24 augustus 2026
15 september 2026 2 minuten lezen
CDA Lochem luistert naar zorgen van agrariërs tijdens bedrijfsbezoek in Gorssel
Op 8 september 2026 bezocht CDA Lochem een bijeenkomst van agrariërs uit het gebied tussen de IJssel en de N348 bij de familie Groot Roessink in Gorssel. Het werd een middag die niet alleen draaide om regels, stikstof en natuurbeleid, maar ook om mensen, gezinnen en de toekomst van hun bedrijven.

Boeren vragen niet om stilstand. Zij vragen om duidelijkheid, betrouwbaarheid en een overheid die naast hen staat wanneer zij bereid zijn te investeren in de toekomst. Die boodschap nemen wij mee.
Zo vertelde een boer dat er eerder afspraken waren gemaakt over voortzetting van zijn bedrijfsvoering op de locatie waar ook de bijeenkomst plaatsvond, dit was op papier/contract vastgelegd, en nu komt de provincie daar binnen een jaar op terug. Toen hij dit vertelde moest hij even vechten tegen de tranen.
Daarbij geven meerdere boeren aan dat zij zich al jarenlang aanpassen aan veranderende wet- en regelgeving. Daarvoor bestaat begrip, maar tegelijkertijd verwachten zij een overheid die voorspelbaar en betrouwbaar handelt.
Tijdens de bijeenkomst zelf werd vooral de technische kant van het beleid toegelicht. Na afloop heeft het CDA geruime tijd met verschillende boeren gesproken. Die gesprekken waren open en constructief en leverden een aantal interessante inzichten op.
De gesprekken hebben geholpen om een nog beter inzicht te krijgen in de zorgen en afwegingen van de betrokken boeren. Hoewel er soms stevige emoties spelen, hadden we niet de indruk dat men niet wil meedenken. Integendeel: juist wanneer er sprake is van vertrouwen, maatwerk en wederzijds begrip lijken veel boeren bereid om constructief naar oplossingen te zoeken.
Het gevoel van erkenning en begrip is minstens zo belangrijk als de inhoud van de maatregelen zelf. Naarmate men zich minder gehoord voelt, neemt de weerstand tegen veranderingen toe.
Op basis van de gesprekken zagen we een aantal invalshoeken die wij als CDA Lochem verder onderzoeken:
- Meer inzetten op maatwerk per bedrijf en gebied, in plaats van uitsluitend een algemene aanpak. De gesprekken bevestigden voor mij dat geen enkele boerderij hetzelfde is (sommige boeren beschikken over meer financiële ruimte om investeringen te doen of veranderingen op te vangen, terwijl kleinere bedrijven vaak minder mogelijkheden hebben).
- Kijken of boeren nadrukkelijker kunnen worden betrokken bij natuurbeheer en landschapsonderhoud. Dit kan mogelijk bijdragen aan natuurdoelen én tegelijkertijd een aanvullend verdienmodel bieden voor agrarische ondernemers.
- Waar mogelijk werken met langdurige en betrouwbare afspraken. Wanneer boeren bereid worden gevonden om te investeren in natuur, verduurzaming of transitie, vraagt dat ook om voldoende zekerheid vanuit de overheid.
- Actief onderzoeken welke belemmeringen er zijn voor innovatieve technieken die kunnen bijdragen aan emissiereductie. Wanneer boeren(ondernemers) zelf in oplossingen willen investeren, moet regelgeving deze ontwikkeling niet onnodig blokkeren.
- Blijven benadrukken dat draagvlak ontstaat door vertrouwen. De gesprekken hebben mij vooral meegegeven dat erkenning van zorgen en een eerlijke behandeling minstens zo belangrijk zijn als de technische inhoud van beleid.
- Als CDA zouden we kunnen blijven uitdragen dat landbouw, voedselzekerheid, natuur en economie geen tegenstellingen hoeven te zijn. Juist door samen met boeren naar oplossingen te zoeken, ontstaat er meer kans op duurzame resultaten dan wanneer beleid uitsluitend als een verplichting wordt ervaren.

