22 februari 2021

Haagse mores

In Den Haag kun je ze zomaar tegen het lijf lopen: ministers en Kamerleden. Vooral op vrijdag als ze allemaal tegelijk aan komen wandelen op weg naar de ministerraad in de Trêveszaal, of van hun departement op weg zijn naar een debat in de Tweede Kamer. Dat gaat bijna altijd goed, meestal kunnen de mannen en vrouwen hun weg vervolgen zonder aangeklampt te worden. In Den Haag is immers iedereen eraan gewend. Ook onze premier verplaatst zich het liefst lopend of pakt de fiets. Iedereen kan hem dan ook spontaan tegenkomen. ‘Ik wil gewoon fietsen. Dat moet kunnen in ons Haagje’, zegt hij. Bekend is zijn grapje wanneer hij op maandagmorgen in de Haagse binnenstad met goede vrienden koffiedrinkt en zegt: ‘Zo, nu ga ik naar de koning -met wie hij elke maandagochtend een informeel gesprek heeft- en daarna door naar mijn werk op het Binnenhof.’ Er is geen anekdote die de mores van Den Haag beter neerzet. Want dit is de dagelijkse werkelijkheid in het Nederlandse centrum van de macht. Machthebbers in Nederland hebben altijd zo gewoon mogelijk willen zijn en zich niet boven het volk willen stellen.

Hollandse mentaliteit

Ook sommige voorgangers van onze premier gebruikten regelmatig het oer-Hollandse vervoermiddel, zoals Dries van Agt en Wim Kok. Ook Piet Steenkamp, lid en later voorzitter van de Eerste Kamer, die als informateur aan de wieg stond van het kabinet-Biesheuvel I en het kabinet-Van Agt III, gebruikte geen dienstauto maar fietste of reisde per tram naar het Binnenhof. Het zegt iets over de Hollandse mentaliteit die hier al eeuwen bestaat: Doe maar gewoon, dan doe je gek genoeg. In Engeland en Frankrijk gingen machthebbers per koets, maar in Den Haag niet. Het lopen, fietsen of met de tram naar de Tweede Kamer gaan, is een echte Haagse gewoonte. Schilderijen uit de 17de en 18de eeuw dienen als bewijs. Wel komen buitenlandse ambassadeurs in ons land hun geloofsbrieven volgens een oude traditie nog steeds per koets aan de koning overhandigen. Kort na hun aankomst in Nederland ontvangt de koning de nieuwe ambassadeurs op Paleis Noordeinde. Zij bieden daar hun geloofsbrieven aan. Dit zijn twee documenten van een buitenlands staatshoofd, die een ambassadeur na diens aanstelling aan de Koning aanbiedt. Het is een vertrouwd beeld in de Haagse binnenstad.

Sjieke Benoordenhout

Het uitzonderlijke aan Den Haag is dat je niet alleen politici tegen het lijf kunt lopen. Je kunt ook achter koningin Máxima staan bij de kassa in de Bijenkorf of bij Patisserie Jarreau in de Van Hoytemastraat in het sjieke Benoordenhout. Jarreau is een echte banketbakker zoals je ze ook in Parijs vindt. Natuurlijk ben je dan nieuwsgierig, een beetje opgewonden zelfs. Maar dat laat je niet merken. Pas thuis vertel je wat Máxima stond af te rekenen. Want je hinderlijk opdringen, nee, dat is niet de Haagse manier. In de tijd dat prinses Beatrix nog in Huis den Bosch woonde, kwam ze ook regelmatig in het Benoordenhout haar gebak kopen.

Storend aanklampen

Gevaarlijke trendbreuk in die toegankelijkheid van onze volksvertegenwoordigers, bewindslieden en koninklijke hoofden is de coronacrisis en vooral wat de maatregelen met sommige mensen doen. De laatste tijd komt dreigen, hinderlijk volgen en storend aanklampen van politici rond het Binnenhof steeds vaker voor dan vóór de coronacrisis. Bedreigend voor betrokkenen, maar óók voor de mores van Den Haag waarbij bijvoorbeeld een selfie maken met de premier normaal is. Die aanraakbaarheid is uniek in de wereld. Minister Hugo de Jonge was onlangs op het Plein voor de Tweede Kamer nog slachtoffer van een vrouw die hem belaagde in haar aanvechting ‘met liefde’ te strooien. Ongewenst en ongecontroleerd gedrag met zorgwekkende kanten. Persoonlijk voor de betrokken slachtoffers, maar óók voor de Haagse mores. 

Doe maar gewoon, dan doe je gek genoeg.

 

Landelijk/​Provinciaal

De twaalf provinciale afdelingen vormen de schakel tussen de gemeentelijke afdelingen en het landelijke bestuur.