CDA | Hier gaan wij voor

Hier gaan wij voor

100 plannen

  1. Bouwen in alle kernen. We bouwen bij elke kern van de Krimpenerwaard. We gaan door met de bestaande plannen en zetten in op nieuwe plannen voor de kernen die nog niet aan bod zijn gekomen.
  2. Hoogbouw toestaan. Voor betaalbaar en toekomstbestendig bouwen. Indien passend gaan we tot 4, 5, 6 hoog. In uitzonderingen hoger. De vraag naar gelijkvloerse appartementen groeit snel door de vergrijzing en juist deze woningen brengen de meeste doorstroom op gang.
  3. Regie houden met actief grondbeleid. Wij vergroten het strategisch budget om als gemeente grond aan te kopen waar dat nodig is om woningbouw op te starten. Zo houden we invloed op het tempo, de prijsklasse en het type nieuwbouw.
  4. Aanstellen van een bouwmeester. We verkorten de doorlooptijd door een bouwmeester aan te wijzen die knopen doorhakt tussen gemeentelijke afdelingen. Geen eindeloze interne afstemming meer, maar voortgang.  Liever een project dat een ‘8’ scoort dan géén project dat zo nodig een ‘10’ moest halen.
  5. Meer woningen terugbouwen na sloop. We verruimen de mogelijkheid om op erven waar gesloopt wordt, meer dan drie woningen terug te bouwen (het huidige beleid). Ook in het buitengebied zit een deel van de oplossing.
  6. Woningsplitsing en transformatie. We maken het eenvoudiger om grote woningen of bijgebouwen te splitsen in twee of meer kleinere huizen. Daarmee helpen we starters aan een plek en verwezenlijken we woningen zonder extra verstening.
  7. Aanpakken van leegstand. In de Krimpenerwaard staan ruim 300 woningen lang leeg. De oplossing begint bij het gesprek met de eigenaar. Een leegstandsverordening geeft de gemeente een instrument om eigenaren te stimuleren dat gesprek aan te gaan.
  8. Parkeernormen verstandiger toepassen. De huidige parkeernormen zijn te rigide en houden woningbouw onnodig tegen. Niet elk huishouden heeft twee auto’s voor de deur nodig. Door parkeernormen aan te passen aan de doelgroep en type woning, maken we inbreidingslocaties weer haalbaar.
  9. Inzetten Huisvestingswet bij nieuwbouwwoningen. Het goedkope deel van nieuwbouwwoningen reserveren we zo veel als wettelijk mogelijk voor inwoners of terugkeerders.
  10. Meergeneratiewonen. We kiezen voor woonvormen geschikt voor jong en oud. We maken mantelzorgwoningen of een woning voor de kinderen op eigen terrein mogelijk. Bij een nieuwbouwplan proberen we het concept van een meergeneratiehof in te passen.
  11. Ondersteunen en verantwoordelijkheid geven. Organisaties die draaien op vrijwilligers ondersteunen we actief, maar geven we als gemeente ook eigen verantwoordelijkheid. Dit doen we door het schrappen van overbodige regels en een betrouwbare gesprekspartner te zijn.
  12. Platform voor vrijwilligers. We faciliteren een vrijwilligersplatform waarbij vraag en aanbod in vrijwilligerswerk zichtbaar is en waar kennis en informatie over vrijwilligerswerk wordt gedeeld.
  13. Dorpshuis in elke kern. Dorps- en cultuurhuizen zijn een ‘thuis’ voor vele inwoners en verenigingen. Maar, het wordt steeds lastiger om financieel gezond te blijven en voldoende vrijwilligers te vinden. Om ze (financieel) toekomstbestendig te maken zullen de komende periode nieuwe, eenduidige afspraken gemaakt worden.
  14. Cultuur en erfgoed in stand houden. We blijven culturele organisaties als het Zilvermuseum, Streekmuseum en muziekverenigingen ondersteunen. Door meer samenwerking in het culturele veld kunnen we de beleving en educatie vergroten.
