27 oktober 2017

Algemene Beschouwingen: handen ineen slaan

Lees hier de inbreng van het CDA Delft bij de Algemene Beschouwingen, uitgesproken door fractievoorzitter Rob van Woudenberg.

Voorzitter, geacht college, collega raadsleden, aanwezigen op de publieke tribune, luisteraars thuis,

Vorig jaar zagen wij ons, met de CU en SD, nog genoodzaakt om een meedenkbegroting in te dienen. Van de 18 voorstellen werd er niets overgenomen. Wel kregen we een handreiking richting de kadernota. Dit heeft geresulteerd in de raadsmarkt die een mooi resultaat heeft opgeleverd. Bij de kadernota zijn coalitie en oppositie samen opgetrokken. 

Het CDA ziet dan ook met tevredenheid hoe het college nu veel van onze plannen heeft overgenomen. Het onderhoud van het groen komt weer op niveau, de OZB daalt en er is een plan voor nieuwe investeringen in de stad. Daarnaast zien we dat het college ons idee van de Singelroute heeft opgenomen, aandacht krijgt voor innovatieve huisvesting voor ouderen en de verkamering aanpakt door een omzettingsvergunning in te voeren. Voor de oppositie een verademing dat er serieus naar ons werd geluisterd en ook naar is gehandeld. Dat geeft een minder wij/zij en meer samengevoel dan vorig jaar. Dat is een compliment waard. De burgemeester heeft hier een belangrijke bijdrage aan geleverd en wij zien dit als één van haar verdiensten. De tweedeling waar wij vorig jaar op doelden is in de raad in elk geval verkleind en dat is positief en goed nieuws voor de stad. Wij zullen eraan werken om deze lijn door te zetten en vertrouwen erop dat iedereen hier dit wil. Of de tweedeling in de stad daarmee ook kleiner is geworden?……..daar kom ik later op terug

Zo kom ik aan bij de begroting. Het CDA is blij met de begroting die de goede kant op gaat. Toch pleit het CDA  ook voor voorzichtigheid. Het overschot op de begroting wordt voornamelijk veroorzaakt door meevallers in de inkomsten van het Rijk en de miljoenen die jaarlijks worden opgehaald door belasting op kabels en leidingen. Over deze precario hebben wij schriftelijke vragen gesteld en we verwachten daar snel antwoord op. De vraag is of we op basis hiervan alweer nieuwe plannen, die tientallen miljoenen kosten, moeten gaan maken. Wij willen voorkomen dat we meteen weer moeten bezuinigen op voorzieningen voor de inwoners als het een keertje tegen zit. Daarnaast zien we financiële problemen zoals de zorgkosten die blijven stijgen terwijl het budget wordt verlaagd en de vergrijzing waar tot nu toe weinig aandacht voor is geweest.

Nog een voorbeeld van oplopende kosten is het afvalbeleid dat steeds duurder en minder dienstverlenend wordt. Waarom als Delft op deze heilloze weg doorgaan? Het CDA wil met de afvalinzameling meer vanuit de inwoner denken: eenvoudig, gebruiksvriendelijk, goedkoopr en milieuvriendelijk, met andere woorden: nascheiding is voor ons een serieuze optie.

Van de financiële problemen met grote ambitieuze projecten zijn we net bijgekomen, laten we niet weer dezelfde fouten maken. We lezen wel dat dit college behoedzaam wil blijven en geld reserveert om risico’s te kunnen opvangen. Wij missen de financiële risico's hierin en zien duurzaam en vitaal vooral als de menselijke maat in een leefbare stad voor iedereen.  Wij zullen onze controlerende taak hier vervullen en dat goed in de gaten houden.  

De Programmabegroting lezend was voor ons een in het oog springend onderdeel: de weg naar 2040. Lange termijn denken, dat is iets waar wij bij het CDA ook voor zijn, dus niet wie dan leeft die dan zorgt. Ook wij willen nu al zorgen voor de generaties na ons ……..

en daar een beetje op voort mijmerend ……bij leven en welzijn ben ik dan 73 jaar, mijn kinderen zijn dan 44, 42 en 35 jaar en wie weet, sta ik wel langs de lijn om kleinkinderen aan te moedigen bij het sporten. En wat wil je dan graag dat ze in Delft wonen wanneer ze dat willen, dat het betaalbaar en bereikbaar is, plezierig en gezellig wonen. En daar moeten we nu aan werken, werken aan een stad om door te geven aan onze kinderen en kleinkinderen. Van de wieg tot het graf, ja dus ook dat je hier begraven kan worden.

De Agenda Delft 2040 wil zorgen voor generaties na ons, in die zin zijn we blij dat het college denkt in decennia. Maar moeten we alles nu al in beton gieten? Wij willen een stip op de horizon en daarmee de ruimte bewaren voor de volgende generaties die hun stad mooi willen maken. In hun tijdsgeest en met de middelen die dan ter beschikking zijn. Dan denken we niet alleen aan financiële middelen maar ook aan innovaties die het leven in een stad drastisch kunnen veranderen. De nieuwe wereld waar we nu nog te weinig van afweten om zo ver vooruit te kunnen regeren. Ik vergelijk het maar met mijn gezin. Besluiten mijn vrouw en ik alles samen of betrek ik mijn kinderen erbij wanneer het gaat om beslissingen die hun ook raken, juist op lange termijn. Wij gaan thuis graag met elkaar in gesprek. En zo zie ik dat hier ook met de Agenda 2040, laten we de inwoners, bedrijven, verenigingen erbij betrekken en hen vragen wat zij willen. Laten we samen met de stad die visie op de toekomst bepalen.

