MOOIE MEN­SEN! INTER­VIEW MET NICO­LET­TE OOS­TER­HOF-HEEMS­KERK, OUD-FRAC­TIE­VOOR­ZIT­TER CDA NIEUW­KOOP

Schilder, oud-raadslid, museumbestuurder – Nicolette Oosterhof uit Noordeinde is altijd bezig. Maar: “Ik ervaar het zelf niet zo.” Een gesprek met Henk Bakker voor de serie ‘Mooie Mensen’ van CDA Nieuwkoop, over haar leven, haar passie voor kunst en haar betrokkenheid bij de samenleving. 

Interview met Nicolette Oosterhof-Heemskerk, oud-CDA fractievoorzitter Nieuwkoop

Wie is Nicolette Oosterhof?

Ik ben van oorsprong een Aalsmeerse, geboren en getogen. De eerste jaren woonde ik in het Varregat, Aalsmeer-Oost. Later verhuisden we naar Aalsmeer-Zuid. Ik kom uit een gezin van vijf kinderen: twee oudere broers en twee jongere zussen. We zaten dicht op elkaar in leeftijd en thuis was het altijd levendig. Er konden altijd vriendjes en vriendinnetjes mee-eten of blijven slapen. Iedereen was welkom.

Mijn ouders vonden het belangrijk dat we als gezin samen waren. ’s Ochtends om zeven uur zaten we met z’n allen aan het ontbijt. Dan werd er gepraat over hoe het met iedereen ging, wat je had meegemaakt en wat je ging doen. Er werd bij ons thuis ook veel gediscussieerd. Dat vond ik heerlijk.

Mijn moeder heeft daarin zeker ook een voorbeeldrol gehad. Zij deed veel vrijwilligerswerk en was later ook politiek actief. Eerst in de Provinciale Staten en daarna 20 jaar als wethouder in Aalsmeer. Zij nam politiek als het ware mee naar huis. Daardoor raakte ik al jong gewend aan gesprekken over de samenleving, verantwoordelijkheid nemen en je mening vormen.Maar ook als je je ergens aan ergert, pak het dan aan en/of doe er iets aan.

Ik vind het mooi om iets op te zetten wat blijft, waar anderen plezier van hebben of iets aan beleven.

Nicolette Oosterhof-Heemskerk
Oud CDA-fractievoorzitter Nieuwkoop

Hoe ziet jouw levensloop er tot nu toe uit?

Op mijn 23ste ben ik getrouwd met Han Oosterhof. We kochten samen een huis in Kudelstaart. Dat was een bijzondere periode, omdat mijn vader ernstig ziek was. We hebben onze bruiloft vervroegd, zodat hij erbij kon zijn. Daar ben ik nog altijd dankbaar voor.

Han en ik kregen twee kinderen: Mariëlle en John. Inmiddels ben ik al een paar keer oma geworden. Mariëlle woont in Barneveld en heeft drie kinderen. John woont in Mijdrecht en heeft twee kinderen. Die gezinnen en familiebanden zijn belangrijk voor mij. 

In 2003 zijn we naar Noordeinde verhuisd. We wilden graag wat ruimer wonen. Han is net als ik echt van de natuur en niet te veel drukte, we zochten dus een plek met meer ruimte om ons heen. Inmiddels wonen we hier alweer langer dan we in Kudelstaart hebben gewoond. Het dorpse, de ruimte en de omgeving passen goed bij ons.

Hoe ziet je loopbaan er tot nu toe uit?

Ik ben begonnen tussen de planten en de bloemen en heb een switch gemaakt naar de zorg. Ik werkte bij Amstelrade in Amstelveen, met mensen met een lichamelijke beperking. Dat was mooi werk, maar ook zwaar. Toen ik kinderen kreeg, ben ik daarmee gestopt, omdat ik er voor mijn kinderen wilde zijn.

Later kwam de zorg weer terug in mijn leven, maar dan op een andere manier. Ik raakte betrokken bij het opzetten van de kinderboerderij in Aalsmeer. Dat begon vanuit de dorpsraad in Kudelstaart. Er was een potje geld en het idee ontstond om daarmee iets moois te doen voor kinderen en gezinnen. Ik heb me daar heel erg voor ingezet: op markten staan, sponsors zoeken, soms met een dier erbij om mensen aan te spreken.

Uiteindelijk kwam er een samenwerking met stichting Ons Tweede Thuis. Door de week verzorgen mensen met een verstandelijke beperking, samen met begeleiding, de dieren en op de kinderboerderij. In het weekend deden/doen vrijwilligers dat. Ik had zowel ervaring in de zorg als kennis van dieren, dus dat paste goed bij elkaar. Ik heb daar zeven jaar gewerkt.

