
14 maart 2026
06 maart 2026 1 minuten lezen
Wie met Roeland van Laar spreekt, merkt al snel dat hij niet veel heeft met politieke spelletjes. Hij is 22, studeerde HBO Agrarisch Ondernemerschap dier & veehouderij in Dronten en kijkt vooral vooruit. Niet vanuit wantrouwen, maar vanuit de vraag: hoe bouwen we hier een toekomst die klopt?
Roeland werd geboren aan de Burgemeester Schimmelpenninckstraat in Rhenen, maar zijn echte wortels liggen aan de Stokweg. Daar verhuisde het gezin naartoe toen hij zes was. Een plek met geschiedenis. Zijn overgrootvader begon er ooit een agrarisch loonbedrijf, zijn opa en oma bouwden dat uit tot een gemengd boerenbedrijf met rundvee en vleesvarkens tot de jaren 90. Vandaag is zijn vader de derde generatie die het land beheert. En wie weet… als de omstandigheden het toelaten, dient de vierde generatie zich alweer aan. “Dat je op een plek woont waar al generaties gewerkt is, dat voel je wel,” zegt hij. “Je kijkt anders naar grond, naar eigendom, naar verantwoordelijkheid.”
Opgroeien tussen dorp en boerenerf
Rhenen en Elst noemt hij zijn opgroeiplek. Basisschool ’t Visnet in Elst, jarenlang atletiek bij Arena in Rhenen en veel uren op de boerderij van Wilco en Linda Versteeg in het binnenveld. Daar leerde hij het boerenleven kennen.
Rhenen is volgens hem meer dan een stadje aan de Rijn. Het is geschiedenis én traditie. De Sinterklaasintocht, bouwweek, de Paasveetentoonstelling. Het zijn momenten waarop alles samenkomt. “Het is gewoon een gezellige stad,” zegt hij. “Met dorpskernen waar mensen elkaar kennen.”
Zijn ouders en de mensen om hem heen vormden hem. Ondernemend. Avontuurlijk. Maar ook realistisch. Zijn agrarische stages in het buitenland hebben daar veel aan bijgedragen. “Daar leer je wat risico is. Wat investeren betekent. En wat lange termijn denken écht inhoudt.”
Landbouw vraagt om kennis en visie
Roeland ziet dat Nederland en de wereld, voor grote uitdagingen staat. In zijn ogen zit het spanningsveld vooral in de veranderende kijk van consumenten op boeren. De afstand groeit. De affiniteit neemt af. “Maar we zitten niet in verschillende bubbels,” zegt hij. “We zitten in dezelfde bubbel. Iedereen doet zijn ding, en we zijn afhankelijk van elkaar.” Het huidige landbouwdebat noemt hij onsamenhangend en te veel gericht op de korte termijn. “Een bakker is niet voor niets een bakker. Die heeft kennis. In de politiek zie je soms dat mensen op posities komen zonder inhoudelijke kennis. Dan wordt beleid kwetsbaar.” Boeren ziet hij als beheerders van het landschap. Niet tegenover natuur, maar er middenin. “Vogels en kikkers moeten ook leven. Maar het moet wel economisch gezond zijn. De boer kan prima natuurbeheerder zijn als daar ruimte voor is.” Hij pleit voor een lange termijnvisie, gebaseerd op vakkennis. En voor het durven heroverwegen van natuurrichtlijnen waar die knellen. Als voorbeeld noemt hij de Palmerswaard. “Nu wordt er gemaaid door Utrechts Landschap. Een boer had dat ook kunnen doen, via agrarisch natuurbeheer. Mensgemaakte natuur is óók cultuur.”
Jong en kritisch, maar niet afzijdig
Roeland heeft niet veel met landelijke politiek. “Die moet zich nog bewijzen.” Lokaal hoort hij weinig. “Voor jongeren is de lokale politiek best onzichtbaar.” Wat hem afknapt is het ontbreken van toekomstperspectief. “Als dat ontbreekt, haken mensen af.” Toch volgt hij wat er gebeurt. En hij is blij dat lokale politiek soms andere standpunten inneemt dan landelijk. Zijn oproep is helder: luister beter. Zoek het compromis. Gun elkaar het licht in de ogen. “Vaak zijn we te bang. Terwijl je met een lange adem en samenwerking verder komt dan met harde woorden.”
Wonen, werken en geen massale groei
Wat hem bezighoudt, reikt echter verder dan zijn eigen pad. Hij gunt zijn generatie een toekomst waarin werken, wonen en voorzieningen met elkaar in balans zijn. Een omgeving waarin jonge mensen niet hoeven te vertrekken om perspectief te vinden, maar de ruimte krijgen om die zelf vorm te geven. Sterke en goede lokale bedrijven vindt hij belangrijk. Werkgevers zorgen voor passend werk. Dat geeft stabiliteit. Zijn advies aan de politiek: ga praten met ondernemers.
Samen sterker
Roeland wil zich inzetten. Hij was bestuurder bij zijn studentenvereniging en is nu bestuurslid van de Paasveetentoonstelling een traditie die wat hem betreft nog decennia meegaat. Hij gelooft in samenwerking. Iedereen draagt bij. Wat hem zorgen baart is toenemend individualisme. “Mensen hebben minder over voor elkaar.” Zijn oproep aan leeftijdgenoten: laat je stem horen. Stem niet populistisch. Denk verder dan vandaag. En aan de lokale politiek: luister en werk samen.