16 december 2018

Huisvesting EU-migranten: regelgeving en handhaving

Na de openstelling van de Europese grenzen voor vrij verkeer van personen uit Midden- en Oost Europa in 2007, ontstond een toename van het aantal arbeidsmigranten uit deze landen. Zou staan er bijvoorbeeld in de Duin- en Bollenstreek meer dan 3.000 Polen als inwoner geregistreerd. Bij de huisvesting van kortblijvende EU-arbeidsmigranten gaat het echter nog vaak mis. Dit kan leiden tot uitbuiting en overbewoning. Zaken waar zowel de migrant als de omgeving veel hinder van ondervinden. Welke regelgeving is er? En op welke wijze wordt er gehandhaafd?

Vanwege de verslechterende huisvesting van arbeidsmigranten werd in 2012 de Nationale verklaring huisvesting EU-arbeidsmigranten getekend. Hierin staan afspraken tussen het Rijk, gemeenten, woningcorporaties, werkgevers en vakbonden. Om de situatie te verbeteren zijn in verschillende regio’s in Nederland afspraken gemaakt over de aanpak. Hierbij wordt doorgaans onderscheid gemaakt in drie groepen arbeidsmigranten. De eerste groep komt enkele maanden naar Nederland en keert vervolgens weer naar huis. Deze groep wordt de kortblijvers genoemd. De langblijvers verblijven hier enkele maanden tot enkele jaren  om hier te werken maar met de bedoeling om weer terug te gaan. En tot slot is er een groep EU-arbeidsmigranten die zich hier permanent wil vestigen. De meeste arbeidsmigranten hebben behoefte aan flexibele huisvestingsvormen voor korte duur. Aangezien het Nederlandse huisvestingsaanbod daar onvoldoende op ingericht is, wordt een deel van de arbeidsmigranten gehuisvest in panden die daar niet voor geschikt zijn. De Nationale verklaring huisvesting EU-arbeidsmigranten gaat uit van redelijke kosten voor de huurder en een kostendekkende exploitatie voor de verhuurder. Dat het met die redelijke kosten voor de huurder nog vaak mis gaat, vertelt Karolina Eckhardt, voorzitter van stichting Kreda. ‘Wij geven migranten van Poolse afkomst in de Bollenstreek ondersteuning bij het vinden van hun plaats in de Nederlandse samenleving. Ik spreek regelmatig mensen die hier kort verblijven die een absurd hoge huurprijs betalen. Zelfs voor deze woningmarkt.’

Regionale vertaling

Bij de de Nationale verklaring huisvesting EU-arbeidsmigranten is regionale afstemming en een betere regionale verdeling een belangrijk aandachtspunt. Dit leidde in 2014 in de regio Holland-Rijnland (een bestuurlijk samenwerkingsverband van 14 gemeenten in Zuid-Holland) tot de Convenant huisvesting arbeidsmigranten. De deelnemende gemeenten gaven hiermee een basis om de kwaliteit van de huisvesting van tijdelijke arbeidsmigranten te verbeteren. Dit gebeurde mede op basis van de normen van de Stichting Normering Flexwonen (SNF). Deze stichting stelt normen op voor de kwaliteit van huisvesting van arbeidsmigranten. Denk hierbij aan ruimte, hygiëne en veiligheid. Jaarlijks worden huisvestingslocaties van geregistreerde organisaties gecontroleerd. Subregionaal werd het convenant uitgewerkt in de Beleidsregel: ‘Ruimtelijke randvoorwaarden logiesgewijze huisvesting tijdelijke arbeidsmigranten Duin- en Bollenstreek’ Ook hierin werd de SNF-normering aangehouden. Uitgangspunten van de beleidsregel zijn dat huisvesting van tijdelijke arbeidsmigranten niet plaatsvindt binnen gebouwen met de bestemming Wonen. En dat concentraties van huisvesting in een straat of een buurt/wijk worden voorkomen. Voor de leefbaarheid hanteert men maximaal 2 arbeidsmigranten per slaapkamer. Overbewoning blijkt echter nog altijd een probleem. Karolina Eckhardt: ‘Een huis met een paar kamers waar ik 15 fietsen voor de deur zie staan. Of meerdere auto’s met een Poolse kentekenplaat. Ik zie het met eigen ogen regelmatig gebeuren hier in de Bollenstreek.’

Handhaving

De eerder genoemde Beleidsregel voorziet in duidelijke regels. Een duidelijk overzicht van het aantal kort blijvende EU-arbeidsmigranten in een gemeente ontbreekt echter vaak. Daarnaast zijn de plaatsen waar zij gehuisvest zijn, niet altijd duidelijk in kaart gebracht. Opname in de Basisregistratie Personen geeft duidelijkheid over het aantal kort blijvende EU-arbeidsmigranten. ‘Dit heeft zowel voor de gemeente als de arbeidsmigrant voordelen’, vertelt Karin Hoekstra, wethouder in Hillegom, onderdeel van Holland Rijnland en de Bollenstreek. ‘Wij krijgen inzicht in het aantal arbeidsmigranten en waar zij wonen. Door dat inzicht kunnen we beter handhaven m.b.t. uitbuiting en overbewoning en kunnen we ons richten op panden waar onduidelijkheid over is.’ Omwonenden wijzen de gemeente Hillegom nu af en toe op dit soort panden. Wethouder Karin Hoekstra: ‘BOA’s gaan in dat geval in overleg met de verhuurders. Daar waar er sprake is van illegale verhuur proberen we, waar dat kan, binnen de bestaande wettelijke kaders op zoek te gaan naar oplossing in de vorm van een vergunningsaanvraag.’ Volgens Karolina Eckhardt slagen grote steden zoals Den Haag vooralsnog beter qua handhaving. Karolina Eckhardt: “Mogelijk speelt de stedelijke anonimiteit hierbij een rol. Binnen kleinere gemeenschappen is de drempel om problemen te melden misschien hoger.”

Dit artikel verscheen in december 2018 in CDA Bestuursforum. Reageren? jan.zwaan@cda.nl

Landelijk/​Provinciaal

De twaalf provinciale afdelingen vormen de schakel tussen de gemeentelijke afdelingen en het landelijke bestuur.