06 mei 2026 2 minuten lezen

Cam­pag­ne Zie je mij?”- De onzicht­ba­re strijd van jon­ge­ren.

Mentale gezondheid bij jongeren blijft vaak onzichtbaar, terwijl de druk steeds groter wordt. Met de campagne “Zie je mij?” vraagt Rowan van Leeuwen aandacht voor deze verborgen strijd en roept hij op tot meer openheid en oprechte aandacht voor elkaar.

Mentale gezondheid is geen individueel probleem, maar een gezamenlijke verantwoordelijkheid.

Rowanvan Leeuwen Rowan van Leeuwen
Voormalig CDA raadslid Nieuwkoop

Voormalig CDA-raadslid Rowan van Leeuwen roept jongeren op om zich uit te spreken over hun mentale gezondheid. Met zijn campagne “Zie je mij” wilt hij niet alleen bereiken dat een taboe doorbroken wordt, maar ook dat de omgeving alerter is en sneller een stap durft te zetten om eens te vragen hoe het echt met iemand gaat. Gaat het namelijk echt wel zo goed met jou? 

Mentale gezondheid is een onderwerp waar nog onvoldoende over wordt gesproken, terwijl het een steeds grotere rol speelt in het leven van jongeren. Uit cijfers van onder andere voetbalorganisatie KNVB, Zilveren Kruis en de Hersenstichting blijkt dat één op de vijf Nederlandse jongeren psychische klachten ervaart. Dit betekent dat in vrijwel elke klas, vriendengroep of studieomgeving iemand rondloopt die ergens mee worstelt, zonder dat dit altijd zichtbaar is.

Met de campagne “Zie je mij?” wil ik aandacht vragen voor deze onzichtbare problematiek. Mentale klachten zijn namelijk vaak niet direct te herkennen. Jongeren kunnen lachen, meedoen en op het eerste gezicht goed functioneren, terwijl zij zich van binnen heel anders voelen. Achter een glimlach kan meer schuilgaan dan vaak wordt gedacht.

De druk op jongeren is de afgelopen jaren toegenomen. Factoren zoals prestatiedruk op school, verwachtingen vanuit de omgeving, sociale media en het gevoel voortdurend bereikbaar en actief te moeten zijn, spelen hierin een belangrijke rol. Daarnaast ervaren veel jongeren nog steeds de gevolgen van de coronaperiode, zoals eenzaamheid of een achterstand in hun sociale ontwikkeling. Deze combinatie kan leiden tot gevoelens van stress, somberheid en overweldiging.

Wat de situatie extra complex maakt, is het bestaande taboe rondom mentale gezondheid. Veel jongeren vinden het moeilijk om over hun gevoelens te praten. Zij willen anderen niet belasten, schamen zich of hebben het idee dat hun problemen niet ernstig genoeg zijn. Hierdoor blijven gevoelens vaak onuitgesproken, wat de klachten kan verergeren.

Ook voor de omgeving is het niet altijd eenvoudig om signalen te herkennen. Veranderingen in gedrag, zoals terugtrekking of stilte, worden niet altijd direct in verband gebracht met mentale problemen. Juist in zulke situaties kan een gesprek echter van grote waarde zijn.

Een paar weken geleden stond de wereld stil bij Wereldgezondheidsdag op 7 april, een dag die in het teken staat van gezondheid in de breedste zin van het woord. Toch viel op dat er relatief weinig aandacht was voor mentale gezondheid, terwijl dit onderwerp juist zo relevant is voor jongeren. Dat gebrek aan zichtbaarheid onderstreept hoe groot de noodzaak nog altijd is om het gesprek hierover te blijven voeren.

Het normaliseren van mentale gezondheid is daarbij van groot belang. Praten over gevoelens zou net zo vanzelfsprekend moeten zijn als praten over fysieke klachten. Meer openheid kan de drempel verlagen voor jongeren om zich uit te spreken.

De campagne “Zie je mij?” roept daarom op tot twee belangrijke acties. Enerzijds worden jongeren aangemoedigd om te delen waar zij mee zitten. Hulp vragen wordt daarbij gezien als een teken van kracht, niet van zwakte. Anderzijds wordt de omgeving aangespoord om aandachtiger te zijn. Een oprechte vraag en de bereidheid om te luisteren kunnen al een groot verschil maken. Probeer maar eens direct te zijn en te vragen of iemand helemaal in orde is of dat hij niet goed in zijn vel zit.

Mentale gezondheid is geen individueel probleem, maar een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Door het taboe te doorbreken en open gesprekken te stimuleren, kan er meer begrip en steun ontstaan.

De vraag die centraal staat, blijft dan ook: zien mensen écht hoe het met anderen gaat?

 

 

Lees
ver­der