
27 februari 2026
24 februari 2026 2 minuten lezen
In de afgelopen weken is er veel gezegd over de 1.000 euro subsidie voor omwonenden van het AZC aan de Ampsenseweg. Waar veel mensen het over eens zijn is dat er een gevoel gecreëerd werd dat het ‘wel eens onveilig’ zou kunnen zijn dat de asielzoekers er zijn en dat je daarom maatregelen in de veiligheidssfeer zou moeten nemen. Ons kandidaat raadslid Joseph de Vos werd geraakt door dat sentiment en deelt een ervaring uit zijn jeugd.

Ik maak zelf regelmatig mee dat kleine kinderen mijn huidskleur spannend vinden. Wat doen ouders of leraren dan? Die nemen het kind mee naar mij toe. Even kennismaken en weg is de angst. Zo simpel werkt het. Voor mij soms ongemakkelijk, je voelt je even meer dier dan mens, maar ik weet dat het in Afrika precies andersom werkt. Je vat het niet persoonlijk op.
Goedheid of slechtheid zit in de mens, niet in afkomst, gender of geaardheid.
Joseph de Vos
kandidaat raadslid
Een voorbeeld toen ik zelf ongeveer 16 à 17 jaar oud was: ik was mijn fietssleutel kwijt en liep met de fiets op mijn schouder naar huis. Er vormde zich een groep mensen achter me die overlegde wie mij zou aanspreken. Ik moest serieus moeite doen om duidelijk te maken dat het mijn eigen fiets was. Een deel van de groep liep zelfs mee tot ik de sleutel in de garage stak. Geloof me: dit was niet gebeurd als mijn broertje met zijn blonde haren en blauwe ogen er had gelopen.
Ik maakte wel vaker mee dat men betwiste of een fiets (of zelfs mijn auto) van mij was. Dit soort situaties, nutteloze staande houdingen met de fiets of auto, overkwamen mij vaker in - en rondom Lochem (binnen de gemeente).
Het wrange is: veel mensen juichen wél als een speler met een kleurtje scoort voor hun club, of gaan met plezier op vakantie naar landen die veel diverser zijn dan hun eigen straat. Maar zodra die diversiteit in hun eigen buurt verschijnt, is het ineens een bedreiging. Dat is geen angst voor onveiligheid; dat is volgens mij iets anders. Dáár moet je met bewoners over in gesprek, en waar nodig nuance brengen.
Eigenlijk net zoals hoe ouders en leraren kinderen kennis lieten maken met mijn huidskleur: even contact, even zien dat het gewoon een mens is. Geen wild dier, geen gevaar. Gewoon iemand die naast je kan wonen, werken of sporten. Diezelfde simpele stap - ontmoeting - haalt zóveel angst weg.
Voor mij is het niet makkelijk om dit zo te zeggen, het voelt een beetje alsof ik mezelf daarmee dehumaniseer, maar ik weet uit eigen ervaring dat hier (in ontmoeting) een groot deel van de oplossing zit.
Algemeen bekend: een deel van de weerstand gaat niet over veiligheid, maar over de angst dat zoon of dochter thuiskomt met iemand uit het AZC. Uitspraken als “je komt niet met een *** of met een buitenlander thuis” heb ik hier vaak genoeg gehoord. Soms was ik de uitzondering op de regel, soms ook niet - ouders hadden er niet altijd moeite mee om dat eerlijk tegen mij te zeggen (of dat ik het van hun kinderen zelf hoorde).
Als gemeente moet je hier boven staan. Je vertegenwoordigt niet alleen je eigen clubje, maar iedereen binnen de gemeente - ook tijdelijke of nieuwe bewoners. Angst versterken in plaats van wegnemen is in mijn ogen het tegenovergestelde van wat een volksvertegenwoordiger hoort te doen.
De oplossing ligt in ontmoeting, duidelijke afspraken en normaal contact. Niet in hekken en camera’s op de erven van bewoners. Als je dan toch iets wilt beveiligen, zet dan desnoods een hek en camera op het AZC zelf met een avondklok. Maar de huidige aanpak (subsidie op beveiligingsmaatregelen) is op zoveel manieren verkeerd. De samenleving kan voor iedereen zoveel mooier worden als dat stukje ongegronde angst losgelaten kan worden en we elkaar gewoon als "mens" kunnen zien.
Dat is in ieder geval mijn persoonlijke mening!

27 februari 2026

25 februari 2026

18 februari 2026