Radicalisering

Het CDA ziet radicalisering als een serieus probleem, waarop inzet van ons allen nodig is. Als bevolkingsgroepen in de steden in naast elkaar bestaande werelden komen te leven, valt de samenleving uiteen. Juist de instellingen van verschillende bevolkingsgroepen of religieuze gemeenschappen spelen een belangrijke rol bij het werken aan verbinding en samenhang in de samenleving. Radicalisering is een gedeelde zorg en niet iets van niet-moslims tegen moslims, het is een opdracht van ons allen om de stad veilig te houden.

Er moet worden voorkomen dat wijken of buurten zich afkeren van de Nederlandse samenleving en plekken van achterstand en armoede broedplaatsen worden van radicalisering. Vrijheid van meningsuiting is geen vrijbrief tegenstellingen in de samenleving te propageren. De gemeente mag preventief optreden bij vermeende haatprediking.

Naast de familie en het gezin ziet het CDA ook een bijzondere verantwoordelijkheid voor scholen, kerken, moskeeën, synagogen, vrijwilligersorganisaties, sportverenigingen et cetera. Deze instellingen hebben hun eigen verantwoordelijkheid. In het bijzonder religieuze leiders van diverse gebedshuizen in de stad moeten uitgedaagd blijven worden om

de dialoog met elkaar aan te gaan, hier kan de gemeente in faciliteren. Extreme opvattingen die tegen onze algemeen geaccepteerde normen en waarden ingaan worden nauwlettend gevolgd. Voor haatpredikers en extreem-linkse en -rechtse opvattingen bestaat in Den Haag geen podium.

Het CDA wil dat wijkgebonden organisaties betrokken worden bij deradicaliseringsprogramma’s. Goede voorbeelden zijn Avrasya en Oumnia Works, waarbij moeders in de Schilderswijk geholpen worden bij het herkennen van radicalisering en handvatten krijgen voor hulp. 

Het CDA ziet ook voor migrantenorganisaties een rol weggelegd om invulling te geven aan burgerschap en de Nederlandse waarden en normen.

Landelijk/​Provinciaal

De twaalf provinciale afdelingen vormen de schakel tussen de gemeentelijke afdelingen en het landelijke bestuur.