
27 september 2026
14 oktober 2026 3 minuten lezen
Het nieuwe raadsvoorstel van het college om aan de voorkant de toevoeging van de twee sporthallen al te onderzoeken los van het zwembad, roept bij ons kritische vragen op.
Juist omdat wij het zwembad zo belangrijk vinden, kijken wij kritisch naar de koerswijziging
die nu wordt voorgesteld. We hadden eerst een plan voor een zwembad dat later optioneel kan worden uitgebreid met sporthallen. Nu, in het nieuwe voorstel, moet onderzocht gaan worden of een zwembad én twee volwaardige sporthallen tegelijkertijd kunnen worden gerealiseerd.
Bij een investering van deze omvang moeten we weten waar we aan beginnen, wat het gaat kosten en wat deze keuze betekent voor onze inwoners in de hele gemeente. Hoe zorgt het college ervoor dat de ambitie voor twee sporthallen niet ten koste gaat van de tijdige realisatie van het zwembad? En hoe zit het met de de sportvoorzieningen in andere dorpen?

Het huidige ontwerptraject voor alleen het zwembad wordt gepauzeerd. Als straks blijkt dat de financiële of energetische businesscase voor de sporthallen niet sluitend is, wordt de oorspronkelijke opdracht weer opgepakt. Maar dan is er tijd verloren. Het college benoemt zelf het risico dat Castricum tijdelijk zonder zwembad komt te zitten.
Daarom onze eerste vraag:
Hoe wordt geborgd dat de ambitie voor twee sporthallen niet ten koste gaat van de
tijdige realisatie van het zwembad?
Voor het CDA mag het noodzakelijke, nieuw zwembad in haar eerste ontwerp geen wisselgeld worden voor een grotere ambitie.
Het CDA vindt dat de financiële consequenties zorgvuldig moet worden onderzocht. Maar
kijk daarbij verder dan alleen Noord-End.
Wat betekent dit voor De Enterij in Limmen, voor de sportvoorzieningen in Akersloot zoals de gymzaal bij de Rembrandtschool en voor voorzieningen in onze andere dorpen?
Voor het CDA zijn sterke dorpen met voorzieningen dichtbij belangrijk.
Wij willen voorkomen dat we nu veel nieuwe sportcapaciteit op Noord-End in Castricum realiseren en over een aantal jaren tegen inwoners van de andere dorpen zeggen:
"uw sportvoorziening kan verdwijnen, want er is voldoende capaciteit op Noord-End.''
Als dat een mogelijke consequentie is, moeten de raad én onze inwoners dat vooraf weten.
Onze financiële verordening gaat uit van ‘zoveel mogelijk nieuw voor oud’. Dan willen wij precies weten wat in dit project het ‘oud’ is.
Zijn dat uitsluitend De Bloemen en Rooseveltlaan? Of wordt straks ook gerekend op het verdwijnen van De Enterij of andere sportaccommodaties? En als we de voorzieningen in onze dorpen behouden, is er dan nog voldoende behoefte én financiële ruimte voor twee nieuwe volwaardige sporthallen?
Noord-End is bovendien niet onze enige sportambitie.
We willen ook verder met de ontwikkeling van de Omniparken in Limmen en Akersloot.
Ook daar liggen investeringsopgaven.
Iedere euro kan maar één keer worden uitgegeven. Als we een groot deel van onze toekomstige investeringsruimte op Noord-End vastleggen, moeten we weten welke ruimte er daarna nog overblijft voor de andere dorpen.
Daarom wil het CDA een gemeente brede financiële én maatschappelijke afweging van onze sportvoorzieningen.
De actualisatie van het beleidsplan Sport en Bewegen en de Accommodatie-nota zou daarvoor een
belangrijke eerste stap moeten zijn.
En kijk daarbij niet alleen naar euro’s.
Een financiële besparing op papier kan maatschappelijk een hoge prijs hebben.
Voor het CDA zijn daarom drie zaken leidend:
Het CDA wil investeren in zwemmen, sport, bewegen, gezondheid. Maar we willen die keuzes in samenhang maken. Laat ons daarom niet alleen zien wat we op Noord-End kunnen bouwen, maar ook welke voorzieningen we willen behouden, wat het totaal gaat kosten en wat onze inwoners ervoor terugkrijgen – én mogelijk kwijtraken.
Pas dan kan deze raad een verantwoorde keuze maken.
Een keuze voor een goed zwembad, goede sportvoorzieningen én sterke dorpen.
Want uiteindelijk investeren we niet in stenen. Maar in het cement, oftewel in gemeenschappen.
We investeren in onze inwoners en in de leefbaarheid van onze alle dorpen.