
02 februari 2026
01 juni 2026 4 minuten lezen
Op 1 juni vond het debat over de jaarstukken 2025 plaats. Het CDA in haar termijn aandacht voor het financieel beleid, de servicenormen en publiekscampagnes bij de Publieke Veilige Taak. Lees hieronder de gehele spreektekst.

Voorzitter,
Misschien kijken sommige collega’s wat verbaasd op dat ik hier vandaag sta. Maar in mijn tijd stond de behandeling van de jaarstukken ook wel bekend als “bijltjesdag”: het moment waarop het college verantwoording aflegt over het afgelopen jaar. Mijn fractie vond het daarom passend dat ik vandaag het woord voer.
Vandaag bespreken we de Jaarstukken 2025. Dat is in de eerste plaats een debat van terugkijken. We kijken in de achteruitkijkspiegel: wat is er gebeurd, wat is gelukt, waar zijn middelen besteed en waar niet?
Tegelijkertijd weten we allemaal: ook als je in de achteruitkijkspiegel kijkt, rijdt de auto nog steeds vooruit. Tilburg staat niet stil. We hebben ambitie en zijn op weg naar het Tilburg van morgen: een stad die groeit, een stad die bruist. =
Voorzitter, Laat ik beginnen met het financiële beeld. Op papier sluiten we 2025 positief af. Het resultaat bedraagt 21,3 miljoen euro voordelig ten opzichte van de najaarsbijstelling. Na de voorgestelde overhevelingen resteert 16,6 miljoen euro. Dat klinkt ruim. En ja, Tilburg staat er nog altijd solide voor.
Maar wie verder kijkt dan dit ene jaar, ziet dat er waarschuwingslampjes branden op het dashboard. De jaarrekening laat structurele nadelen zien: 7,3 miljoen euro in 2026 en ruim 11 miljoen euro vanaf 2027. Daarbij speelt de regionale jeugdzorg een grote rol. Dat baart zorgen en vraagt om stevige sturing.
Ook de financiële kengetallen bewegen de verkeerde kant op. De solvabiliteit daalt van 62 procent in 2023 naar 56 procent in 2025. De netto schuldquote stijgt in diezelfde periode van 29 procent naar 40 procent. En bij het huidige ambitieniveau zien we richting 2029 een verdere verslechtering: een lagere solvabiliteit en een hogere schuldquote.
Voorzitter, voor het CDA is gezond financieel beleid geen boekhoudkundige hobby. Het gaat over verantwoordelijkheid nemen. Over zorgen dat we vandaag investeren, zonder morgen klem te komen zitten. Over een stad die kan blijven bouwen, zorgen, onderhouden en beschermen. Ook voor de volgende generatie.
Wij willen dus niet uit angst op de rem trappen. Maar we willen wel met verstand blijven sturen. Juist als je veel ambities hebt, moet je weten wat je eerst doet, wat later kan en wat misschien niet meer past. Daar zullen we de komende tijd ongetwijfeld nog vaak over spreken.
Voorzitter, Net als financieel beleid is ook dienstverlening aan inwoners iets wat de nodige aandacht vraagt. Juist daar raakt gemeentelijk beleid het dagelijks leven van Tilburgers en van inwoners van Berkel-Enschot, Udenhout en Biezenmortel. In het contact met de gemeente ontstaat voor veel mensen het beeld van de overheid. Word ik geholpen? Krijg ik antwoord? Begrijpt iemand mijn situatie?
Uit de jaarstukken blijkt dat verschillende servicenormen niet worden gehaald. Onze fractie heeft daar in de voorbereiding vragen over gesteld. Die zijn wat ons betreft naar tevredenheid beantwoord. Tegelijk blijven de servicenormen aandacht vragen. Want de wereld om ons heen verandert. De manier waarop inwoners contact zoeken met de gemeente verandert ook. Soms verwachten mensen sneller antwoord. Soms is persoonlijk contact juist belangrijker dan digitale snelheid. En soms moeten we eerlijk zijn dat een norm misschien niet meer past bij de werkelijkheid van vandaag.
Het CDA kan zich voorstellen dat, wanneer de vraag van de stad verschuift, we ook opnieuw kijken naar de normen die daarbij horen. Dat kan betekenen dat verwachtingen omhoog moeten. Maar het kan ook betekenen dat we normen realistischer maken.
Daarom vragen wij het college om bij de programmabegroting een analyse te geven van de servicenormen. Welke normen halen we niet? Waardoor komt dat? Zijn de normen nog passend? En waar moeten ze worden aangescherpt of juist bijgesteld? Voor het CDA staat één ding voorop: dienstverlening moet betrouwbaar, begrijpelijk en merkbaar zijn voor inwoners.
Voorzitter, Tot slot de veilige publieke taak. In het Sociaal Jaarverslag lezen we dat er in 2025 404 meldingen zijn gedaan van agressief en normoverschrijdend gedrag tegen ambtenaren en politieke ambtsdragers. Dat is lager dan in 2024, maar nog steeds veel te veel. Ook tijdens de afgelopen verkiezingscampagne hebben diverse raadsleden ervaren hoe actueel dit thema is.
Achter elk van die meldingen zit een mens. Een medewerker aan de balie. Een handhaver op straat. Een medewerker van het BAT. Iemand in een spreekkamer. Iemand die gewoon zijn of haar werk doet voor Tilburg, Berkel-Enschot, Udenhout of Biezenmortel.
Het CDA wil daar helder over zijn: oneens zijn mag. Bezwaar maken mag. Boos zijn mag soms ook. Maar schelden, intimideren, bedreigen of geweld gebruiken hoort nooit bij normaal contact met de overheid.
We zien dat Tilburg intern al veel doet. Er is een nieuw agressieprotocol vastgesteld. Er zijn trainingen, sessies en vormen van ondersteuning. Ook de pilot Team Collegiale Ondersteuning is succesvol afgerond. Dat verdient waardering.
Maar voorzitter, dit is niet alleen een intern organisatievraagstuk. Dit gaat ook over een maatschappelijke norm. En die norm moeten we zichtbaar maken.
Daarom vragen wij het college: wat gebeurt er op dit moment aan publieke beeldvorming rond de veilige publieke taak? Wordt er voorlichting gegeven op scholen? Wordt gewerkt aan een publiekscampagne? En als dat nu nog beperkt gebeurt, is het college dan bereid te bekijken wat binnen bestaande programma’s mogelijk is aan publieksvoorlichting?
Want al het goede werk binnen de organisatie moet hand in hand gaan met een duidelijke boodschap naar de samenleving: oneens zijn mag, agressie niet.
Voorzitter, afrondend. De Jaarstukken 2025 laten zien dat Tilburg veel kan. Maar ze laten ook zien dat we scherp moeten blijven. Op onze financiële koers. Op dienstverlening die inwoners echt merken. En op respect voor de mensen die onze stad draaiende houden.
Het CDA kiest voor optimisme met realisme. Voor investeren met verstand. En voor een overheid die dichtbij, betrouwbaar en veilig is.