  15. Een gemeentelijke sportorganisatie. Met één aanspreekpunt voor verenigingen en langjarige en eenduidige afspraken rondom beheer en onderhoud. We brengen ook de buurtsportcoaches bij deze organisatie onder.
  16. Toekomst voor zwembaden. Met de zwembaden werken we aan het financieel toekomstbestendig maken van de exploitatie, mét de inzet van vrijwilligers.
  17. Investeren in maatschappelijke voorzieningen. Met de Investeringssubsidie Maatschappelijke Voorzieningen draagt de gemeente maximaal 30% van de kosten bij grote investeringen bij, zoals de aanleg van een hockeyveld of realisatie van een scoutinggebouw. Daar gaan we mee door.
  18. Multifunctionele, toegankelijke accommodaties en samenwerking. Door samenwerking te stimuleren tussen verenigingen, scholen, buurtsportcoaches en welzijnsorganisaties, brengen we meer inwoners in beweging. Daarnaast liggen er kansen om accommodaties multifunctioneel in te zetten en ruimte in de kernen vrij te maken voor bijvoorbeeld woningbouw of andere maatschappelijke voorzieningen.
  19. Iedereen de kans om te sporten. We zetten het Jeugd- en Volwassenenfonds Sport en Cultuur voort. Dit fonds maakt het mogelijk dat kinderen en volwassenen die door financiële redenen geen lid kunnen worden van een sport- of cultuurvereniging, toch mee kunnen doen.
  20. Zorg voor elkaar begint altijd dichtbij. Daarom steunen we de ingezette koers om als gemeente meer in te zetten op samenredzaamheid, collectieve oplossingen en algemeen toegankelijke voorzieningen (zonder indicatie).
  21. Sociaal domein gaat over mensen, niet over cijfers. In het sociaal domein gaat veel geld om, maar discussies mogen niet alleen over de financiën gaan. Eenvoudige maatregelen zoals budgetplafonds, taakstellingen of wachtlijsten lossen de onderliggende problemen niet op. We zullen scherper de vraag moeten stellen: waar zijn we als gemeente wel en niet van?
  22. Een sterk Lokaal Team, waarbij gemeente en preventiepartners met elkaar samenwerken. Niet elke hulpvraag hoeft met geïndiceerde zorg te worden opgelost. Samen met welzijnspartijen, (school)maatschappelijk werkers en jeugd- en jongerenwerk kunnen we de inzet van dure zorg voorkomen.
  23. Investeren in de lange termijn. Het CDA kiest voor het blijven investeren in preventie en het versterken van de sociale basis. Het structureel blijven investeren in jongerenwerk, welzijnswerk, schoolmaatschappelijk werk en het verenigingsleven is essentieel voor de toekomst.
  24. De (her)invoering van een inkomensafhankelijke bijdrage bij de Wmo. Het Rijk werkt aan de herinvoering van een inkomensafhankelijke bijdrage voor de Wmo (huishoudelijke hulp, traplift, begeleiding, etc.). Dit wordt steeds uitgesteld, terwijl het voor de solidariteit en beschikbaarheid van de zorg broodnodig is.
  25. Meer samenwerken. Het sociale, gemeentelijke en medische domein werken soms (onbewust) langs elkaar heen. We pleiten voor meer samenwerking, in navolging van initiatieven als Welzijn op Recept, de jeugdondersteuner bij huisartsen en de samenwerking tussen Team Sportservice en de fysiotherapeuten.
  26. Extra aandacht voor mantelzorgers en een dementievriendelijke samenleving. We pleiten voor de voortzetting en versterking van initiatieven als respijtzorg, dagbesteding en ondersteuning (informatie en advies) door welzijns- of belangenorganisaties te stimuleren en bekostigen.
  27. Gezondheid als gezamenlijke opdracht. Wij geloven dat je een betere gezondheid niet oplegt vanuit de overheid, maar kan bereiken van onderop. Dit betekent dat we de uitvoering van gezondheidsprogramma's het liefst bij de maatschappelijke partners beleggen, zoals welzijnspartijen, fysiotherapeuten en Team Sportservice.
