Ball and Basketball Court
11 maart 2019

Opinie: Leidse sport moet strijdbijl écht begraven

Sport in onze stad: samen voor ons eigen of samen voor Leiden?

Toen ik in 2009 als kersverse student rechtstreeks vanuit de polder in Leiden kwam studeren, keek ik mijn ogen uit. Als voetballiefhebber was ik bekend met hoofdklasse-voetbal maar al snel kwam ik erachter dat in Leiden meer was dan voetbal alleen. Ik raakte verzot op de Leidse  en werd meegenomen naar basketbal -en waterpolo wedstrijden van ZZ  en De Zijl. Al snel had ik door wat Leidenaren bedoelen met het zo bekende ‘Leidse sfeertje’. Het was mij duidelijk: sport leeft in Leiden. 

Toen ik in 2014 namens het CDA als duo-raadslid aan de gang ging met sport kwam ik erachter dat er ook grote uitdagingen lagen. De sport in Leiden heeft decennia stilgestaan. Er was een grote behoefte aan nieuwe fatsoenlijke accommodaties voor schaatsers, atleten, basketballers en zwemmers. Maar ook de breedtesport was- en is hard toe aan fatsoenlijke kleedkamers en nieuwe kunstgrasvelden.

In de raadscommissie mocht ik zitting nemen naast de legendarische wijlen Aad van der Luit. Hij maakte zich hard voor de Leidse sport en maakte daarmee niet altijd vrienden. Laten we het niet ontkennen: binnen de Leidse sport bestaan verschillende koninkrijkjes met uiteenlopende belangen. Lang niet iedereen kan met elkaar samen door één deur. “Samen voor ons eigen” lijkt soms het motto te zijn in deze stad. Vaak is de samenwerking in de Leidse sportwereld ver te zoeken. Het gevolg? Er valt zo veel meer uit de Leidse sport te halen.

Laat ik gewoon man en paard noemen. Voorbeelden zijn te over. De afgelopen jaren heb ik ruziënde voetbalverenigingen in de Mors meegemaakt en leden van DIOK die bij Roodenburg de velden  stonden op te meten om ze over te nemen. Recentere voorbeelden zijn  ZVL die niet meer wil praten met de gemeente omdat ze niet hun eigen verenigingsruimte krijgen in het nieuwe zwembad, de Leidse Sportfederatie (LSF) die overhoop ligt met de Stichting Topsport en last but not least ZZ Leiden die dreigt de stad te verlaten wanneer ze niet meer stoeltjes in de nieuwe topsporthal krijgen. En zo kan ik nog wel even doorgaan. 

En de gemeente dan? Ook die treft blaam. Te lang heeft de politiek verenigingssporten links laten liggen. Daarnaast gaat de communicatie naar de regio en naar de verenigingen gewoonweg te vaak mis. 

Het kán en móet dus beter. Sportend Leiden én de gemeente Leiden moeten samen die handschoen oppakken. Afgelopen weken werd bekend dat een nieuw platform, om de Leidse sportbelangen te vertegenwoordigen, wordt opgericht. Met positieve energie en samenwerking willen Marcel Verburg, Cees Ahsmann en Ramses Braakman de sport in Leiden verder brengen. Prachtig. Echter deelde deze nieuwe club nog voordat ze goed en wel begonnen waren al een sneer uit naar de LSF. De afgelopen periode zou de LSF de sportbelangen hebben verwaarloosd. Ook de gemeente kreeg er van langs want de sport dreigt het ondergeschoven kindje te worden. In het Leidsch Dagblad verbolgen reageerde de LSF verbolgen.

Is dit nu die nieuwe samenwerking? Hoe constructief is het om op te roepen tot samenwerking en het uitdragen van gedeelde belangen wanneer er gelijk sneren over en weer worden uitgedeeld? Helaas is dit typerend voor de Leidse sport. De gemeente Leiden gaat de aankomende periode voor 50 (!) miljoen euro in sport (accommodaties) investeren. Helaas blijft een financiële impuls vanuit de grote verenigingen tot nu toe uit. Uiteraard valt er op de uitwerking van de plannen genoeg aan te merken. Daar moeten verenigingen, belanghebbenden en de gemeente met elkaar over in gesprek. Maar laten we beginnen met elkaar te respecteren, fatsoenlijk met elkaar om te gaan en écht de samenwerking in de sport te zoeken. Pas het enthousiasme van het ‘Leidse sfeertje’  toe op de onderlinge samenwerking in de sport. Begraaf de strijdbijl. Dan staan er straks fantastische accommodaties en gaat sportend Leiden een zonnige toekomst tegemoet! 

Julius Terpstra
Woordvoerder sport
CDA Leiden

Landelijk/​Provinciaal

De twaalf provinciale afdelingen vormen de schakel tussen de gemeentelijke afdelingen en het landelijke bestuur.