
21 maart 2024
18 februari 2026 2 minuten lezen
Tijdens het landbouwdebat, georganiseerd door LTO Noord Krimpenerwaard, Vereniging Duurzame Waterbeheersing en Landbouw Krimpenerwaard (DWLK), Agrarisch Jongeren Kontakt (AJK) en Weidehof Krimpenerwaard, sprak Bas Belder namens het CDA klare taal. De kern van zijn boodschap was eenvoudig en stevig: zonder vertrouwen in elkaar bouwen we geen toekomst voor dit prachtige veenweidegebied.

106 miljoen liter melk en een landschap dat we koesteren
In de Krimpenerwaard produceren zo’n 150 familiebedrijven jaarlijks 106 miljoen liter melk. Dat is genoeg voor ongeveer 800.000 huishoudens. Maar het gaat om meer dan melk alleen. Boeren beheren het slagenlandschap, dragen bij aan natuurbeheer en zorgen voor levendige dorpen. Wie denkt dat landbouw hier een bijzaak is, begrijpt niet hoe onze gemeente in elkaar zit. De melkveehouderij is fundamenteel voor dit gebied.
De uitdagingen waar we voor staan zijn niet uniek voor de Krimpenerwaard. Daarom wil het CDA nadrukkelijk optrekken met andere veenweidegemeenten zoals Lopik en Molenlanden. We hebben te maken met stikstof, een overvol elektriciteitsnet, bodemdaling. En ondertussen groeit de overlast van ganzen en rivierkreeften. Dat vraagt om een gezamenlijke lobby richting provincie, waterschap en Rijk. Alleen samen staan we sterk.
Het CDA pleit bij het hoogheemraadschap voor behoud van de drooglegging in landbouwpolders.
Het waterpeil zomaar verhogen is geen simpele oplossing. Boeren moeten kunnen blijven boeren. Bodemdaling is een probleem. Maar de oplossing zit in innovatie en maatwerk per polder, bijvoorbeeld met waterinfiltratiesystemen en klei-in-veen. Niet in een peilverhoging die de landbouw onderuit haalt.
Van praten naar aanpakken bij rivierkreeften
De rivierkreeft richt grote schade aan aan oevers, waterkwaliteit en biodiversiteit. Dit is geen pilotprobleem meer, maar een structureel probleem. Het CDA wil dat de gemeente hier echt instapt, ook financieel. Structureel geld vanuit het Rijk, uitvoering via het waterschap zoals bij muskusratten, beroepsvissers hun werk laten doen en in Den Haag regelen dat iedereen de exoot mag wegvangen.
Ruimte op het erf om te verduurzamen
Boeren krijgen steeds hogere eisen op het gebied van dierenwelzijn en emissiereductie. Dat is begrijpelijk. Maar wie hogere eisen stelt, moet ook ruimte bieden om daaraan te voldoen. Daarom zet het CDA in op ruimte voor mestvergisting. Monomestvergisting levert groen gas op, voorkomt methaanuitstoot bij mestopslag, vermindert ammoniak in de stal en maakt kunstmest deels overbodig. Dat is goed voor klimaat, stikstof en het verdienmodel van de boer. Ook is ruimte nodig voor stikstofkrakers en moderne stallen die voldoen aan dierenwelzijnseisen. Dat betekent grotere, toekomstbestendige bouwblokken waar dat nodig is.
Daarnaast moet energiezekerheid op orde zijn. Trafohuisjes bij erven, accu’s om stroom van staldaken op te slaan en kleine windmolens met voldoende rendement (dus wat hoger dan nu is toegestaan) horen daarbij. Zonder netcapaciteit geen verduurzaming.
Keuze voor een sterke landbouw
Het CDA wil een blijvende kernfunctie voor de melkveehouderij in de Krimpenerwaard. We willen een eerlijk verdienmodel, minder regeldruk en ruimte voor ondernemerschap. We zien boeren als partners in natuur, klimaat, water en energie. Alleen zo blijft de Krimpenerwaard een vitaal, leefbaar en aantrekkelijk gebied. Met open polders. Met koeien in het land. En met sterke familiebedrijven die het landschap dragen.