  28. Bestaanszekerheid, in het bijzonder van gezinnen. Door onder andere de inzet van Schuldhulpmaatjes, budgetcoaches, woningbouwcorporaties en het Geldpunt helpen we inwoners die in financiële problemen dreigen te raken of zitten. De minimaregelingen zetten we voort. Goede en duidelijke communicatie is voor deze doelgroep extra van belang.
  29. Duurzame relaties. Door langjarige afspraken te maken en duidelijkheid te geven over verantwoordelijkheden met onze preventiepartners en zorgaanbieders, bouwen we aan duurzame relaties. Dit levert op de lange termijn betere zorg en minder bureaucratie op. Het verkleint bovendien de kans op zorgfraude, buitensporige kosten en het ‘stapelen van zorg’.
  30. Versterken van thuissituaties. We kijken niet alleen naar het kind zelf, maar ondersteuning is gericht op het versterken van het gezin. Dit betekent dat we waar het kan een beroep doen op de ouders en/of het netwerk, zoals familie of de buurt.
  31. Ondersteunen van pleeggezinnen en buurtgezinnen. It takes a village to raise a child. De verantwoordelijkheid die pleeggezinnen, weekendgezinnen en buurtgezinnen nemen is hartverwarmend. Tegelijkertijd zien we de animo hiervoor dalen. Door goede ondersteuning hopen we dat dit in de toekomst weer gaat toenemen.
  32. Behoud en versterking van jeugdondersteuners bij huisartsen. Niet alle mentale problematiek bij jongeren kan en hoeft door de ggz te worden opgepakt. Jeugdondersteuners bij de huisartsen bieden met een luisterend oor een snel en adequaat alternatief. We maken heldere afspraken met de huisartsen.
  33. Aandacht voor de gevolgen van (v)echtscheidingen. We behouden de SCHIP-aanpak om (complexe) scheidingen te voorkomen. Met (online) informatie en advies helpen we ouders én kinderen.
  34. Meer kinderen naar de kinderopvang en school in de buurt. Het aantal kinderen dat vastloopt op de school in de buurt en naar het speciaal onderwijs of kinderopvang gaat, is gestegen. We maken met de kinderopvang en scholen een plan hoe we meer passende preventieve hulp en ondersteuning op school kunnen bieden.
  35. Investeren in goede onderwijshuisvesting. Goed onderwijs begint bij goede leraren. Met de (ver)nieuwbouw en renovatie van een flink aantal schoolgebouwen nemen we als gemeente onze verantwoordelijkheid voor comfortabele en duurzame schoolgebouwen. Bij elk nieuw project clusteren we diverse voorzieningen in één schoolgebouw, zoals de kinderopvang en de bibliotheek.
  36. Tegengaan van middelengebruik. We zetten de ‘IJslandse aanpak’ door, waarbij wordt ingezet op de onderliggende problemen bij jongeren in plaats van alleen op voorlichting.
  37. Verhogen van de vaccinatiegraad. De vaccinatiegraad in een aantal dorpen baart zorgen. In samenwerking met het Centrum voor Jeugd en Gezin, de GGD en consultatiebureaus zetten we in op goede voorlichting en een aanpak op maat per kern of doelgroep.
  38. Aanpak rivierkreeften serieus nemen. De rivierkreeft is de grootste plaag van de Krimpenerwaard. Boeren ondervinden hier grote schade van: slootkanten storten in en de waterkwaliteit verslechtert, waar boeren op worden afgerekend. Toch blijft de aanpak steken in pilots en onderzoeken. Het CDA wil dat de gemeente samen met het waterschap, provincie en rijk structureel geld vrijmaakt voor bestrijding en beheer van rivierkreeften en dit ook afdwingt bij deze overheden.
  39. Loket voor vergunningzekerheid en bedrijfsopvolging. We richten een agrarisch loket in als eerste aanspreekpunt (vergunningroute, stikstof/NNN-check, BOPA, subsidies), zodat opvolgers en financiers duidelijkheid krijgen. Het loket bouwt op Proeftuin Trots op Krimpenerwaard en Mijn Koers en helpt bij trajectbegeleiding.
