
Amsterdam
Weer bereikbaar
De inrichting van de stad dwingt ons om scherpe keuzes te maken: hoeveel ruimte reserveren we voor wonen, werken, groen, sport en mobiliteit? Het CDA kiest hierbij voor balans.
Onze oplossingen.
Betrouwbaar en veilig OV
Openbaar vervoer moet voor iedereen betrouwbaar, veilig en bereikbaar zijn. Het CDA zet in op hogere frequentie, uitbreiding van de metro en extra maatregelen om reizigers en personeel te beschermen. Zo maken we reizen in Amsterdam vlotter, veiliger en comfortabeler.
Dit gaan we doen:
- Metro en tram vaker laten rijden, ook in de avonduren en tijdens drukke weekenden.
- Uitbreiden en doorvoering van de Ringlijn en onderzoeken van verlenging van de Noord/Zuidlijn.
- Herinvoering van een OV-politieteam en strengere handhaving tegen probleemreizigers.
- Betere informatie over rituitval, omleidingen en dienstregelingen publiceren.
- Starten van proefprojecten met “driverless metro’s” voor uitbreiding van dienstregeling.
Veilige en toegankelijke straten
Amsterdam moet voor iedereen goed bereikbaar zijn: te voet, met de fiets of met het openbaar vervoer. Het CDA zet in op veilige, obstakelvrije straten, betere fietsroutes en autoluwe schoolomgevingen, zodat bewoners zich vrij en veilig kunnen bewegen.
Dit gaan we doen:
- Verbeteren en uitbreiden van fietspaden en voetgangersroutes, inclusief verlichting en onderhoud.
- Autoluwe schoolstraten tijdens haal- en brengtijden met gerichte handhaving, uitbreiden waar mogelijk.
- Obstakelvrije trottoirs en openbare ruimtes voor rolstoelgebruikers, rollators, kinderwagens en andere kwetsbare groepen.
- Projecten zoals ‘Amsterdam maakt Ruimte’ en ‘De Oranje Loper’ voortzetten voor veilige en aantrekkelijke routes.
- Doorgaande fietsroutes naar andere stadsdelen of gemeenten veiliger en beter verlicht maken.
Slimme stadsontwikkeling
Amsterdam groeit en verandert, en dat vraagt om slimme keuzes. Het CDA zet in op een duurzame en leefbare stad waarin groen, daken, energie en infrastructuur optimaal worden benut, en waar onderhoud en logistiek goed geregeld zijn.
Dit gaan we doen:
- Groen, daken en openbare ruimte optimaal benutten voor recreatie, biodiversiteit, zonnepanelen, waterberging en datanetwerken.
- Stadslogistiek verbeteren: slimmer, schoner en efficiënter laden en lossen, met gebruik van waterwegen en afgesproken tijden voor zwaar vervoer.
- Onderhoudsniveau B voor straten, groen en openbare voorzieningen realiseren, zodat de stad schoon, veilig en herkenbaar blijft.
- Samenwerken met bewoners en ondernemers bij vergroening, adoptie van boomspiegels en onderhoud van taluds en bermen.
- Innovatieve en duurzame bedrijven actief ondersteunen om bij te dragen aan een schone en leefbare stad.
Oplossingen
2.1. Meten is weten! De gemeente gaat voortaan regelmatig prestatiecijfers van het GVB publiceren, bijvoorbeeld over rituitval en omleidingen. We willen een verdere verbetering zien bij het GVB: te vaak vallen trams en metro’s uit, wat het openbaar vervoer niet betrouwbaarder maakt.
2.2. Het CDA wil dat alle kinderen in Amsterdam leren fietsen. Daarom schrappen we het gratis openbaar vervoer voor kinderen en investeren we samen met scholen in fietslessen voor alle kinderen boven de zeven die nog niet kunnen fietsen. Zo maken we Amsterdam bereikbaar en gezond, en geven we kinderen de vrijheid om zich zelfstandig te verplaatsen. Hierbij hebben we extra aandacht voor de verkeersveiligheid op bepaalde plekken in de stad die nu nog onveilig of onoverzichtelijk zijn.
2.3. Het metronet moet worden uitgebreid. Het CDA wil de Ringlijn doortrekken vanuit Isolatorweg, te beginnen met een verlenging naar de Houthavens/Haven-Stad. Ook starten we een onderzoek naar de kosten van verlenging van de Noord/Zuidlijn: enerzijds richting Schiphol, en anderzijds richting Zaandam. Uiteindelijk zal de regio/het Rijk moeten bijdragen voor de aanleg van deze verlenging.
2.4. Het CDA wil dat Amsterdam uiterlijk eind 2030s een snelle en rechtstreekse Oost-Westverbinding krijgt. Hoe die eruitziet staat voor ons open: verbetering van de bestaande tramlijnen 1 en 3, een premetro zoals we in 2019 voorstelden, of een volwaardige metrolijn die de stad en de treinstations verbindt. Voor ons is het belangrijkste dat deze verbinding er komt – de vorm volgt uit wat financieel en ruimtelijk het meest haalbaar is.
