07 oktober 2013

Oud-premier Balkenende: waarden-en-normendebat verdient een nieuwe impuls

Oud-premier Jan Peter Balkenende vindt het tijd voor een nieuwe impuls aan het waarden-en-normendebat. “Sterker dan voorheen worden maatschappelijke vraagstukken moreel geduid. Het is een uitdaging en een opdracht voor de christendemocratie om hierin richtinggevende perspectieven te schetsen”, zo schrijft hij in het nieuwe nummer van Christen Democratische Verkenningen (CDV), dat morgen verschijnt. “De morele kant van maatschappelijke vraagstukken moet weer volop op de politieke agenda komen te staan.”

Balkenende kijkt in het nieuwe CDV-nummer terug op het waarden-en-normendebat dat hij als CDA-lijsttrekker en als minister-president vanaf 2002 agendeerde. Hij geeft aan dat er destijds bewust voor is gekozen om dat debat te beperken tot de omgang van burgers met elkaar in de publieke ruimte. “Waarden en normen hebben een groot bereik en het risico is dat alles eraan kan worden opgehangen. Dat was ook een van de redenen waarom in het kabinetsbeleid van toen vooral gekozen werd voor een toespitsing op de omgang met elkaar in de openbare ruimte, onder de noemer ‘respect’.”
Nu vindt de oud-minister-president het tijd voor een verdieping en verbreding van het debat. “Sterker dan voorheen worden in het mondiale politieke, maatschappelijke en financieel-economische debat maatschappelijke vraagstukken moreel geduid. De crisis van 2008 was niet alleen een financieel-economische maar ook een morele crisis. Westerse democratieën kampen met sentimenten als populisme en nationalisme, raken verstrikt in grote financiële problemen, en het debat wordt vaak verengd tot louter wat hier en nu speelt. Klimaatverandering, sociale spanningen, armoede, schendingen van mensenrechten, corruptie – al deze kwesties vergen doordachte strategieën en vooral concrete acties. Zou tegen die achtergrond niet veel sterker gekoerst moeten worden op het kompas van waardegeoriënteerde keuzes en een focus op de lange termijn?”

***

Het nieuwe CDV-nummer, getiteld De macht van de moraal, staat in het teken van de verhouding tussen macht en moraal. De roep om politici, bestuurders en leiders van organisaties die handelen vanuit deugden als integriteit, waarachtigheid en matigheid, klinkt steeds luider. Toch blijkt het keer op keer lastig om een vervolg te geven aan een politiek waarden-en-normenvertoog. Hoe kan de verhouding tussen macht en moraal op een betekenisvolle manier vorm krijgen in een tijd dat de overheid noodzakelijkerwijs een terugtrekkende beweging maakt en in een tijd waarin politici minder vanzelfsprekend lijken te kunnen rekenen op vertrouwen van burgers? Dat is de hoofdvraag  van de nieuwe CDV-bundel.

Het nummer valt uiteen in drie delen. In het eerste deel staan ‘waarden, normen en gedrag’ centraal. Theoloog Kees van der Kooi schrijft over de politieke betekenis van een realistisch mensbeeld. Paul Dekker van het Sociaal en Cultureel Planbureau onderzoekt waar Nederlanders zich precies zorgen over maken als ze aangeven dat ‘de waarden en normen’ achteruit hollen. Will Tiemeijer, senior onderzoeker bij de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, betoogt dat de overheid ten onrechte de homo economicus centraal stelt in haar beleid. Hans Boutellier, algemeen directeur van het Verwey-Jonker Instituut, wijst erop dat het ervaren beschavingstekort niet wijst op een gebrek aan gedeelde waarden en normen, maar uit het gevoel ‘niet gehoord te worden’. Wim Kuiper en Paul Boersma van de Besturenraad gaan in op de noodzaak van opvoeding tot democratisch burgerschap.
Het tweede deel, ‘waarden, normen en het gezag’, gaat over de spanning tussen overheid en moraal. Hoogleraar wijsgerige ethiek Paul van Tongeren laat zien hoe het politieke debat over waarden wordt ontlopen. Waarden staan per definitie ter discussie en de politiek is precies het forum voor deze discussie. Filosoof Jurriën Rood pleit voor een nieuwe vorm van gezag: een vrijwillig gedragen en communicatief uitgeoefend gezag. Roel in ’t Veld, hoogleraar Governance and Sustainability, laat zien dat de huidige kennisdemocratie, met haar verstrengeling van politiek, media en wetenschap, ingrijpende consequenties heeft voor de machtsuitoefening en het afleggen van verantwoordelijkheid. Het levert volgens hem een gevaarlijke cocktail voor de democratie op. Hoogleraar bestuurskunde Leo Huberts betoogt dat politieke partijen zich meer zouden moeten bezighouden met integriteit en met de eigen politieke en bestuurlijke moraal.
In het derde deel wordt een aantal ‘christendemocratische uitdagingen’ geformuleerd. Historicus Jan Dirk Snel geeft eerst een historisch overzicht van de ‘onzekere omgang’ van het CDA en zijn voorlopers met moraal. Hoogleraar metafysica Gert-Jan van der Heiden reflecteert op de notie van betrouwbaarheid als het doorslaggevende overtuigingsmiddel in het politieke spreken. Patrick Overeem, universitair docent bestuurskunde, gaat in op de kunst van het sluiten van compromissen. Doekle Terpstra, lid van de commissie-Halsema die een advies uitbracht over ‘behoorlijk bestuur’, wijst op de noodzaak van macht en tegenmacht bij maatschappelijke organisaties. Hoogleraar Strategic Philanthropy Lucas Meijs doet een aantal voorstellen om die organisaties terug te kunnen geven aan de burgers. En politiek filosoof Govert Buijs geeft, ten slotte, een aantal vingerwijzingen om een vertrouwenwekkend bestuurder te kunnen zijn.

Inhoudsopgave

Pieter Jan Dijkman, Gerrit de Jong & Muel Kaptein (red.), De macht van de moraal. Christen Democratische Verkenningen, zomer 2013, Amsterdam: Uitgeverij Boom, pp. 192.

Recensie-exemplaren kunt u aanvragen bij Kristel Dumoulin van uitgeverij Boom: (T) 020 5200 127, (M) 06 15 01 48 66, of (E) k.dumoulin@uitgeverijboom.nl.

Voor nadere inlichtingen kunt u terecht bij Pieter Jan Dijkman, hoofdredacteur van Christen Democratische Verkenningen: (M) 06 43 78 27 15 of (E) dijkman.wi@cda.nl.

Landelijk/​Provinciaal

De twaalf provinciale afdelingen vormen de schakel tussen de gemeentelijke afdelingen en het landelijke bestuur.