  40. Bouwpercelen praktisch harmoniseren. Het CDA wil dat de gemeente actief ruimte biedt aan boeren die vooruit willen. Wie wil investeren in dierenwelzijn, emissiereductie of verbreding van activiteiten krijgt te maken met een gemeente die meewerkt. We brengen de regels voor bouwvlakken op één lijn: tot 2 hectare standaard, tot 2,5 hectare met maatwerk.
  41. Grondgebondenheid stimuleren, niet opleggen. We stimuleren grondgebondenheid en versoepelen waar nodig regels voor kavelpaden, dammen, schuilstallen en mestleidingen in het omgevingsplan.
  42. Nevenactiviteiten overal gelijktrekken. We harmoniseren en stimuleren nevenactiviteiten (o.a. kamperen, boerderijwinkels, kleinschalige horeca, educatie), zodat elke boer in de gemeente gelijke kansen heeft.
  43. Mestvergisting en -compostering. Het CDA wil de kringloop sluiten op het erf. Daarom maken we ruimte voor mestvergisting en mestcompostering: energie winnen uit mest, stikstof afvangen en de rest gebruiken als rijke bodemverbeteraar. We staan bouwvlakuitbreiding voor stikstofkrakers toe.
  44. Groenblauwe diensten eerlijk betalen. Boeren die zorgen voor natuur, water en landschap verdienen daar een eerlijke beloning voor. De gemeente gaat dit actief afdwingen bij provincie en Rijk, zodat er hogere en langjarige vergoedingen komen voor agrarisch natuur- en landschapsbeheer, zoals weidevogelbeheer.
  45. Boer-burgergesprek over leefbaarheid. We juichen buurtoverleg toe tussen agrariërs en omwonenden over thema’s als hooibouw in de nacht, groot en zwaar verkeer, geur en geluid met een campagne vanuit de gemeente.
  46. Brede isolatiesubsidie. We willen dat iedereen zijn huis kan isoleren. We verruimen de voorwaarden, zodat het naast eigenaren ook aantrekkelijk is voor particuliere verhuurders en huurders om mee te doen.
  47. Volle daken met zonnepanelen. We benutten de daken van bedrijven, scholen en boerderijen en plaatsen geen grootschalige zonnevelden in het landschap. De gemeente ondersteunt ondernemers en agrariërs bij het benutten van hun dakoppervlak.
  48. Hoogte windmolens voor agrariërs verhogen. We stimuleren duurzame opwek door boeren en bedrijven. De maximale hoogte van kleine windmolens op erven gaat omhoog van 15 naar 30 meter, op voorwaarde dat het goed past in het landschap en op het erf. En we willen dat de energie die hiermee wordt opgewekt, volledig meetelt voor onze regionale opgave.
  49. Gesprek van onderop over tussenmaat windturbines. Het CDA is tegen windturbines van 240 meter of hoger in het open landschap. Zulke molens passen niet in de Krimpenerwaard. Over minder hoge windturbines praten we alleen via een gesprek van onderop, met inwoners en ondernemers. Windenergie kan lokaal helpen bij het oplossen van de netcongestie en we willen de kansen die dat biedt goed benutten, maar dan moet het tegelijk worden aangepakt. Eerst afspraken maken dus.
  50. Lokaal eigendom. Grote energieopwekking of -opslag is alleen bespreekbaar als dat gepaard gaat met lokaal eigendom en financiële deelname van de gemeenschap.
  51. Regie op het stroomnet. Netcongestie mag de Krimpenerwaard niet op slot zetten. De gemeente maakt ruimte voor nieuwe transformatorhuisjes, stemt prioriteiten af met Stedin en bewaakt dat nieuwe woningen en bedrijven kunnen worden aangesloten.
  52. Lokale energiehubs en wijkbatterijen. We geven ruimte aan lokale energiehubs en wijkbatterijen op bedrijventerreinen en in dorpen. Daarmee slaan we lokaal opgewekte energie op, verlichten we het stroomnet en houden we energie dichtbij. De gemeente ondersteunt coöperatieve initiatieven, vereenvoudigt vergunningen en steunt pilots met kennis en middelen.
