Waar de regionale bedrijventerreinenstrategie voor toekomstzekerheid voor Leidse bedrijventerreinen moest zorgen is dat na de behandeling van de strategie in de gemeenteraad allerminst het geval zo zegt CDA-raadslid Joost Bleijie. “Deze strategie is eigenlijk een transformatie agenda en beantwoordt de vraag waar we in welk tempo zo veel mogelijk woningen kunnen bouwen. De wethouder van woningbouw heeft het gewonnen van de wethouder van Economische Zaken. De toekomst van Leidse bedrijven wordt hiermee hoogst onzeker.”

Vooral voor de bedrijven aan de Rooseveltstraat en voor bedrijventerrein De Waard is deze bedrijventerreinenstrategie een bittere pil. Beiden weten volgens Bleijie hoe hun toekomst eruit ziet: onzeker. “De bedrijventerreinenstrategie, waar de raad mee ingestemd heeft, betekent voor de Rooseveltstraat transformatie. Woningbouw zal, zo geven de bedrijven daar ook aan, in de toekomst bedrijven in de knel brengen. Bovendien richten we de Rooseveltstraat niet langer in als bedrijventerrein maar als een stedelijk verblijfsgebied waar je ook een bedrijf zou kunnen hebben. Dat levert nu al gevaarlijke situaties van fietspaden vol middelbare scholieren over een terrein op waar ook zware vrachtwagens rijden. Dat is vragen om problemen. De bedrijventerreinenstrategie schept echter wel duidelijkheid voor de bedrijven daar. Zij worden niet langer gezien als bedrijventerrein, dus het is wachten totdat het eerste bedrijf vertrekt of het loodje legt”.

Waar bedrijven naar toe moeten wordt in de Bedrijventerreinenstrategie ook niet duidelijk. Bedrijven kunnen nergens naar toe in de Leidse regio. “We willen heel veel met de huidige bedrijventerreinen, maar plek om bedrijven naar uit te plaatsen is er niet. En is er met deze Bedrijventerreinenstrategie ook niet gekomen. Er is te weinig grond [harde planvoorraad, red] om deze bedrijven naar toe te laten verhuizen. Gevolg is dat bedrijven naar veel verder weg verhuizen dan de Leidse regio en dus gaan er niet alleen Leidse bedrijven maar ook Leidse arbeidsplaatsen verloren.”

Op bedrijventerrein De Waard is iets anders aan de hand, zo zegt Bleijie. De bedrijven daar hadden op een langere zekerheid van het voortbestaan van het bedrijventerrein gehoopt. “De looptijd van de Bedrijventerreinenstrategie is 10 jaar. Dus op De Waard garanderen we 10 jaar dat het een bedrijventerrein is en daarna niet meer. Dan weet ik wel waar we de woningbouwopgave na 2030 gaan oplossen! Inderdaad, op de Waard. Bedrijven die daar nu zitten voelen dat nu ook al, zeker omdat ook een investeringsagenda ontbreekt. Bedrijven zullen ook niet zo makkelijke meer investeren in hun bedrijventerrein, met alle gevolgen van dien. Bedrijven daar vroegen om een langere zekerheid, van 20 jaar bijvoorbeeld. Het CDA heeft daar een motie over ingediend, maar die haalde het niet.”

Wat het wel haalde was een voorstel van het CDA om voor alle Leidse bedrijventerreinen een actieplan op te stellen om ze economisch vitaal te houden voor de toekomst. “Daar ben ik bij mee, want dan kunnen we eindelijk een aantal acute problemen voor bedrijventerreinen oplossen.” Ondanks dit, stemde het CDA wel tegen de RBS. “Bedrijventerreinen zijn hiermee gewoon niet geholpen. Er is een nieuw zwaard van Damocles gecreëerd.”

Heeft u vragen over de Regionale Bedrijventerreinenstrategie of wilt u de CDA-fractie iets meegeven of vragen over de lokale economie, mail dan naar [email protected]

Landelijk/​Provinciaal

De twaalf provinciale afdelingen vormen de schakel tussen de gemeentelijke afdelingen en het landelijke bestuur.