-door Joost Bleijie-

“Ach, wat is 2,4 miljoen nou op een begroting van ruim 550 miljoen?”, dat liet de kersverse wethouder van financiën Paul Dirkse optekenen nadat bekend werd dat uit er over het jaar 2017 een tekort van € 2,4 miljoen te noteren viel. Investeren brengt nou eenmaal risico’s met zich mee, voegde hij er aan toe en dus moesten we met z’n niet piepen over de rode cijfers en vooral blij zijn dat er zoveel wordt geïnvesteerd in de stad. Met dat laatste ben ik het volledig eens. Met dat eerste niet. Want geldt, zeker voor een overheid, niet het adagium: geen plannen zonder geld, en geen geld zonder plan?

Tegelijk met de jaarstukken (financiële afrekening 2017) en de Eerste Bestuursrapportage (tussenstand lopende begroting 2018), presenteerde de wethouder de Kaderbrief. Een opmaat naar de begroting voor de komende jaren. Wat daar opvalt zijn twee dingen. Het college blijft geld uitgeven aan mooie plannen om de stad beter te maken. Hulde daarvoor. Maar de huidige portemonnee is niet vol genoeg om al die mooie plannen te financieren. Als ik een middenklasser auto wil kopen en mijn portemonnee staat dat toe, dan heeft het weinig zit om bij de Porsche-dealer te gaan kijken. Als ik op een terras zit en ik heb in mijn portemonnee geld voor een rondje, dan heeft het geen zin om de tafel naast mij ook een rondje te geven. Dat is wel heel sociaal en ik maak er misschien mooie sier mee, maar als ik het niet kan betalen sta ik toch echt de afwas te doen. Voor straf! Het college lijkt daar geen notie van te nemen. Toch hebben ze een list bedacht om vooral niet te hoeven schrappen in de plannen. De lokale lasten die u betaalt gaan omhoog, het weerstandvermogen -het bedrag waar de gemeente de risico’s afdekt- gaat omlaag wat de gemeente (veel) kwetsbaarder maakt voor onverwachte tegenvallers. Ook de lokale spaarpot is leeg en we weten al een tijdje dat er een groot tekort op de begroting aankomt vanwege het wegvallen van de precariobelasting op kabels en leidingen in 2022. Met dit in het achterhoofd worden de woorden van de wethouder opeens heel anders. De list is dat u voor de rekening van de plannen mag opdraaien.

Verstandiger was geweest om een pas op de plaats te maken met het maken van nieuwe plannen. Voorbeeld: Een miljoen euro uittrekken voor kunst in de openbare ruimte tegen de achtergrond van het verhogen van belastingen en het verlagen van de weerstand van de gemeente, is lastig uit te leggen natuurlijk. De Leidenaar mag betalen omdat het college geen realistische begroting kan maken en geen keuze kan of durft te maken in de plannen. Of, om het platter te zeggen, op de pof leeft en een gat in de hand heeft. En dat is zorgelijk, net nu het goed gaat met de stad. Zorgelijk omdat iets zegt over de insteek en de financiële discipline in het college. “Acht wat is nou 2,4 miljoen…..” Zorgelijk is het ook de Leidenaar de rekening mag betalen. Als je bovenstaande uitspraak wat verdraaid krijg je: “Ach wat maakt die paar honderd euro’s belasting betalen nou uit op een jaarsalaris”. Om de stad te redden zou dat niet zo erg zijn en daar zouden veel Leidenaren ook wel bereid zijn om de beurs te trekken, maar om de ongelimiteerd dadendrang van dit college te financieren wel. Iets meer realisme graag. Geld dat je niet hebt, kan je ook niet uitgeven.  

Landelijk/​Provinciaal

De twaalf provinciale afdelingen vormen de schakel tussen de gemeentelijke afdelingen en het landelijke bestuur.