  53. Energiecoaches. De gemeente blijft inzetten op energiecoaches. Vrijwillige energiecoaches komen bij de mensen thuis. Ze laten zien wat er beter kan, helpen bij subsidieaanvragen en zetten aan tot gedragsverandering. De gemeente blijft dit stimuleren.
  54. Energiecoöperaties. De gemeente reserveert structureel een ontwikkelpot voor energiecoöperaties. Dit fonds is bedoeld voor initiële kosten zoals haalbaarheidsstudies, projectontwikkeling, juridisch advies en participatieopzet.
  55. Eerst duidelijkheid over arbeidsmigratie. We brengen in kaart hoeveel arbeidsmigranten in de Krimpenerwaard wonen, waar zij verblijven en wat dit betekent voor onze woningvoorraad.
  56. Maximeren van arbeidsmigrantenhuisvesting. We huisvesten niet meer arbeidsmigranten dan de lokale economie nodig heeft. Bedrijven die buitenlandse werknemers werven, zijn mede- verantwoordelijk voor goede huisvesting.
  57. Tegengaan van overbewoning. We stellen grenzen aan het aantal bewoners per woning en voeren strenger toezicht op huisjesmelkerij. Waar nodig voeren we een verhuurvergunning in.
  58. Gesprek van onderop over opvang. We voeren samen met inwoners het gesprek over hoe groot en waar opvang mogelijk is. Alleen als draagvlak en draagkracht in balans zijn, kan opvang slagen. We kiezen voor een duurzame opvang en geen dure, tijdelijke noodplekken.
  59. Statushouders koppelen aan woningen en werk. We koppelen de opvang van statushouders aan beschikbaarheid van woningen, begeleiding naar werk en integratie in de gemeenschap. We kunnen alleen aan de grote opgave voldoen als we van de provincie nieuwe woningen kunnen bouwen.
  60. Taal en participatie als sleutel tot integratie. Nieuwkomers worden geholpen om snel te integreren en mee te doen in de samenleving. Integratie is niet alleen iets tussen nieuwkomer en overheid, maar iets van de hele samenleving. De inzet van het Taalhuis en Taalmaatjes, Krimpenerwaard Intercultureel en Vluchtelingenwerk is dan ook essentieel.
  61. Meedoen vanaf dag één. Wie hier komt wonen, doet mee: via werk, vrijwilligerswerk of verenigingsleven. Integratie is niet vrijblijvend.
  62. Samen werken aan openbare veiligheid. We versterken de samenwerking tussen politie, handhaving, scholen, ondernemers en inwoners.
  63. Slim inzetten van handhaving. We benutten de bestaande capaciteit effectiever in plaats van uit te breiden. Handhavers zijn zichtbaar, aanspreekbaar en werken samen met wijkagenten.
  64. We nemen verkeersveiligheidsmaatregelen. We verbeteren schoolroutes, kruisingen en oversteekplaatsen, met prioriteit voor voetgangers en fietsers. Elke kern verdient veilige wegen.
  65. Toezien op veiligheid bij dijkversterking KIJK. Samen met het waterschap, gemeente, hulpdiensten, bewoners en ondernemers bewaken we dat het dijkversterkings­project KIJK veilig en bereikbaar verloopt: hulpdiensten moeten altijd snel ter plaatse kunnen, omleidingen worden goed gecommuniceerd.
  66. Buurtinitiatieven ondersteunen. We stimuleren buurtpreventie, buurtapps en jongerenwerk als sociale basis tegen overlast, vereenzaming en vandalisme.
  67. Aanpak van ondermijning. De succesvolle proeven met het gemeentelijk ondermijningsteam breiden we uit en we maken structureel beleid. Van illegale bewoning en misstanden in verhuur tot drugsproductie, milieucriminaliteit en fraude op bedrijventerreinen. Door vaste samenwerking en gerichte controles voorkomen we dat de onderwereld voet aan de grond krijgt.
  68. Aandacht voor het buitengebied. Ook boerderijen en schuren kunnen doelwit zijn van ondermijnende activiteiten. We versterken toezicht en voorlichting in het buitengebied.
