
27 januari 2026
30 januari 2026 3 minuten lezen
De mogelijke invoering van een tol- of vignetsysteem op het Belgische wegennet baart de CDA Statenfractie Zeeland grote zorgen. Voor veel Zeeuwen – en in het bijzonder voor inwoners van Zeeuws-Vlaanderen – is België geen ‘buitenland’, maar een vanzelfsprekend onderdeel van hun dagelijkse leefgebied. Wonen, werken, ondernemen en reizen stoppen niet bij de grens. Het CDA stelde daarom vragen hierover aan het college van Gedeputeerde Staten.

Juist voor Zeeland kunnen de gevolgen van een Belgische tolheffing groot zijn. Door onderhoud aan de Westerscheldetunnel zijn Zeeuwse automobilisten in de praktijk regelmatig aangewezen op routes door België. Extra kosten, onzekerheid en mogelijke omrijroutes raken daarmee direct de bereikbaarheid, economie en leefbaarheid van onze provincie. Daarnaast staat een dergelijk systeem op gespannen voet met het vrije verkeer van personen en goederen, een fundament van de Europese Unie.
Naar aanleiding van recente signalen uit zowel Provinciale Staten als de Tweede Kamer hebben Statenleden Anton Geluk en Cas Vesseur namens het CDA Zeeland schriftelijke vragen gesteld aan het College van Gedeputeerde Staten. Met deze vragen wil het CDA helderheid krijgen over de stand van zaken, de mogelijke gevolgen voor Zeeuwen en de inzet van het provinciebestuur richting België, Den Haag en – waar nodig – Europa.
Vragen ingevolge artikel 44 reglement van orde aan het College van Gedeputeerde Staten door Statenleden Anton Geluk en Cas Vesseur
Ontvangen: 29 januari 2026
Onderwerp: Tolheffing Belgisch wegennet
In de vergadering van de commissie economie van 23 januari 2026 zijn door JA21 mondelinge vragen gesteld over het vignet- of tolsysteem dat België wil invoeren voor automobilisten. Hoewel dit systeem geen uitzondering maakt voor ingezetenen van België komt het toch over als een discriminerend systeem ten opzichte van Nederlandse automobilisten doordat waarschijnlijk de reguliere wegenbelasting wordt verminderd voor Belgische ingezetenen. Een tol- of vignetsysteem treft met name degenen waarvan (een deel van) België op natuurlijke wijze onderdeel vormt van hun leefgebied doordat zij dicht bij de grens wonen of werken. De gedeputeerde heeft reeds aangegeven dat hij verrast was door de positieve houding van de minister, en dat hij invoering van zo’n systeem een aantasting vindt van het vrije verkeer van goederen en personen, een van de fundamenten van de EU.
Tijdens het vragenuur in de Tweede Kamer van 27 januari 2026 is de minister van Infrastructuur bevraagd over de mogelijke invoering van een Belgische tolheffing voor automobilisten. Daarbij is specifiek gewezen op de gevolgen voor Zeeuwse automobilisten, die door onderhoud aan de Westerscheldetunnel in de praktijk aangewezen zijn op routes door België. De minister gaf aan nog niet formeel over de plannen te zijn geïnformeerd, maar zegde toe hierover in overleg te treden met zijn Belgische ambtsgenoot en daarbij de Nederlandse belangen onder de aandacht te brengen, met het uitgangspunt dat eventuele maatregelen proportioneel moeten zijn.
Tegen deze achtergronden stelt de CDA Statenfractie Zeeland de volgende vragen aan het College van Gedeputeerde Staten (GS).
1. Heeft de verantwoordelijk bestuurder in België overleg gevoerd met het College van GS?
2. Zo ja, heeft u de bezwaren die u tijdens de commissievergadering noemde direct op tafel gelegd; zo nee, bent u bereid om dit op korte termijn in een gesprek met de verantwoordelijk Belgische bestuurder te doen?
3. Heeft u inmiddels contact gehad met onze minister van Infrastructuur en Waterstaat over dit onderwerp, en indien dat zo is, wilt u ons dan voor zover mogelijk informeren over hetgeen daar besproken is?
4. Indien u nog geen contact heeft gehad met onze minister, wilt u dat dan op zo kort mogelijke termijn doen en hem de boodschap meegeven die u aan de commissie gaf op 23 januari jongstleden?
5. Is invoering van dit systeem al zeker?
6. Kan het college inzicht geven in de mogelijke gevolgen van het tolvignet voor inwoners van Zeeland, waaronder situaties met Belgische leaseauto’s die door Nederlandse inwoners worden gebruikt en Nederlandse auto’s van werknemers bij Belgische werkgevers, en de onzekerheid die hierover bestaat?
7. Kan invoering van het mogelijke Belgische tolvignet gevolgen hebben voor de Zeeuwse ambities in het kader van Zeeland 2050, bijvoorbeeld op het gebied van bereikbaarheid, economie en toerisme?
8. Is het College bereid om (waar mogelijk) gebruik te maken van beschikbare data en metingen, bijvoorbeeld op basis van verkeersstromen en mobiliteitsgegevens, om de impact op de provincie Zeeland (en dan met name Zeeuws-Vlaanderen) inzichtelijk te maken en deze onderbouwing te benutten in regionaal en grensoverschrijdend overleg?
9. Kan het College inzicht geven in de effecten die Belgische tolheffing gaat hebben op het Zeeuwse wegennet qua veiligheid en kosten? Leidt dit bijvoorbeeld tot meer drukte, meer ongevallen, mogelijk intensiever gebruik van de wegen, meer afsluitingen, meer reparaties, meer maatschappelijke schade door extra vertragingen? Indien het College dit inzicht niet heeft, is het College dan bereid hier op korte termijn onderzoek naar te laten uitvoeren?
10. Ziet het College nog mogelijkheden om naast overleg en samen optrekken met Noord-Brabant en Limburg andere maatregelen te treffen om dit voorgenomen besluit van België zoveel mogelijk te ontmoedigen?
11. Welke juridische mogelijkheden, bijvoorbeeld op het niveau van de Europese Unie, ziet het College om dit besluit van de Belgische overheid tegen te houden?
12. In hoeverre wordt de mogelijke invoering van een Belgisch tolvignetbetrokken rondom de keuze voor de verschillende omleidings- en uitvoeringsvarianten van de Westerscheldetunnel?

27 januari 2026

23 januari 2026
12 december 2025