16 november 2013

Algemene beschouwingen 2014 van het CDA Midden Delfland

Duurzame verandering.

Algemene beschouwingen 2014 van het CDA Midden Delfland

In voorgaande versies van de algemene beschouwingen schreven we dat vanwege de moeilijk draaiende economie de gemeentelijke financiën voorlopig nog wel onder druk zouden staan. Dat is nog niet veranderd. Maar inmiddels is daar bijgekomen dat het rijksbeleid op het punt van zaken zoals zorg, inkomensvoorzieningen en onderwijs is veranderd, het is soberder geworden en meer gericht op eigen verantwoordelijkheid van de samenleving en de mensen.

Minder inkomsten en meer verantwoordelijkheden voor de gemeente gaan niet vanzelf  voorbij als de economie weer aantrekt; het is de realiteit voor de komende jaren.

Een realiteit die het CDA niet als een tijdelijk probleem wil benaderen, maar als een duidelijk en langdurig uitgangspunt. Natuurlijk brengt dat uitdagingen met zich mee; daar gaan we vanuit een positieve houding mee om. We werken aan een duurzame verandering.

 

Vanuit die gedachte gaan we aan de slag. Niet te lang stilstaan bij wat we niet meer kunnen doen, maar de aandacht vooral richten op wat we wel kunnen doen en dat dan ook zo goed mogelijk en zo efficiënt mogelijk aanpakken.

De eigen verantwoordelijkheid van de samenleving en van de mensen klinkt aardig, maar dat vraagt wel een omslag in denken. Minder nadruk op zelf uitvoeren door de gemeente en meer op faciliteren. Maar de gemeente moet wel een vangnet bieden voor wie niet in staat is om de eigen verantwoordelijkheid op te pakken. Meer verantwoordelijkheid bij de samenleving neerleggen betekent ook een verschuiving bij het maken van beleid. In meer gevallen dan voorheen zullen de inwoners bij het beleid worden betrokken. We schuiven op van informatie naar inspraak en van inspraak naar medezeggenschap.

 

De komende periode gaat de aandacht van CDA Midden Delfland vooral weer uit naar mensen. Naar mensen die zich inzetten voor de kwaliteit van onze samenleving, naar mensen die deelnemer zijn aan de samenleving en in het bijzonder naar mensen die zonder onze hulp niet volwaardig aan de samenleving deel kunnen nemen. Aandacht voor elkaar en zorg voor zwakkeren is altijd al een kernpunt voor het CDA. Nu de rijksoverheid steeds meer van de eigen kracht van mensen uit gaat  en steeds minder geld en hulp beschikbaar heeft voor wie dat niet zelfstandig kan, zullen we, nog meer dan voorheen, dat op lokaal niveau met elkaar moeten regelen. Wij zien dat als onze belangrijkste opgave voor de komende jaren.

 

Een ander kernpunt is duurzaamheid. We gaan zuinig om met energie en grondstoffen. Wij gaan voor duurzame oplossingen, voor een aanpak met aandacht voor hier en nu en met oog voor de toekomst.

 

Het is voor ons niet vanzelfsprekend dat alle bezuinigingen van het rijk direct doorwerken op de mensen en organisaties die daar de nadelen van ondervinden. Het CDA is van mening dat de gemeente een eigen verantwoordelijkheid heeft en ook eigen afwegingen moet maken.

Wij gaan niet voor verhoging van de inkomsten van de gemeente en kijken dus kritisch naar de uitgaven. Die moeten worden afgestemd op de inkomsten, niet andersom.

 

Het CDA is een partij die samenwerking zoekt. Samenwerking tussen jong en oud, samenwerking tussen ziek en gezond, samenwerking tussen rijk en arm en ook samenwerking tussen politieke partijen. Wij willen de verschillen niet benadrukken, maar vooral kijken waar we elkaar kunnen helpen.

 

Op basis van voorgaande overwegingen en uitgangspunten hebben wij de voorstellen van het college bezien. De hoofdlijn van het beleid onderschrijven we, maar op diverse punten hebben wij suggesties voor verbeteringen.

 

Voordat we overstappen op onze voorstellen voor aanpassingen willen wij de ambtenaren bedanken voor alle energie en creativiteit die zij in deze begroting hebben gestopt en uiteraard ook voor al het werk dat het afgelopen jaar verzet is. Wij signaleren met voldoening dat de ambtenaren van onze gemeente het afgelopen jaar de nodige energie gestoken hebben in de kwaliteit van de dienstverlening en er daarbij tevens in zijn geslaagd om de stijging van de apparaatskosten  tot stilstand te brengen. Ook daarvoor spreken we onze waardering uit.