  69. Digitale weerbaarheid vergroten. We investeren in voorlichting, bewustwording en preventie tegen cybercrime, onder meer via scholen en verenigingen.
  70. Snelle opvolging van meldingen. Meldingen van onveiligheid of overlast worden binnen 48 uur opgepakt. Inwoners weten waar ze terechtkunnen en krijgen altijd een terugkoppeling.
  71. Gerichte uitbreiding van cameratoezicht. We breiden cameratoezicht uit op plekken waar inwoners zich onveilig voelen of waar herhaaldelijk overlast is. Dat gebeurt altijd in overleg met buurt, politie en handhaving. Cameratoezicht vergroot niet alleen de pakkans, maar werkt vooral preventief: het voorkomt vernieling, overlast en criminaliteit.
  72. Veiligheid begint thuis. We versterken de samenwerking tussen Veilig Thuis en Veiligheidshuis, scholen en wijkteams om huiselijk geweld, kindermishandeling en ouderenmishandeling eerder te signaleren en aan te pakken.
  73. Betrouwbare verbindingen met de regio. We werken actief samen met omliggende gemeenten en de provincie aan de bereikbaarheid richting Rotterdam, Gouda en Utrecht. De Krimpenerwaard hoort aangesloten te blijven op het stedelijk netwerk.
  74. Vooruitkijken naar 2040 voor de Algeracorridor. We steunen het huidige uitvoeringsbeleid voor de Algeracorridor. De gemeente heeft al miljoenen geïnvesteerd en dat moet nu tot resultaat leiden. Maar de levensduur van de Algerabrug loopt in 2040 af. We willen tijdig werken aan een toekomstbestendige verbinding, samen met Krimpen en Capelle aan den IJssel. Daarvoor starten we nu de lobby richting Den Haag.
  75. Goed onderhoud en afstemming. We zorgen dat wegen, bruggen en fietspaden op tijd worden onderhouden. Werkzaamheden worden beter gepland en gecommuniceerd, zodat inwoners en ondernemers bereikbaar blijven.
  76. Slimme oplossingen voor doorstroming. We verkennen praktische maatregelen, zoals een P+R bij de Surfplas, beloningssystemen voor spreiding van verkeersdrukte en betere doorstroming bij spitsmomenten.
  77. Sterke positie voor fietsers. We verbeteren bestaande fietsroutes, en zorgen voor veilige oversteekplaatsen en stallingen bij bushaltes en centra.
  78. Verbetering openbaar vervoer. We geven prioriteit aan snelle en betrouwbare busverbindingen naar Capelsebrug, Gouda en Utrecht, met behoud van betaalbare tarieven en sociale OV-regelingen.
  79. Flexibel vervoer voor elke kern. We versterken de GroeneHartHopper en buurtbussen, zodat ook kleine dorpen bereikbaar blijven, ook in de avonduren en weekenden.
  80. Toegankelijke winkelstraten. We werken aan drempelvrije winkelstraten met voldoende parkeergelegenheid, ook voor minder validen direct naast de winkels.
  81. Stimuleren van deelmobiliteit. De gemeente ondersteunt initiatieven voor deelfietsen en deelauto’s om de “laatste kilometer” te overbruggen en de druk op parkeren en milieu te verminderen.
  82. Ondersteuning van vrijwilligersvervoer. We waarderen en versterken lokale vervoersinitiatieven van welzijnsorganisaties, zoals de Belbus, zodat iedereen mobiel kan blijven.
  83. Actief fietsgebruik stimuleren. We zetten in op meer fietsgebruik binnen en tussen kernen, onder meer via veilige stallingen, goede verlichting en aantrekkelijke fietsroutes.
  84. Aantrekkelijke en toekomstbestendige bedrijventerreinen. We houden bestaande terreinen up-to-date, maken ruimte voor uitbreiding, verbeteren uitstraling en bereikbaarheid en trekken nieuwe ondernemers aan. Waar mogelijk voorkomen we monotone bedrijfsgebouwen.