Daarna ben ik gaan werken in woonvoorziening De Spil in Kudelstaart, als slaapdienst. Dat doe ik nog steeds, inmiddels al 25 jaar. Het is werk dat goed te combineren was met mijn gezin en met alles wat ik daarnaast ben gaan doen.

Hoe ben je in aanraking gekomen met het CDA?

Dat begon eigenlijk thuis. Door de gesprekken en discussies aan tafel kreeg ik interesse in politiek. Mijn moeder was dus al actief in de politiek en wees mij op de jeugdraad in Aalsmeer. Dat leek haar iets voor mij, en ik ben daarin gestapt.

Later werd ik fractie assistent bij het CDA in Aalsmeer. Mijn moeder was toen wethouder. Dat was soms een bijzondere combinatie. In een politieke setting moest ik wennen aan de vraag of ik haar “mama” moest noemen of gewoon bij haar voornaam.

Toen we naar Noordeinde verhuisden, duurde het niet lang voordat het CDA mij wist te vinden. Peter Stokman stond op een gegeven moment voor de deur. Zo ben ik in Liemeer begonnen als fractie assistent. Daarna kwam de samenvoeging van Liemeer, Ter Aar en Nieuwkoop. Dat proces heb ik van dichtbij meegemaakt. Ik heb dat ervaren als een mooi proces, waarin veel van onderaf gebeurde en waarin goed overleg mogelijk was.

Hoe heb je je tijd in de lokale politiek ervaren?

Na mijn periode als fractie assistent kwam ik uiteindelijk in de gemeenteraad. Later werd ik fractievoorzitter. Dat gebeurde eigenlijk doordat ik toen al veel taken als plaatsvervangend fractievoorzitter op me nam. Mensen om mij heen zeiden: waarom ga jij dat niet gewoon doen? En toen dacht ik: waarom eigenlijk niet?

Ik kijk met een goed gevoel terug op mijn tijd in de raad. Het was intensief. Naast mijn werk met slaapdiensten was ik vaak meerdere avonden per week weg voor vergaderingen en commissies, daar kwam het leeswerk nog bij. Toen ik stopte met het raadswerk, moesten we thuis echt even een nieuwe vorm vinden. Ineens zat ik ’s avonds op de bank. Dat was wennen.

Mis ik het raadswerk? Eerlijk gezegd niet. Het was na al die jaren gewoon mooi geweest.  We hadden drie jonge mensen in de startblokken staan en ik was de langst zittende, dus kon ik met een gerust hart plaats maken. Ik ben nog steeds lid van het CDA en denk en werk graag mee waar dat kan. Ik vind het bijvoorbeeld belangrijk dat je ook jongeren laat merken dat je aan hen denkt. Kleine acties, zoals kaarten voor geslaagde jongeren, kunnen daarbij helpen.

Een onderwerp dat mij in het bijzonder uit mijn raadsperiode is bijgebleven, is de zondag openstelling van winkels. Dat heeft mij veel energie gekost. Voor mij persoonlijk is het belangrijk dat er één dag in de week is waarop er rust is en tijd voor elkaar, familie en vrienden. Als CDA hadden we daar veel gesprekken over. Uiteindelijk hebben we een compromis bereikt, waarbij winkels pas na twaalf uur open konden. Dat vond ik belangrijk. Politiek is vaak compromissen sluiten. Zo werkt het in Nederland.

Wat doe je als schilder en wat brengt het jou?

Schilderen is een belangrijke passie geworden. Ik tekende als kind al graag. Later ben ik opnieuw gaan onderzoeken wat ik met tekenen en schilderen wilde. Ik nam les en probeerde allerlei technieken uit: houtskool, pastelkrijt, potlood, kleurpotlood, aquarel, olieverf. Uiteindelijk zijn aquarel, olieverf en airbrush technieken geworden die ik ben blijven doen.

Airbrush vind ik heel bijzonder, maar het vraagt veel concentratie en tijd. Dat doe je niet even een half uurtje tussendoor. Je moet alles opbouwen, ermee werken en daarna weer schoonmaken. Olieverf of aquarel kun je makkelijker even oppakken en later weer laten liggen.

Ik schilder vooral dieren. Mensen heb ik ook geprobeerd, maar dieren passen beter bij mij. Als ik iemands huisdier schilder, moet het ook echt dat dier zijn. De eigenaar moet de hond, kat, cavia of vogel herkennen. Vooral de ogen zijn belangrijk. Als de ogen niet spreken, spreekt het schilderij niet.

