De afgelopen weken stonden in het thema van de Planning & Controlcyclus, ofwel het terugkijken naar de financiële resultaten over 2018 en het vooruit kijken naar de plannen die het college heeft voor 2020 -2023. Over de manier van begroten word ik niet vrolijk. Nog steeds leent het college ongelofelijk veel geld met een gigantische schuld in 2023 als gevolg. Nog steeds stijgen lokale lasten voor Leidenaren, voor Leidse ondernemers inmiddels tot ongekende hoogten. De gemeente wordt financieel steeds kwetsbaarder en we mogen van geluk spreken dat het college een aantal plannen simpelweg niet uitgevoerd krijgt, anders waren de financiële randen van wat acceptabel is al bijna bereikt. Nee, als ik Leidenaar zou zijn (en dat ben ik...) zou ik me veel zorgen maken over het financiële beleid van dit college. Zeker nu we ook moeten constateren dat de bouwmarkt zo overhit raakt dat bouwkosten sterk stijgen. Er komt nog een aantal grote projecten aan waarvan het me niet zou verbazen dat de vastgestelde budgetten niet toereikend zijn. Op de Centrumroute zat al een tekort, op de verbouwing van de raadzaal ook al. Ik hou mijn hart vast voor pak ‘em beet de Leidse Ring, de verbouwing van het Stadhuis, de bouw van de IJsbaan en de topsporthal.

Maar er is iets waar ik me veel meer zorgen om maak. Kijk, het uitgeven van veel geld is ook een politieke keuze en het hoort een beetje bij linkse partijen. Ik meen dat Mark Rutte ooit zei: “Geef links de zeggenschap over de Sahara en je bent binnen mum van tijd je zand kwijt”. Dat is in Leiden ook wel een beetje het geval. Erger nog dan de financien is dat Leidenaren inmiddels kunnen gaan twijfelen aan de betrouwbaarheid van dit college. Wat zijn gemaakte afspraken nog waard? Vastgesteld beleid wordt namelijk veelvuldig met voeten getreden met als gevolg dat Leidenaren kunnen gaan twijfelen aan de houdbaarheid van gemaakte afspraken en staand beleid.  Voorbeeld: In Leiden kennen we de hoogbouwvisie, een visie waarin de gemeenteraad heeft vastgelegd hoe hoog er maximaal gebouwd mag worden. Dat is 70 meter. In het verleden hebben we met elkaar afgesproken dat dat voor Leiden het maximum was. Maar neem het bouwproject LEAD aan de Willem de Zwijgerlaan of het Gebiedspaspoort in de Merenwijk, daar worden als het aan het college ligt bij wijze van uitzondering gewoon torens van respectievelijk 120 en 80 meter neergezet. De vraag die rijst is hoeveel de hoogbouwvisie nog waard is en of Leidenaren de hoogbouwvisie nog als uitgangspunt kunnen nemen?

Een ander voorbeeld is de parkeervisie en de inherente parkeernormen. We hebben in Leiden afgesproken dat bouwprojecten slechts met voldoende parkeerplaatsen mogen worden gebouwd. Die parkeernormen liggen vast. Dit om bijvoorbeeld de parkeerdruk in de omliggende wijken binnen de perken te houden. Met de parkeernormen in de hand weten Leidenaren waar ze aan toe zijn! Bij het genoemde bouwproject LEAD, maar ook bij de te bouwen Topsporthal staan deze parkeernormen ernstig onder druk. Zeker bij LEAD kiest het college, anders dan in de parkeervisie staat gemeld, om het aantal parkeerplaatsen die conform eis nodig zijn, drastisch te verminderen. U gaat maar lopen of met de fiets is het credo van dit college. En: U parkeert uw auto maar bij een ander voor de deur. Ook hier kan je als Leidenaar met de parkeervisie in de hand, grote twijfels zetten bij de betrouwbaarheid van het college.

