10 januari 2018

CDA over rapport over de Holland Outlet Mall: Verbazing en ongemak centraal

“Het rapport over de Holland Outlet Mall (HOM) roept verschillende gevoelens op bij de CDA-fractie. Verbazing over het oordeel over de sturing door de raad, ongemak over de manier waarop het project is aangepakt en blij met het verkregen inzicht.” Zo verwoordde fractievoorzitter Ingeborg ter Laak maandag de reactie van de fractie op het onderzoek naar mislukken van de HOM. 

Het onderzoeksbureau Necker van Naem onderzocht op verzoek van de Zoetermeerse gemeenteraad afgelopen najaar hoe het mis heeft kunnen gaan met de HOM. Maandag sprak de Zoetermeerse politiek over het rapport. “Het gaat de CDA-fractie vooral om de vraag wat we hier met elkaar kunnen leren. Het CDA stemden tegen het voorstel, een meerderheid stemde voor. Het gaat er ons niet om wie er gelijk krijgt. Maar wel om wat wij - als raad en college – leren in onze relatie tot elkaar en niet te vergeten in relatie tot de samenleving,” aldus ter Laak. 

Rol gemeenteraad

Een van de punten waar het onderzoekbureau op inzoomde, was de rol van de gemeenteraad. Het bureau schrijft dat er in de raad vooral partijpolitiek wordt bedreven. Het algemene belang wordt, volgens het bureau, teveel uit het oog verloren.De rol van de raad is voor ons wél om vanuit partijpolitieke opvattingen accenten te leggen,” legt Ter Laak uit. “Je steunt een voorstel als je er iets van je eigen opvatting in kunt terugvinden. Voor het CDA is dat logisch. Als we allemaal hetzelfde dachten, zat hier maar een partij. Maar de vele moties en amendementen die zijn ingediend zeggen dat de raad vond dat ze geen grip had op het project. Dat is wél een aandachtspunt en is meer dan het aanscherpen van procedures en een projectaanpak.” 

Project aanpak

Het CDA voelt ongemak over de manier hoe het project is aangepakt. “De fasen ‘wenselijkheid’ (Wil Zoetermeer dit project wel?) en ‘haalbaarheid‘ (Is het ook te realiseren?) zijn door elkaar gelopen, er is geen krachtenveldanalyse gemaakt, geen risicoanalyse en er bestond weinig tot geen inzicht in de financiële gevolgen van het project,” zegt Ter Laak. “De wens tot realisatie van het project is kennelijk zo groot geweest, dat er te veel concessies zijn gedaan aan de zorgvuldigheid.”  

Samenwerking gemeente – bedrijfsleven

Necker van Naem onderzocht ook de samenwerking tussen de gemeente en het bedrijfsleven. “Dat de Raad niet wist hoe de partijen functioneerden is één. Maar dat College het ook niet wist is eigenlijk schokkend,” vindt Ter Laak. “Vooral dat niemand wist wie de investeerder was. We vragen ons echt af welke typering hierbij hoort: naïef, onverschillig, onbekwaam of een grenzeloos vertrouwen?” 

Samenspraak

“Wat bij ons tijdens het hele proces tot grote irritatie heeft geleid is de kreet “niet iedereen kan zijn zin krijgen”,” aldus Ingeborg ter Laak. Uit dit onderzoek blijkt dat er meer aan de hand is dan ‘de zin’ van iemand. Volgens het rapport reageerde het college niet inhoudelijk op gestelde vragen. En dat zorgde voor wantrouwen en onvrede. “Dat is er eentje die we met ons allen goed moeten onthouden. Als de doelen in de fasen niet helder zijn, is het verklaarbaar dat de samenspraak voor iedereen frustrerend is verlopen. Voor bewoners, omdat ze zich niet gehoord voelden. Voor de ambtelijke organisatie, college en gemeente, omdat ze er zoveel tijd en aandacht aan dachten te hebben besteed. Samenspraak is geen kunstje. Samenspraak gaat over de bedoeling van een besluit en niet om een juridische sluitende aanpak te hebben.” 

Wat hebben we geleerd?

De vraag is of de aanbevelingen voldoende vertrouwen geven voor grote projecten in de toekomst. “Ik denk dan aan bijvoorbeeld de Schaalsprong, de bouw van 10.000 tot 16.000 nieuwe woningen in Zoetermeer. De onderzoekers zijn heel duidelijk: als wij niet veranderen zullen grote projecten in de toekomst niet slagen. Dat moeten we voorkomen. Het CDA heeft ambitie voor onze stad, dus moeten we de lessen ter harte nemen.”

Landelijk/​Provinciaal

De twaalf provinciale afdelingen vormen de schakel tussen de gemeentelijke afdelingen en het landelijke bestuur.