit. Bij de laatste Kamerverkiezingen was het nodig om op één bepaalde doelgroep te focussen, stellen ze . 'We moesten ons qua aandacht invechten in het campagnegeweld tussen VVD en PVV (...) en nieuwkomers als Jesse Klaver en Thierry Baudet. Dat gaat niet met een zeer genuanceerde boodschap waarin voor elk wat wils te vinden is.'

Daarom ging het campagneteam de campagne in met de bezorgde burger als voornaamste doelgroep. 'Het ging ons om de somewheres, de groep die de globalisering vooral als bedreiging ervaart en die overweegt op een populistische partij te stemmen als noodsignaal richting het establishment.' Dat andere groepen zich dan soms minder in het CDA herkennen, is onvermijdelijk. 'Verbindende politiek is de opdracht voor onze partij van de samenleving, maar is als middel veel minder bruikbaar dan vroeger: er is in het huidige medialandschap amper ruimte voor uitgebreide boodschappen.'

In de interviewrubriek 'Vanuit de basis' bepleit oud-burgemeester Herman Kaiser dat het CDA een verankering in het politieke midden houdt. Niet om strategische redenen maar als overtuiging. Hij staat niet achter de keuze om het perspectief van de 'boze gewone Nederlander' te kiezen. 'Deze wordt opgevoerd om als alibi te dienen om zo electoraal dichter tegen de populisten aan te kruipen. De top van de partij is bevreesd om te worden uitgemaakt voor de arrogante machtige elite die is afgewend van de boze burger.'

Voor meer informatie kunt u terecht op https://www.tijdschriftcdv.nl/ 

of bij Marc Janssens, hoofdredacteur van CDV (marc.janssens@wi.cda.nl) of bij Jan Prij, redactiesecretaris (jan.prij@wi.cda.nl).

Landelijk/​Provinciaal

De twaalf provinciale afdelingen vormen de schakel tussen de gemeentelijke afdelingen en het landelijke bestuur.