CDA | 4. Groene Hart / Landelijk Gebied

4. Groe­ne Hart / Lan­de­lijk Gebied

Het Groene Hart is niet alleen een landschap, maar ook een belangrijk deel van onze identiteit.

Bottom-up benadering.

Het Groene Hart blijft open en polderig.

Koeien in de wei, sloten, knotwilgen, boerderijen, de kaasmarkt en de Koeiemart, maken onze omgeving en samenleving uniek. Het CDA Woerden bewaakt dat. Het buitengebied kun je maar één keer volbouwen. Daarna is het voorgoed verdwenen.

Onderop aanpak bij de uitdagingen in het landelijk gebied.

. Samen met boeren en andere gebruikers van het land werken we aan oplossingen. Natuurontwikkeling moet passen bij het gebied. Geen generieke moerasplannen die niet aansluiten op ons veenweidelandschap, maar bijvoorbeeld agrarisch natuurbeheer. We werken aan het remmen van bodemdaling, het versterken van biodiversiteit en het bieden van toekomstsperspectief aan boeren die hier al generaties werken. Wij zien boeren als partners in het beheer van het landschap en het mooi houden ervan. Wij willen dat zij daarvoor eerlijk beloond worden.

Ruimte voor recreatie.

Wandelen, fietsen, varen en zwemmen bij hitte moeten mogelijk zijn, maar altijd passend bij het gebied en zonder onveilige situaties (smalle polderwegen met landbouwverkeer en recreatiefietsers door elkaar). Het buitengebied moet leefbaar blijven voor wie er werkt én rustgevend voor wie er ontspant.

Terughoudend met woningbouw in het buitengebied .

Woningbouw in het buitengebied kan alleen zorgvuldig. Het CDA staat bouwen in open poldergebieden, zoals de Harmelerwaard, niet toe. Wel willen we kijken naar hergebruik van vrijkomende agrarische bebouwing (VAB) aan de rand van de kernen, in dorpse schaal en primair voor eigen inwoners. Zo blijven dorpen vitaal zonder het landschap vol te zetten.