Tijdens de behandeling van de Kaderbrief (de financieel en inhoudelijke opmaat naar de begroting in het najaar) heeft het CDA gepleit voor de introductie van een Cultuurplas voor Leidse jongeren. 55% van de Leidenaren doet nauwelijks iets met cultuur of kunst. Het aandeel jongeren is nog vele hoger. “Ondanks de vele investeringen en mooie initiatieven in Cultuur, weten we dus nog lang niet alle Leidenaren warm te maken voor Cultuur, laat staan ze te bereiken" zo meent CDA duo-Raadslid Sophie Brinkel. "Dat terwijl Leiden genoeg musea en podia heeft en BplusC een ruim cursusaanbod kent die ook voor jongeren interessant en leuk kan zijn. Wellicht hebben jongeren een extra stimulans nodig om cultuur te beleven of te beoefenen.” Om jongeren dus meer cultuur te laten beleven en meer cultuur te laten beoefenen, heeft het CDA gepleit voor de komst van de Leidse Cultuurpas. Een pas, die vergelijkbaar is met de Sportpas, waarmee jongeren makkelijker en sneller in aanraking komen met cultuur. “Met de pas zou je bijvoorbeeld reductie kunnen krijgen op een bezoek aan de Stadsgehoorzaal of de Schouwburg, maar met de pas zou je eveneens een kennismakingscursus bij BplusC kunnen doen. Zodoende kunnen jongeren laagdrempelig kijken of Cultuurbeoefening iets voor ze is.”

Tijdens de commissievergadering zegde wethouder Van Delft (GL) van cultuur toe de haalbaarheid van de Cultuurpas te onderzoeken. Een sympathiek voorstel zo noemde Van Delft de Cultuurpas. Zeker de moeite waard om te onderzoeken. Als mogelijke dekking voor de kosten van de Cultuurpas noemt Brinkel het Jeugdcultuurfonds. “Jaarlijks blijkt dat in tegenstelling tot het jeugdsportfonds, dat er bij het Jeugdcultuurfonds geld blijft liggen. Op een of andere manier weten Leidenaren de weg naar dit Fonds wat minder makkelijk te vinden. Het bedrag dat blijft liggen kan goed dienen als dekking voor de komst van de Cultuurpas.”

Heeft u vragen over de cultuurpas, mail CDA Cultuurwoordvoerder Sophie Brinkel, s.brinkel@gemeenteraadleiden.nl

 

 

Landelijk/​Provinciaal

De twaalf provinciale afdelingen vormen de schakel tussen de gemeentelijke afdelingen en het landelijke bestuur.