 

Om onze reactie goed te kunnen vergelijken met de voorstellen van het college die verwoord zijn in de Programmabegroting 2013 – 2017 van september 2013 is onze reactie opgebouwd conform de Programmabegroting. Wij gaan daarbij niet op alle paragrafen en onderdelen in, maar benoemen met name de onderdelen waar we specifiek aandacht noodzakelijk vinden.

 

 

Financieel meerjarenperspectief

Ondanks de lastige tijd is het huishoudboekje van de gemeente de afgelopen jaren goed op orde gebleven. Het CDA heeft financiële soliditeit altijd hoog in het vaandel staan en complimenteert het College dan ook voor de wijze, waarop in de achterliggende periode het huishoudboekje op orde is gehouden. Dit betekent echter niet dat alle financiële opgaven nu achter ons liggen. De nieuwste berichten vanuit het Rijk laten zien dat er de komende jaren nog een extra opgave te wachten staat. De gemeenten krijgen hierbij ook te maken met de drie decentralisaties waarbij in totaal circa € 10 mld. van het Rijk overgaat naar de gemeenten. De financiële omvang is hierbij 9 maal zo groot als bij de overdracht van de Wmo naar de gemeenten. Naast beleidsmatige aspecten hebben de financiële consequenties en risico’s van de decentralisaties prioriteit. Wij sturen op heldere rapportages en een systematische aanpak.

 

Voor het komende jaar en de periode daarna zijn de volgende uitgangspunten de basis voor het financiële beleid van het  CDA.

·         De uitgaven worden afgestemd op de inkomsten, niet andersom.

·         Waar mogelijk bezuinigen op apparaatskosten waarbij kritisch gekeken wordt naar de taken die we als gemeente uitvoeren. Toename van de kosten voor inzet van personeel en inhuur acht de CDA niet wenselijk.

·         De reserves houden we zoveel mogelijk op peil maar in bijzondere gevallen kunnen ze wel gebruikt worden om incidentele uitgaven te dekken, bijvoorbeeld bij de tijdelijke dubbele lasten voor de sportvelden en bij de kosten voor de kanteling van de zorg.

·         Bij de egalisatiereserves afvalstoffen en riolering zijn we kritisch ten aanzien van de benodigde hoogte van de reserve. De behorende tarieven houden we graag zo laag mogelijk.

·         We stellen voor de OZB te herzien, niet zozeer de hoogte van de OZB, die vinden wij redelijk, maar met name de afspraak over de jaarlijkse stijging van de inkomsten met 3 % is aan herziening toe. Een koppeling van onze tarieven aan de regionale stijging  of de inflatie is mogelijk een betere methode. Voor een goed onderbouwd besluit daarover is tijd nodig. Wij stellen daarom voor om voor 2014 nog op basis van de huidige afspraken te werken en het komende jaar te benutten voor de uitwerking van een andere systematiek.

 

Programma 1                     Vitale dorpen in Midden Delfland

Wij onderkennen en onderschrijven dat het kwalitatief hoogwaardig landschap van Midden

Delfland tussen de ons omringende steden een belangrijke drager is voor het bestaan van onze

gemeente en dat daarmee behoud en ontwikkeling van dit gebied een kernopgave is.

Het CDA zet in op een ruimtelijke,juridische en financiële verankering van het Midden-Delflandgebied binnen de metropoolregio.

Het aanstaande Cittaslow-congres, dat medio 2014 in o.a. onze gemeente wordt georganiseerd, geeft een uitstekende gelegenheid om Cittaslow bredere bekendheid te geven. Wij roepen het College dan ook op om die bekendheid niet alleen buiten Midden-Delfland te promoten maar juist en vooral ook de eigen inwoners hierbij sterk te betrekken. Naar de mening van de CDA-fractie geeft dit congres een belangrijke mogelijkheid om het draagvlak voor Cittaslow bij de eigen bevolking te verbeteren. Hoe denkt het College dit te realiseren ?

Er leeft binnen en buiten deze Raad de wens tot het verbreden van de inzet van de middelen van het IODS-fonds (breder dan het convenant tot nu toe aangeeft), de verantwoordelijk gedeputeerde heeft deze mogelijkheid onlangs onderstreept. Midden-Delfland's toekomstige vitaliteit hangt af van onze boeren, maar zeker ook van de kracht en inzet van de relevante maatschappelijke organisaties en ondernemers in het gebied. Hoe gaat de wethouder de groep die in aanmerking komt voor het IODS verbreden, wanneer kunnen wij zijn voorstellen hiertoe tegemoet zien?

Programma 2                     Bestuur en veiligheid

Een belangrijk speerpunt van het CDA betreft de communicatie tussen gemeente en inwoners.

