
23 februari 2026
18 februari 2026 2 minuten lezen
In het Boshuis in Klarenbeek spreken 4 vertegenwoordigers uit de politiek met elkaar en met het publiek over 'gemeenschapszin'. Tijdens de bijeenkomst werd duidelijk dat het prettig wonen met elkaar in een verbonden samenleving niet vanzelf gaat. Maar de nadruk lag nog veel meer op het versnellen van bouwen in het algemeen. Als CDA hebben we daar antwoorden op. Landelijk, provinciaal én lokaal.

Het is een mooie term, die door het CDA Apeldoorn wordt gebruikt. Het bouwen aan gemeenschappen. Het creëren van gemeenschapszin. Het voorbeeld van de kracht van de gemeenschap, de kracht van de samenleving werd gegeven door de lokatie zelf. Het Boshuis in Klarenbeek is in handen gekomen van een betrokken stichting die de lokatie exploiteert. Als ontmoetingscentrum voor het dorp en als multi-functioneel gebouw.
'Gemeenschapszin ontstaat vaak vanzelf', gaf Hanneke Steen aan. Inmiddels 100-dagen tweede Kamerlid voor het CDA. Toch is er soms een handje hulp voor nodig. De huidige coalitie heeft in haar recent gesloten akkoord ook aandacht voor ontmoetingsplekken in gemeenten. Daar begint vaak het initiatief. We moeten dus investeren in de samenleving om op latere momenten daar de vruchten van te plukken.
Met een gloedvol betoog vervolgde Peter Drenth, CDA gedeputeerde in Gelderland de avond. Drenth benadrukte het feit dat we als Gelderland trots mogen zijn op wat er in de provincie allemaal gebeurt. Hij roemde het programma 'Aanpak Veluwe' en de successen van GEUS (gebiedsontwikkeling Garderen, Elspeet, Uddel en Speuld). En Gelderland is met 2,1 miljoen mensen en een groot oppervlak een belangrijke provincie. Rond rivieren en de Veluwe.
Maar de gedeputeerde meldde ook dat overleg en balans nodig is. En mogelijk. In de laatste jaren heeft de provincie aangetoond dat door de dialoog met gemeenten, natuurorganisaties, agrarische ondernemers en en het rijk, het afgeven van vergunningen - één van de belangrijke taken van de provincie - is gelukt.




De beide lijsttrekkers van Voorst en Apeldoorn, Jürgen Wolff van Wülfing en Myrthe Kuiper, vulden aan met het lokale perspectief. Voorst is een dorp met 12 kernen, groot en klein. Ook daar moet met behoud van de leefbaarheid én de gemeenschap worden gebouwd. Om inwoners de kans te geven in hun dorp of buurtschap te blijven wonen. Maar ook het groene hart, door Wolff van Wülfing liefkozend het 'Central Park van de Stedendriehoek' genoemd moet zo veel mogelijk worden ontzien.
Door beide lokale politici wordt gepleit voor verenigingen, sport- en bewegen én ontmoetingsplekken. De lijn naar Den Haag is daarbij van belang voor de noodzakelijke financiering.
In Apeldoorn geeft Myrthe Kuiper het belang van het bouwen in de stad aan. Maak eerst de stad af. Ruim openliggende plekken op en versnel het bouwproces. Dat geldt bijvoorbeeld voor de centrum-locatie die nu noodgedwongen een speeltuin is én voor de Centraal Beheer locatie. Waar het CDA Apeldoorn de voorkeur geeft aan woningen in plaats van een politiemuseum. Kuiper vestigt ook de aandacht op mobiliteit. Met meer woningen in het hart van de stad moet het openbaar vervoer worden verbeterd en realistisch worden nagedacht over parkeren.
Het aanwezig publiek, dat volgens gespreksleider Mink Jaap Ypma, gemeenschapszin boven Carnaval en de Olympische Spelen had verkozen, greep de kans om veel vragen te stellen aan de aanwezigen en deden een appèl op de bestuurders om toch vooral te bouwen: 'Voor kinderen en kleinkinderen. De gemeenschap van de toekomst'.



23 februari 2026

21 februari 2026

21 februari 2026