
14 april 2026
23 april 2026 1 minuten lezen
De Landelijke Vereniging voor Kleine Kernen (LVKK) hield onlangs een enquête onder verenigingen en organisatoren, waaruit blijkt dat veel initiatiefnemers vastlopen door strengere regels, hogere kosten en administratieve lasten. Ook ons Tweede Kamerlid Judith Bühler stelde hierover al vragen in Den Haag.
Voor ons raadslid Jos Schlössels was dit aanleiding om namens de CDA-fractie artikel 43-vragen te stellen aan het college van Sittard-Geleen. Want juist dorpsfeesten en kleinschalige evenementen zijn van grote waarde voor de leefbaarheid en verbondenheid in onze kernen.
Wij willen weten hoe deze signalen lokaal worden herkend en of er ruimte is voor versoepeling, bijvoorbeeld bij kleinere evenementen en dorpsfeesten.
Lees hieronder de volledige brief.

Geacht College,
De LVKK (Lande Vereniging Kleine Kernen) heeft onlangs een enquête gehouden onder verenigingen en organisatoren van lokale gemeenschapsactiviteiten en evenementen naar aanleiding van ontvangen signalen over toenemende regeldruk door gemeenten. De Tweede Kamerfractie van het CDA heeft dit signaal ook ontvangen en daar vragen over gesteld.
Voor veel dorpen zijn evenementen zoals tentfeesten het hoogtepunt van het jaar. Toch heeft deze geliefde traditie het steeds moeilijker om te blijven bestaan. De combinatie van strengere regels, hogere kosten en toenemende eisen zorgt ervoor dat verenigingen en organisatoren steeds vaker vastlopen.
Volgens de LVKK ervaart 79 procent van de organisatoren de gemeentelijke regelgeving als een belemmering. Vooral de eisen rond veiligheid, vergunningen en papierwerk drukken zwaar op de kleine evenementen. "Een dorpsfeest met 150 bezoekers moet soms aan dezelfde veiligheidsnormen voldoen als een groot festival", zegt de LVKK.
Volgens hen dreigt daardoor een kaalslag onder vooral kleinere evenementen, sommige organisatoren vrezen dat tentfeesten op termijn verdwijnen.
Dorpsfeesten en evenementen zijn het sociale cement van onze kleine kernen en zorgen voor verbinding tussen generaties, identiteit en leefbaarheid in het dorp. Maar dat kan alleen als vrijwilligers er plezier in houden en niet verstrikt raken in regels.
De CDA-fractie heeft dan ook de volgende vragen aan het College:
1.Bent u bekend met dit afgegeven signaal door verenigingen en organisatoren van lokale gemeenschapsactiviteiten en evenementen?
2.Deelt u de opvatting dat door de stapeling van regels en administratieve verplichtingen lokale gemeenschapsactiviteiten zoals dorpsfeesten steeds meer onder druk komen te staan?
3.Bent u bekend met de landelijke enquête van de LVVK en hoe beoordeelt u deze voor Sittard-Geleen?
4.Hoe verklaart u dat vooral de eisen rond veiligheid, vergunningen en bureaucratie als grootste struikelblokken worden genoemd? Welke rol ziet u als college om mogelijke regeldruk te verminderen?
5.Bent u van mening dat van lokale gemeenschapsactiviteiten zoals dorpsfeesten niet verwacht kan worden dat zij aan dezelfde administratieve verplichtingen zouden moeten voldoen als grootschalige evenementen zoals festivals?
6.Is het binnen de huidige wet- en regelgeving mogelijk om voor lokale gemeenschapsactiviteiten versoepelde vergunningsprocedures te laten gelden?
7.Bent u bereid om samen met partijen zoals de LVVK dan wel de Limburgse VKKL op te trekken om te kijken hoe regelgeving voor lokale gemeenschapsactiviteiten, zoals dorpsfeesten, versoepeld kan worden?
Graag zien wij uw antwoorden binnen de gestelde termijn tegemoet.

14 april 2026

01 april 2026

31 maart 2026