Mijn stijl is realistisch en gedetailleerd. Ik kijk goed naar licht, kleurverschillen en glans. Licht is voor mij het belangrijkste in schilderen. Daarmee maak je het verschil.

Ik doe ook mee aan de Kunstroute in Nieuwkoop, vaak bij De Zevensprong in de Kapberg. Dat vind ik ontzettend leuk. Dan kan ik praten over mijn werk, uitleg geven en mensen meenemen in mijn passie. Af en toe sta ik ook op kunstmarkten. Verkopen is mooi, maar het moet geen moeten worden. Ik wil vooral blijven maken wat ik zelf mooi vind. Maar ik heb nu wel redelijk wat werk staan, zodat iets meer verkopen ook wel welkom zou zijn, omdat ik daarmee weer ruimte krijg om nieuwe mooie dingen te maken.

Je bent ook bestuurder van Museum Nieuwkoop. Hoe is dat zo gekomen?

Dat is eigenlijk begonnen op de uitvaart van Piet Verhoef, in 2011. Iemand sprak mij aan met de vraag of bestuurswerk bij De Zevensprong misschien iets voor mij zou zijn. Dat was Klaas Barendrecht, oud-burgemeester. Ik dacht: waarom niet? Ik ben gaan kijken, schoof aan en vond het leuk.

Inmiddels doe ik dat al jaren. Vanuit De Zevensprong ontstond later het idee om verschillende collecties samen te brengen. Er waren collecties die een goede plek zochten, zoals het Schaatsen- en Schaatsmutsenmuseum, gereedschappen, de smederij, poldermuseum en andere verzamelingen. Het zou zonde zijn als zulke collecties uit elkaar zouden vallen of verloren zouden gaan.

Met hulp van Erfgoedhuis Zuid-Holland hebben we veel sessies gehad om te onderzoeken hoe we dat konden doen. Wat is de rode draad? Hoe breng je verschillende collecties samen als een geheel? Zo is Museum Nieuwkoop ontstaan. Het was een intensief proces, maar ook een mooi proces.

Ik ben niet alleen bestuurder, maar doe ook praktisch vrijwilligerswerk. Ik kan goed met mijn handen werken. Als tiener heb ik al leren lassen en timmeren. In het museum komt dat goed van pas. Soms moet er gewoon iets gebeuren: een depot uitbreiden of een diorama leeghalen, schoonmaken, opnieuw inrichten. Dat kost veel tijd, maar het geeft ook energie. Tegelijk zou het fijn zijn als er meer vrijwilligers kwamen, want er liggen altijd veel leuke en verschillende klussen.

Als ik het zo beluister, ben je eigenlijk altijd bezig voor de samenleving en voor andere mensen. Klopt dat?

Als je het zo zegt, klopt dat wel. Zelf ervaar ik het niet altijd zo, maar er zit inderdaad een rode draad in. De kinderboerderij, de dorpsraad, het CDA, de gemeenteraad, de Zevensprong, Museum Nieuwkoop: het zijn allemaal dingen waarvan ik denk dat de gemeenschap er iets aan heeft.

Ik vind het mooi om iets op te zetten wat blijft, waar anderen plezier van hebben of iets aan beleven. Dat geldt ook voor mijn schilderijen of boetseerwerk. Als mensen iets moois in huis kunnen zetten, of blij worden van een schilderij van hun dier, dan geeft mij dat voldoening.

Ik heb wel balans nodig. Aan de ene kant zoek ik mensen op en vind ik het fijn om samen iets te doen. Aan de andere kant heb ik ook tijd voor mezelf nodig. Schilderen geeft die rust. Het is voor mij de combinatie die werkt: bezig zijn met anderen, maar ook ruimte houden om zelf te creëren.

Wat wens je de gemeente Nieuwkoop in de toekomst toe?

Mijn wens voor Nieuwkoop is: blijf een dorp. Hou het dorpse karakter vast. Dat betekent: zo min mogelijk hoogbouw, zuinig zijn op lintbebouwing, de open ruimtes en de landschappen. En blijven zien wat Nieuwkoop Nieuwkoop maakt.

Natuurlijk moeten er woningen gebouwd worden. Dat begrijp ik heel goed. Ook in kleine kernen is er behoefte aan huizen. Maar je moet blijven opletten dat het dorpse karakter en het gezamenlijke niet verandert.

Laat Nieuwkoop daarom een gemeente blijven met ruimte, dorpen, openheid en betrokkenheid. Dat is wat deze plek bijzonder maakt. Koester dat.

  • Henk Bakker -