23 mei 2019

Bumor

Bumor

Sybrand van Haersma Buma, de burgemeesterszoon uit Workum, keert als burgemeester van Leeuwarden terug naar de wereld die hem als mens en politicus vormde. De Friese hoofdstad krijgt een boegbeeld als burgemeester, iemand met een groot netwerk én een burgemeester die de Friese taal beheerst. Hiermee treedt hij in de voetsporen van zijn vader, die burgemeester was van Workum en Sneek en zijn grootvader, die het ambt bekleedde in Stavoren en Wymbritseradeel. Het CDA verliest een conservatief, onkreukbaar, maar vooral ook kundig politieke leider.

Nadat Buma, zoals hij zichzelf gemakshalve noemde, in Sneek het vwo afrondde, ging hij in Groningen Nederlands recht studeren. Daarna volgde een postdoctorale studie internationaal recht aan de Universiteit van Cambridge. Hij begon in 1990 als stafjurist bij de afdeling Rechtspraak van de Raad van State en was daarna twee jaar beleidsambtenaar bij het ministerie van Binnenlandse Zaken. Vanaf 1994 was Buma beleidsmedewerker justitie en plaatsvervangend ambtelijk secretaris van de CDA-Tweede Kamerfractie. Daarna werd hij in 2002 gekozen tot Kamerlid en heeft hij zich onder meer beziggehouden met justitie (strafrecht en strafprocesrecht, openbaar ministerie, JBZ-raad) en binnenlandse zaken (openbare orde, veiligheid). Het was zijn ambitie om in de Tweede Kamer bij te dragen aan een veilige en betrokken samenleving. Een samenleving waarin mensen respect hebben voor elkaar en waar mensen verantwoordelijkheid nemen.

Buma groeide op in een Friese patriciërsfamilie die regels en omgangsvormen strak handhaafde. Nederland veranderde, maar de hervormde Buma hield vast aan, zoals hij dat noemde, ’negentiende -eeuwse normen’. Deze vasthoudendheid  heeft hij voortdurend gebruikt in zijn periode als fractievoorzitter in de Tweede Kamer. Eerder als Justitiewoordvoerder profileerde hij zich rechtlijnig en een voorstander van de harde lijn. Hij was voor verruiming van opsporingsbevoegdheden, zwaardere straffen, en een harder terreurbeleid. Hij viel niet alleen op door zijn rechtlijnigheid, maar ook door zijn droge gevoel voor humor, vaak bumor genoemd.

Buma maakte snel carrière. Hij was fractievoorzitter van 2010 tot 2019 en lijsttrekker bij de Tweede Kamerverkiezingen in 2012 en 2017. Op 18 mei 2012 werd hij gekozen tot partijleider, waarna hij op 30 juni dat jaar formeel werd benoemd. Eerder deelde hij het partijleiderschap met vicepremier en minister Maxime Verhagen en partijvoorzitter Ruth Peetoom.

Ook al was er intern kritiek op de partijkoers onder Buma, de partij was altijd eensgezind in de lof voor de politiek leider, die het CDA na het desastreus verlopen gedoogavontuur met de PVV terug in de regering bracht. Buma nam in het voorjaar van 2012 deel aan de gesprekken in het Catshuis om de begroting voor 2013 onder het door de Europese Commissie vereiste 3% begrotingstekort te houden. Het kabinet viel, nadat blonde Geert uit de gesprekken was weggelopen omdat hij zich niet kon vinden in de lastenverzwaring voor ouderen. Buma gaf daarna teleurgesteld aan zijn buik vol te hebben van de samenwerking met de PVV.

Na de val van Rutte I werd Buma gekozen tot lijsttrekker en politiek leider van het CDA. Hij behaalde in 2012 de slechtste verkiezingsuitslag ooit: 13 zetels. Het CDA belandde in de oppositie en Buma ging in de luwte aan zijn profiel werken en aan het herstel van de partij. Dat laatste is hem gelukt. Het CDA kwam langzaam uit een diep dal, won bij de verkiezingen van 2017 zes Kamerzetels en ging meedoen aan het kabinet-Rutte III. Buma werd geen minister, maar bleef als fractievoorzitter in de Tweede Kamer.

De laatste jaren ging Buma een sterk sociaal-conservatieve koers varen. Deze sloot aan op zijn overtuigingen, maar ook op zijn analyse van het electoraat. Het partijkader, zei hij vaak, is linkser dan het CDA-electoraat.

In september 2017 had hij het bij de H.J. Schoo-lezing over verweesde kiezers, die bezorgd zijn over grote veranderingen en de globalisering. Daarin zei hij onder meer dat in onze samenleving een onbestemde spanning heerst. ‘Veel Nederlanders zijn onzeker over de toekomst en over de wereld om hen heen. Tegenover deze steeds dieper wordende zorgen staat een politiek die steeds oppervlakkiger wordt. Nog rauwere boodschappen, nog meer polarisatie, nog meer loze beloften. Alsof de politiek en het land in twee totaal gescheiden werelden leven. Het leidt tot steeds meer cynisme. In de politiek en in de samenleving’.

Onlangs presenteerde Buma zijn nieuwe boek: Tegen het cynisme. Voor een nieuwe moraal in de politiek. In dit boek gaat hij op zoek naar de oorzaken van deze ontwikkeling. Hij diept antwoorden op die ons van het cynisme af kunnen helpen. Aan de hand van zijn persoonlijke verhaal dat ons voert langs zijn eigen familiegeschiedenis, laat hij zien hoe zijn eigen politieke overtuigingen zich hebben ontwikkeld.

Na vijfentwintig jaar in de landelijke politiek heeft CDA-leider Sybrand Buma afscheid genomen van de Tweede Kamer. Khadija Arib, voorzitter van het parlement, luidde Buma recent uit. Ook haar was het opgevallen dat de CDA-voorman rust en eenheid bracht in het CDA. De Kamervoorzitter noemde hem een dossiervreter en een langeafstandsloper. Hij profiteerde van zijn ervaring en werd een behendig debater. Aanvankelijk wat stug, later met ontspanning en humor. Buma was de afgelopen jaren vooral scherp op de toon van het debat in de Kamer. Hij bepleitte een nette discussie. Zo was hij zelf opgevoed en zo ziet hij de rest van de samenleving ook graag. Een respectvol en eerlijk debat, noemde hij dat.

In zijn afscheidsbrief schrijft Buma dat de politiek niet zonder zelfrelativering kan. ‘De winst van vandaag is het verlies van morgen. Wie vandaag wordt weggehoond, kan morgen op het schild worden gehesen.’ Buma ondervond dat: in zijn tijd was het CDA een echte machtsfactor, maar ook een bescheiden oppositiepartij.

De Friese hoofdstad krijgt een ervaren, stijlvolle en vooral respectvolle burgemeester. Het CDA is hem veel dank verschuldigd.

 

Landelijk/​Provinciaal

De twaalf provinciale afdelingen vormen de schakel tussen de gemeentelijke afdelingen en het landelijke bestuur.