  85. Ruimte voor groei. De Krimpenerwaard heeft te weinig vrije kavels voor startende en doorgroeiende ondernemers. Zonder uitbreiding lopen bedrijven vast en verdwijnt werkgelegenheid naar buiten de regio. Het CDA wil daarom op zorgvuldig gekozen plekken ruimte maken voor nieuwe bedrijventerreinen.
  86. Vertrouwen in ondernemers. De gemeente denkt mee in plaats van tegen. We werken samen met bedrijven aan thema’s als bereikbaarheid, energie en ruimte om te groeien.
  87. Bedrijven die passen bij de Krimpenerwaard. We stimuleren vestiging van ondernemingen die aansluiten bij onze identiteit: maakindustrie, ambacht, technologie en detailhandel.
  88. Kansen via ‘Krimpenerwaard Werkt’. We versterken het programma dat bedrijven helpt personeel te vinden, mensen helpt aan werk en vakmanschap centraal stelt.
  89. Lokale ketens versterken. We zetten in op samenwerking tussen boeren, producenten, winkels en horeca om de voedselketen korter en eerlijker te maken.
  90. Vrijetijdseconomie benutten. We verbinden rustige recreatie, ambacht en cultuur met onze dorpen. Fietsers, wandelaars en toeristen versterken lokale winkels en horeca. Daarom ondersteunen we het platform In de Krimpenerwaard om onze streekproducten, ambachten, natuur en cultuur beter zichtbaar te maken, in Nederland en daarbuiten.
  91. Sterke digitale infrastructuur. We zorgen dat elke kern beschikt over snel en betrouwbaar internet. Dat maakt hybride werken mogelijk en versterkt onze concurrentiekracht.
  92. Vitale dorpscentra als economisch ecosysteem. We koesteren levendige dorpscentra waar winkels, horeca, verenigingen en cultuur elkaar versterken.
  93. Behoud van de huidige winkeltijdenregeling. De huidige verordening biedt supermarkten beperkte openstelling en ruimte voor koopzondagen in toeristische kernen. Zo blijft er balans tussen rust, ontmoeting en ondernemerschap. Die regeling werkt goed en houdt onze lokale economie gezond.
  94. Ondernemers betrekken bij beleid. We organiseren structureel overleg met ondernemersverenigingen, zodat besluiten over verkeer, vergunningen of duurzaamheid samen worden genomen.
  95. Zorgvuldig en eerlijk met gemeenschapsgeld. We beheren de gemeentelijke middelen met zorg. De OZB stijgt niet meer dan de inflatie, tenzij voorzieningen onder druk staan. Lokale heffingen gebruiken we waarvoor ze bedoeld zijn en toeristen dragen eerlijk bij via de verblijfsbelasting.
  96. Raadswerkgroep ‘Regelruimte’. We stellen een raadswerkgroep in die door de bestaande regels, beleidsstukken en verordeningen heen gaat met één doel: schrappen wat onnodig is. Deze werkgroep houdt ook toezicht op nieuwe voorstellen, zodat er niet steeds regels bij komen die het werk van inwoners, ondernemers of verenigingen bemoeilijken.
  97. Motiequotum voor de gemeenteraad. We voeren een motiequotum in, zodat raadsvergaderingen weer gaan over inhoud in plaats van profilering. Minder moties, maar meer samenwerking en resultaat. Als CDA steunen we moties voor de bühne, of die laat worden ingeleverd zonder goede voorbereiding, niet.
  98. Altijd terugbellen. Als inwoners contact opnemen met de gemeente, moeten ze weten waar ze aan toe zijn. Terugbellen is geen gunst maar een kwestie van fatsoen. We willen dat dit structureel wordt verbeterd en opgevolgd.
  99. Toegankelijke en inclusieve gemeente. We investeren in toegankelijke dienstverlening – ook voor ouderen, slechtzienden en doven – en in een divers ambtenarenapparaat waarin iedereen mee kan doen.
  100. Duidelijke taal en open communicatie. We schrijven beleid in gewone taal en laten zien wat het kost, wat het oplevert en wie het raakt. Inwoners hebben recht op begrijpelijke besluiten.

Ver­kie­zings­pro­gram­ma 2026 – 2030