04 maart 2026 1 minuten lezen

Grip op Hoog­karspel-Zuid, geen dorps­ver­dub­be­laar!

Wij hebben de overtuiging dat mensen in Drechterland wonen omdat ze het prettig vinden om in een landelijke gemeente te wonen en omdat ze onderdeel zijn van een gemeenschap.

De woningbouwplannen voor Hoogkarspel vragen om realistische keuzes!

Groei is welkom, maar passend binnen regionale afspraken én met behoud van de leefbaarheid van ons dorp. Daarom kijken wij kritisch naar Hoogkarspel‑Zuid: de schaal, impact en ontbrekende infrastructuur maken dit plan onverantwoord groot en niet passend bij wat lokaal nodig is!

De regionale afspraken zijn 1.000 woningen tot 2030 en daar valt Hoogkarspel- Zuid niét onder. Het tempo in de woningbouw behouden kan prima, maar wél binnen de regionale afspraken en met behoud van leefbaarheid. Hoogkarspel-Zuid betekent een verdubbeling van ons dorp met ruim 3.000 woningen bovenop de huidige 3.750. Dat is buiten proportie, zeker omdat de regio al volop bouwt in projecten zoals Nijevoert (~950), Groot Vriend (~450), Landje van Fleur (~100) en Venhuizen (~250). Er is dus geen noodzaak om hier een tweede dorp neer te zetten, want het overstijgt ruimschoots de regionale afspraken

“Wij bouwen liever voor onze eigen inwoners, niet als oplossing voor de Randstad.”

Wij bouwen liever voor onze eigen inwoners, niet als oplossing voor de Randstad. 

Roy Hof

Daarnaast loopt de infrastructuur achter: de Nieuweweg is overbelast en de beloofde noord-zuidverbinding komt er niet in het huidige plan. Ook al is deze wel degelijk nodig met name als we kijken naar Stede Broec waar wel drie overgangen zijn en verkeer dus logischer circuleert. Wij zeggen daarom: eerst de verbinding, dan pas bouwen. Zonder stevige garanties van provincie en Rijk voor bijvoorbeeld een noord-zuid verbinding is versnelling onverantwoord.

Bouwtempo mag nooit ten koste gaan van leefbaarheid en verkeersveiligheid, daarom trappen wij bij het huidige woningbouwplan Hoogkarspel-Zuid op de rem.

Geen haastwerk, maar realisme en gezond verstand.

Lees
ver­der