Op initiatief van het CDA is vorig jaar besloten om jaarlijks te meten hoe de inwoners van

Midden-Delfland de communicatie en participatie vanuit de gemeente ervaren. Het CDA heeft hierbij het initiatief genomen om een CDA-loket te openen zodat inwoners en ondernemers zich kunnen melden als zaken vastlopen of men juist erg tevreden is. Ons bereiken op deze wijze zowel positieve signalen als voorbeelden waar we als gemeente van kunnen en moeten leren. Communicatie blijft constant om aandacht vragen en voor het CDA blijft dit een belangrijk speerpunt. Ook de oplossingsgerichtheid zal daarbij door inwoners en werkgevers ervaren moeten worden als “meedenken” en “serieus genomen worden”. Weliswaar is daar enige verbetering te zien maar er zal meer ambitie gestoken moeten worden om binnen het gemeentehuis een cultuur van “oplossingsgerichtheid” te realiseren.   

 

Een veilige woon- en leefomgeving is van groot belang bij de waardering van deze

woonomgeving door onze inwoners. Het CDA is met het college van mening dat

betrokkenheid van de inwoners daarbij essentieel is. De buurtpreventie in Midden-Delfland is hiervan een goed voorbeeld. De initiatieven, die in onze dorpen op dit vlak zijn ondernomen, getuigen van een betrokken samenleving waarin mensen verantwoordelijkheid nemen : waar een kleine gemeente groot in kan zijn. 

 

 

Programma 3                     Beheer, verkeer en milieu

De eventuele overname van de provinciale weg tussen Maasland en Den Hoorn (N468) komt het komende jaar in een belangrijke fase van overleg en besluitvorming terecht. Parallel aan dit voor onze gemeente belangrijke proces vragen wij aandacht van het college om een oplossing te vinden voor de beperkingen die de ondernemers langs deze weg ondervinden met betrekking tot het toegestane gewicht van vrachtverkeer. Welke plannen heeft de gemeente hiervoor ?

 

Op het punt van duurzaamheid zien wij een aantal positieve ontwikkelingen en goede kansen. Wij zijn blij met de aandacht en ondersteuning die het college geeft aan zaken zoals aardwarmte (bijvoorbeeld het geothermie project), duurzaam boeren, toepassing van LED verlichting, zonnepanelen voor agrarische bedrijven  enzovoort. Overigens verwachten wij in vervolg op onze motie van het afgelopen jaar het college het komende jaar wel serieus werk gaat maken van de toepassing van zonnepanelen door particulieren.

Wij onderschrijven de aansluiting van onze gemeente bij het Convenant of Mayors (vooral gericht op verdergaande verlaging van de CO2 uitstoot) en roepen het college op om op dat punt voldoende scherpe ambities te definiëren en de gemeenschap optimaal te betrekken bij de planvorming en uitvoering. Ontwikkelingen op dit punt sluiten aan bij het belang dat het CDA hecht aan goed rentmeesterschap.

 

 

Programma 4                     Onderwijs

Het college stelt voor het budget voor het lokaal onderwijsbeleid binnen enkele jaren volledig af te bouwen. Het CDA is van mening dat dit een verkeerde keuze is en bovendien een keuze die niet tegemoet komt aan de CDA  motie die het afgelopen jaar op dit punt is aangenomen.

Afbouwen van het budget terwijl daar via de reguliere bekostiging (nog) geen compensatie voor wordt geboden gaat ten koste van de zorg en aandacht die gegeven kan worden aan specifieke groepen leerlingen binnen onze basisscholen.

Naast inhoudelijke argumenten zal afschaffen van het budget voor lokaal onderwijsbeleid ook  financieel nadelig uitpakken. Door een afname van de zorg op de basisscholen zal een toename ontstaan van verwijzingen naar bijzonder onderwijs. De vervoerskosten per leerling die naar het bijzonder onderwijs gaat bedragen gemiddeld circa 8.000 euro. Bij een toename van 22 leerlingen die naar het bijzonder onderwijs verwezen worden (dat is nog geen 3 leerlingen per jaargang) zijn de vervoerskosten al even hoog als het huidige budget voor lokaal onderwijsbeleid.

Kortom het CDA kan niet instemmen met uw voorstel tot beëindiging van de subsidie op lokaalonderwijsbeleid.

 

 

Programma 5                     Welzijn en wet maatschappelijke ondersteuning

Op het gebied van welzijn komt er veel op de gemeente af; rijkstaken komen naar de gemeente en grote bedragen zijn er mee gemoeid voor een goede voorbereiding van de decentralisatie van het sociaal domein. Uit het antwoord op onze vraag over de hoogte van het bedrag, maken we op dat €850.000 is bedoeld voor eenmalige uitvoeringswerkzaamheden d.m.v. extra externe inhuur.  Is dit juist?