En dan zijn er nog de twee economische visies; de Horecavisie en de Retailvisie. Bij die laatste hebben we afgesproken welke winkelgebieden in de toekomst als kansrijk worden beschouwd en welke niet. De Haarlemmerstraat past wel in de detailhandelsstructuur van de toekomst, de Van ’t Hoffstraat niet. Daar was het CDA het overigens niet mee eens, maar dit terzijde. We hebben in de Retailvisie afgesproken om ondernemers die in niet toekomstbestendige gebieden zitten niet weg te pesten. Pas als een onderneming stopt met bestaan gaan we over tot ‘verkleuren’ van de bestemming, bijvoorbeeld van detailhandel naar wonen. Ook bij de betrouwbaarheid van de Retailvisie kan een Leidenaar inmiddels vraagtekens bij zetten. De gezellige buurtwinkel Troefmarkt in Burgemeesterswijk sluit de deuren. Niet omdat hij niet verder wilde, maar omdat het pand verkocht is en de gemeente de bestemming van het pand het gewijzigd in wonen. Exit Troefmarkt. Wat is de Retailvisie dan nog waard? En wat zegt dit over de betrouwbaarheid van het college?

Ook de Horecavisie kunnen we inmiddels naar Rhijnhof dragen. In de Horecavisie hebben we afgesproken voor welke horeca er waar in Leiden ruimte is en waar niet. Horecaondernemers hebben met de Horecavisie een duidelijke toekomstvisie gekregen en hebben op basis van deze visie geïnvesteerd in hun zaak. Echter, het college kiest er ook nu weer voor om te breken met beleid. Maakte het vorige college al bij 5 panden aan de Nieuwe Rijn (waar een horecastop gold volgens de Horecavisie) een uitzondering, nu doet ze dat weer bij een pand aan de Breestraat. Op de Breestraat is volgens de horecavisie geen plek meer voor nieuwe horeca, maar kom, dan maken we toch gewoon een deur aan de Langebrug, dan is het geen Breestraat maak Pieterskwartier. In het Pieterskwartier is er volgens de visie nog ruimte voor kleinschalige horeca in het luxe segment. Dat de geplande horeca 250 stoelen heeft wordt er maar even niet bij gezegd. Symptomatisch voor een college dat geen nee durft te zeggen. Dat is al helemaal het geval met de Dansgelegenheid WiBar op bedrijventerrein De Waard. Ja, er is een dansgelegenheid (een soort LVC 2.0) gekomen op een bedrijventerrein, ver buiten het centrum. Leuk concept hoor die WiBar, maar waarom op een bedrijventerrein waar 1. Volgens de Horecavisie geen horeca is toegestaan, 2. De bestemming van het pand helemaal geen horeca toestaat, 3. Er een discotheek in Leiden leeg staat en waarvan navraag leert dat ze de Wibar best graag hadden willen hebben, 4. We met de komst van De Nobel al een plek in het centrum hebben waar WiBar-activiteiten heel goed hadden kunnen plaatsvinden waar ook nog subsidiegeld naar toe gaat, 5. De binnenstad van Leiden willen laten bruisen maar de mensen naar een bedrijventerrein sturen om een bandje te gaan zien. Nee, ook hier had het college met de horecavisie in de hand gewoon nee kunnen zeggen. Ze kiest echter om te breken met beleid en haar eigen betrouwbaarheid op het spel te zetten.

Zeggen dat iets op basis van de Hoogbouwvisie, de Parkeernormen, de Horecavisie en de Retailvisie, niet past, zit niet in de lijn van dit college. Het college lijkt alles dolletjes te vinden, zelfs als er gebroken moet worden met door de raad vastgesteld beleid. Dat levert gebroken beloftes op, zelfs zoveel dat wat mij betreft de betrouwbaarheid van dit college in het geding is. De gevolgen van het telkens breken met beleid zijn fnuikend, want met het constant breken “maken we samen de stad kapot".

Landelijk/​Provinciaal

De twaalf provinciale afdelingen vormen de schakel tussen de gemeentelijke afdelingen en het landelijke bestuur.