Is de tweedeling in Delft kleiner geworden?  Zitten we nu op het juiste spoor of gaan we ontsporen? Het college zat op het verkeerde spoor en heeft na vorig jaar de goede afslag genomen door te luisteren en samen te werken met de oppositie. Maar het college moet nu oppassen dat het de wissels niet de verkeerde kant op zet, de wissels lijken steeds meer op hoge ambities te staan waardoor de menselijke maat onder druk komt te staan. Daarom een vijftal waarschuwingen. Als wij naar 2040 kijken dan zien wij:

-      (1) Een groene en leefbare stad! En daar passen wat ons betreft geen 15.000 extra woningen bij die nu in de plannen van het college staan. Geen Manhattan aan de Schie zal ik maar zeggen. De bestaande plannen voor 5000 woningen steunen wij, wellicht wordt dit 7500 maar dat is maximaal. We willen niet zoveel extra woningen erbij omdat dit oa. betekent minder groen en meer verkeersdrukte waardoor de leefbaarheid achteruit gaat. Het CDA staat voor een transformatie van de woningvoorraad met een beperkte aanwas van woningen.  We willen een andere samenstelling van de woningen in Delft en niet een veel grotere samenstelling. Dat inwoners, denk ook aan onze jongeren en ouderen, niet gedwongen worden om buiten Delft te gaan wonen omdat er hier geen geschikte woningen zijn. Voor het CDA gaat kwaliteit boven kwantiteit. Wij willen alleen plannen die realistisch zijn en die bij de Delftse schaal passen. Met beide benen op de grond en niet met de hoofd in de wolken en over de hoofden van de Delftenaren megaplannen maken. En daar lijkt het nu wel op. Het moet wel een beetje prettig wonen blijven in onze mooie stad! Kortom de menselijke maat.

-      (2) Meer inzet op bestrijding van eenzaamheid. Eenzaamheid staat niet op zichzelf maar is een breed maatschappelijk probleem dat een gevolg is van andere problemen.  Dat kan zijn door ziekte, echtscheiding, verlies van werk en inkomen maar ook door het verdwijnen van traditionele sociale verbanden zoals kerk- en buurtgemeenschappen en verenigingsleven dat onder druk staat. En dit speelt niet alleen bij ouderen. Ook jongeren zijn eenzaam, komen minder buiten en ontmoeten geen mensen maar communiceren via social media. Wij maken een Plan van Aanpak hoe de eenzaamheid in Delft bestreden kan worden.

-      (3) Verenigingen versterken en helpen zodat zij hun rol kunnen vervullen. Verenigingen met al hun vrijwilligers zijn het cement van de samenleving. Zonder kunnen we niet. En dat moet je niet opleggen maar vanuit hun eigen intrinsieke motivatie laten ontstaan. We willen hen als gemeente helpen en niet tegenwerken, niet het parkeren moeilijker maken, niet de huisvesting en hun sport-, cultuur- en muziekbeoefening frustreren maar meedenken hoe de vereniging nog beter kan functioneren. De verhuizing van verenigingen van de sporthal Brasserskade naar de Sporthal in de Scholencombinatie Delfland zijn wat ons betreft een voorbeeld hoe het niet moet;

-      (4) Een zorg van ons blijft of kinderen en jeugd wel op de juiste manier worden benaderd. Naar onze mening worden veel kinderen tegenwoordig te snel gediagnosticeerd. In plaats van met hulp en medicijnen willen wij deze kinderen via cultuuronderwijs, sport, muziek en natuuronderwijs preventief helpen. Wij streven ernaar te voorkomen dat kinderen problemen krijgen of te snel als problematisch worden gezien en daardoor te maken krijgen met jeugdhulp.

-      (5) Wij zien het MKB als de motor van onze economie.  Ongeveer 70% van de lokale werkgelegenheid is afkomstig van MKB-ers. Qua tevredenheid scoort Delft onder MKB-ers laag, landelijk gezien bungelen we ergens onderaan.  Wij willen dat Delft de ambitie uitspreekt om Delft in de top 50 van meest MKB-vriendelijke gemeentes van Nederland te krijgen. Dit betekent betere communicatie met ondernemers, met hen meedenken hoe iets gerealiseerd kan worden zonder teveel regels, kortom een klantvriendelijke houding. Hier valt wat ons betreft ook onder dat de toeristenbelasting ten goede komt aan stadsmarketing en dat de ondernemers meedenken hoe dit wordt ingezet.

Voorzitter is sluit af: Zomaar 5 voorbeelden, een handvol vol van onze kant. We weten er nog wel 5 maar ook anderen, zoals de collega fracties en de mensen in de stad, weten er genoeg te noemen. Symbolisch is dat de tweede handvol. En samen slaan we die twee handen in elkaar om samen de stad mooier te maken. Want samen kunnen veel meer bereiken. Samen willen we werken aan een stad die van alle inwoners is, waar we solidair zijn aan elkaar, waar we een geloofwaardige, betrouwbare en transparante overheid zijn. Samen werken aan een stad die we door willen geven aan onze kinderen en volgende generaties. Daar mag u ons op aanspreken. Een Delft voor Delvenaren en Delftenaren. Een opdracht waar we ons samen verantwoordelijk voor weten, college en raad, coalitie en oppositie. We wensen het college en de raad daarbij veel wijsheid en Gods zegen toe.

 

 

Landelijk/​Provinciaal

De twaalf provinciale afdelingen vormen de schakel tussen de gemeentelijke afdelingen en het landelijke bestuur.