 

Gezondheidscentrum Maasland is helaas een onderwerp, dat al diverse jaren in de AB wordt genoemd. Het CDA is er van overtuigd, mede op basis van de ervaringen in Den Hoorn, dat het voor de kern Maasland grote voordelen (korte lijnen, dus efficiëntie) heeft om voorzieningen t.a.v. gezondheid onder een dak te huisvesten. Het is triest om te constateren dat gemeente en initiatiefnemers al ruim vijf jaar bezig zijn om tot een plan te komen en dat de communicatie wel erg stroef verloopt. Is het college van mening dat in Maasland een gezondheidscentrum moet komen?

Is het college bereid om collegebreed met de initiatiefnemers aan tafel te gaan om knelpunten te benoemen en oplossingen daarvoor te vinden, zonder dat  daar tijdverslindende correspondentie voor nodig is?

 

Bibliotheek

Evenals het voorgaande jaar vragen wij aandacht voor de rol van de bibliotheken op het punt van laaggeletterdheid bij volwassenen. Wij vinden dat onvoldoende terug in de beleidsplannen. Wij verzoeken het College om concreet aan te geven, welke acties in 2014 worden ondernomen om laaggeletterheid bij volwassenen terug te dringen.

 

Voor het CDA staat voorop dat mensen redelijkerwijs van een inkomen rond moeten kunnen komen en de noodzakelijke kosten van bestaan moeten kunnen opbrengen. Lukt dit niet dan moet de overheid de helpende hand bieden. Soms kan dit niet en om die reden is eerder de motie Midden Delfland Solidair aangenomen. Inmiddels wordt er sinds ongeveer een jaar samengewerkt met de SUN. We willen het komende jaar evalueren of dit doelmatig is en het gewenste vangnet biedt voor mensen die via het reguliere circuit niet geholpen kunnen worden. Wat is de mening van het College ten aanzien van de samenwerking met Sun tot op heden ?

 

 

Programma 6                     Economische en sociale zaken

Op het gebied van sociale zaken nemen de lasten voor de gemeente toe. Het college geeft aan prioriteit te geven aan uitstroom uit uitkering op korte termijn; korte gerichte trajecten hebben voorrang. Het CDA is het met deze werkwijze eens, omdat de kans op werk zo groter is. Het CDA geeft u echter, net als afgelopen jaar, nadrukkelijk in overweging om het aantal trajecten te verhogen. Niet alleen omdat dit weer perspectief geeft aan mensen die in een achterstandspositie zijn, maar ook omdat dit per saldo kansen biedt tot verlaging van de gemeentelijke lasten voor sociale zaken. Hoe kijkt het College tegen de verhoging van het aantal trajecten aan ?

Wanneer de mogelijkheden tot uitstroom beperkt zijn, komt vrijwilligers werk  als tegenprestatie in beeld om toch deel te kunnen nemen aan de samenleving. Het motiveren en het begeleiden wordt dan heel belangrijk om er een succes van te maken. Daarmee zijn kosten gemoeid. Zijn de financiën een belemmering om meer mensen door te geleiden naar vrijwilligerswerk?

 

 

Programma 7                     Ruimtelijke ordening, ontwikkeling en volkshuisvesting.

Het CDA blijft terughoudend om nieuwe exploitaties te starten. Als de doelen van de gemeente te verwezenlijken zijn zonder risicodragend te participeren dan heeft dat de voorkeur. Naast projectontwikkelaars denken we daarbij ook aan Particulier Ondernemerschap.

 

Bij lopende exploitaties moet de aandacht vooral liggen op het terugdringen van de kosten van personele inzet en van investeringen in voorbereidende werken.

 

 

9.3          Grondbeleid

De forse grondpositie van de gemeente maakt dat de grondexploitatie in de huidige

economische situatie het grootste financiële risico is. In dit verband willen we hier nogmaals

aandringen op beheersing van kosten bij lopende exploitaties. Indien de huidige

plannen niet tot het gewenste resultaat leiden, of financieel niet haalbaar willen we tijdig een bespreking in commissie of raad of het eventueel aan passen van de plannen. Wij hechten eraan dat de diverse scenario’s hierbij helder in beeld worden gebracht, zodat duidelijk is op welke wijze er bijgestuurd kan worden.

 

 

Tot slot willen wij het College erop attenderen, dat op een groot aantal door ons (en andere partijen) gestelde vragen nog geen concreet antwoord is gegeven.  Deze constatering hebben wij voorgaande jaren ook gedaan. Ofschoon wij begrijpen, dat het tijdsintensief is om op alle vragen antwoord te geven zouden wij het College willen verzoeken om op die vragen, waarop nog geen concreet antwoord is gegeven, alsnog te antwoorden.

 

 

Landelijk/​Provinciaal

De twaalf provinciale afdelingen vormen de schakel tussen de gemeentelijke afdelingen en het landelijke bestuur.