
09 juli 2026
19 augustus 2026 4 minuten lezen
De stikstofbrief van minister Jaimi van Essen heeft veel losgemaakt. Nu de plannen steeds verder indalen, worden ook de gevolgen voor agrarische ondernemers, steeds zichtbaarder...

De stikstofbrief van minister Jaimi van Essen heeft veel losgemaakt. Nu de plannen steeds verder indalen, worden ook de gevolgen voor agrarische ondernemers, steeds zichtbaarder. En voor mij als Statenlid ook de verschillen met de Gelderse Aanpak.
Vooropgesteld: ook wij vinden dat je zuinig moet zijn op de natuur en maken ons grote zorgen over de afname van biodiversiteit. En elke ondernemer zou dat moeten doen, want zonder stikstofreductie maatregelen kan ook Gelderland, Brabantse toestanden niet voorkomen.
De brief van minister van Essen noemt vergunningen als perspectief, maar dat is geen perspectief. Met een natuurvergunning geven wij als provincie jou als ondernemer toestemming om je activiteiten uit te voeren.
Perspectief is als je als ondernemer weet wat je mogelijkheden zijn in een gebied. Want als je bijvoorbeeld zegt tegen boeren in bufferzones rondom een stikstofgevoelig habitatsoort zegt wij werken mee aan verplaatsing, moet je die boer ook de mogelijkheid bieden om te verplaatsen.
En daarbij moet je ook duidelijk zijn als overheid hoeveel stikstofemissieruimte er is in een gebied, nu en in 2035. Want ondernemers, en zeker ook boeren, willen best meewerken om stikstofemissie te reduceren. En het gaat vaak harder dan dat wij als overheid erkennen. De overheid werkt vooral met rekenmodellen, bij stikstof is dat Aerius. Waarbij de input van de gegevens minimaal 3 jaar oud zijn. Dus de effecten van de opkoopregelingen en managementmaatregelen staan er gewoon nog niet in. Maar volgens gegevens van RIVM is de ammoniakdepositie in 2022 al gelijk aan 1960.
Maar hoe komt het dan dat de ammoniakemissie blijft dalen? Jaarlijks stoppen er veehouders. En minder stallen met vee, betekent minder ammoniakuitstoot. Probleem is dat autonome stoppers niet tellen als juridisch geborgde emissiereductie. En hier raak je de kern van de stikstofdiscussie sinds de PAS uitspraak van 2019. De beoogde stikstofreductie moet je borgen met(wettelijke) maatregelen. Hoe ga je dat doen overheid?
In de gebiedsplannen in Gelderland hebben ze dat geborgd door te zeggen, wij behalen de reductie door stoppers, managementmaatregelen en innovatie. En de provincie moet zeggen akkoord, maar in 2035 “romen” wij de beloofde reductie, van de totale stikstofruimte om te vergunnen, van het gebied af.
Door dit beleid, bijvoorbeeld vastgelegd in de Aanpak Veluwe, kan Gelderland aantonen dat 500 meter zones om stikstofgevoelige natuur voldoende is om, als je ook maatregelen neemt op het gebied van water, natuurbeheer en bodemherstelmaatregelen, de natuur te laten herstellen. De minister noemt deze uitzondering ook in zijn brief.
En in Gelderland doen alle sectoren mee, agrarisch, bouw, industrie en ja ook de inwoners zelf. Want voor signaal geef je af als je mensen vraagt om grote offers te brengen om stikstof te reduceren en vervolgens Lelystad Airport opent?
Klinkt simpel of niet?
Uiteraard zijn er wel wat addertjes onder het gras. Hoe borg je managementmaatregelen bijvoorbeeld? Gelderland investeert al jaren fors in OnePlanet om tot een monitoringssysteem te komen dat de ammoniakconcentratie meet in zowel de stal, op het erf als in het gebied. Maar een systeem dat geborgd is in de praktijk kost veel tijd.
Hoe verleen je een vergunning als de betrokken juristen 100% zekerheid eisen? Het is het kip en ei verhaal. Een innovatie kan pas in praktijk werken als die toegepast kan worden, maar dat kan alleen bij het verlenen van een vergunning. Wij zien dat de ammoniakemissie jaarlijks daalt en toch heeft ook Gelderland niet het lef om de experimenteerruimte te gebruiken die de omgevingswet biedt.
De brief van minister van Essen biedt voor al deze vraagstukken geen enkele oplossing. Politiek gezien is het een handige brief met voor alle partijen wat wils. Maar een GVE norm levert geen enkele bijdrage aan ammoniakreductie. Wel politiek draagvlak.
En de koppeling van stikstof en CO2 aan de fosfaatrechten (dierrechten), die verantwoord mogen worden via een managementinstrument (Kringloopwijzer) dat juridisch niet te borgen is, maakt de opgave voor boeren onvoorstelbaar moeilijk. De koplopers in Oost-Nederland kunnen er geen van allen aan voldoen, 80% van de biologische melkveehouders kan er niet aan voldoen. Het is gewoon niet voorstelbaar!
Laat dat nou net de campagneslogan van Tweede Kamerlid en landbouwwoordvoerder Jan Arie Koorevaar zijn: Samen werken aan doelen die voorstelbaar zijn.
Uiteindelijk gaat het om het voorkomen van de verslechtering van de door Nederland gemelde habitatsoorten in Brussel. En er zijn veel meer drukfactoren dan stikstof, denk aan recreatie, water en beheer. Een verzuurde bodem herstelt niet vanzelf. Dus besteed je financiële middelen nuttig. Het aanwijzen van 1000 meter grote bufferzones rondom N2000 en beekdalen gaan ook niet leiden tot een betere staat van de natuur, wel tot hoge nadeelcompensatie onder de omgevingswet. Geld wat bijvoorbeeld ook kan worden besteed aan de A50 bij Nijmegen, of onderhoud aan ander wegen of bruggen.
Het CDA heeft ooit overtuigd de motie ‘toets agrarische uitvoerbaarheid’ ingediend. Wat mij betreft moet je daar dan nu ook naar handelen, en snel ook. Want in antwoord op vragen geeft minister van Essen aan dat hij in oktober met spoedwet wil komen. Wat mij betreft hoeft niet de hele stikstofbrief van tafel, maar moet er wel perspectief gegeven worden. Vertrouwen aan de regio en moet het beleid uitvoerbaar en voorstelbaar zijn.
Mijn oproep aan het CDA: geef Koorevaar dan nu ook de ruimte om zijn rol als Tweede Kamerlid goed in te laten vullen!

09 juli 2026

12 maart 2026

07 februari 2026