2.5. We willen dat de metro vaker gaat rijden, ook in de avonduren. Immers, reizigers hebben meer aan metro’s met een hogere frequentie. We starten proefprojecten met “driverless metro’s” om te onderzoeken of dit in de toekomst tot een uitbreiding van dienstregeling kan leiden. Met name in de avonduren willen we dat de metro vaker rijdt.
2.6. We onderzoeken of de Amsterdamse metro iets eerder kan opstarten en iets later kan doorrijden, met name op donderdag/vrijdag/zaterdagavond.
2.7. We maken het bus- en tramnetwerk beter toegankelijk, bijvoorbeeld door het verwijderen van barrières zodat rolstoelen, rollators en kinderwagens makkelijker het OV kunnen gebruiken. We stellen een lijst op samen met GVB en reizigersorganisaties.
2.8. De veiligheid van ons OV heeft prioriteit – voor zowel reizigers als GVB-werknemers. Om het GVB te helpen, gaat de gemeente in gesprek met de politie over de heroprichting van het OV-politieteam. Er wordt strenger opgetreden tegen probleemreizigers [mensen met psychiatrische problemen, daklozen, druggebruikers].
2.9. Wanneer er extra inzet nodig is van GVB- en beveiligers bij evenementen, wordt dit door de gemeente doorbelast aan organisatoren.
2.10. We behouden P+R en breiden gericht uit, voor een makkelijke overstap tussen auto, fiets en metro/trein.
2.11. Als CDA zijn we positief over de 30km voor auto’s in de stad. We voeren snelheidscontroles en rood-lichtcamera’s in met steun van het Openbaar Ministerie, vooral in 30-kilometerzones en bij drukke kruispunten. Ook willen we dat Amsterdam vooroploopt in de ‘geluidscamera’s, zodat voertuigen die te veel lawaai maken een boete krijgen.
2.12. Het gedrag van fietsers en brommers in het verkeer is een groot aandachtspunt, ook in de handhaving. We onderzoeken mogelijkheden om de maximumsnelheid voor e-bikes in parken en woonwijken te verlagen naar 20 kilometer per uur. Prioriteit ligt bij routes van en naar scholen, wijkcentra en OV-knooppunten. We pakken opgevoerde e-bikes harder aan.
2.13. We verbeteren de infrastructuur voor voetgangers en fietsers. Zij verdienen meer plek op straat, ten koste van parkeerplaatsen of bestrating. Projecten als ‘Amsterdam maakt Ruimte’ en ‘De Oranje Loper’ worden voortgezet. Fietspaden worden waar nodig verbreed. We blijven ons inzetten om achterstallig onderhoud weg te werken en het fietsnetwerk uit te breiden.
2.14. Doorgaande fietsroutes naar andere stadsdelen of buurgemeenten krijgen goede verlichting.
2.15. We willen obstakelvrije trottoirs, zodat de deze toegankelijk blijven voor alle inwoners, ook voor rollators, rolstoelen en kinderwagens.
2.16. We willen autoluwe schoolstraten tijdens haal- en brengtijden met gerichte handhaving, zodat kinderen veilig kunnen lopen en fietsen. We breiden de proef met “schoolstraten” uit, en kijken of sommige schoolstraten permanent afgesloten kunnen worden naar Parijs’ voorbeeld.
2.17. Het CDA wil een goede ‘Sprong over het IJ’, om Noord goed bereikbaar te houden. Vanwege de locatie en de hoge kosten is de voorziene “Oostbrug” geen ideale oplossing. We blijven zoeken naar alternatieve oplossingen, zoals een tunnel bij het Centraal Station.
2.18. Om nieuwe oeververbindingen te financieren, willen we meer cruiseschepen toelaten in Amsterdam. Met de extra inkomsten kunnen we de ‘Sprong over het IJ’ sneller realiseren.
2.19. Om Amsterdam Noord goed bereikbaar te houden totdat er alsnog een brug/tunnel gerealiseerd is, zet het CDA in op meer capaciteit bij de huidige veren.
2.20. We zijn akkoord met lage parkeernormen bij nieuwbouwprojecten. We zetten in op goed openbaar vervoer, deelvervoer en fiets infrastructuur.
2.21. Nieuwe parkeergarages bouwen we voortaan ondergronds. Er ontstaat zo ruimte bovengronds voor voetgangers, fietsers en groen.
2.22. Het CDA wil dat Amsterdam het gebruik van deelauto’s blijft stimuleren, bijvoorbeeld door er parkeerplekken voor te reserveren op straat en in parkeergarages.
2.23. We blijven werken aan laadinfrastructuur voor elektrische auto’s, zowel op straat als in garages. Hierdoor kunnen er plekken voor benzineauto’s verdwijnen. We houden hierbij ook rekening inwoners die vanwege een inpandige garage geen parkeervergunning hebben en daarmee parkeergeld moeten betalen om gebruik te kunnen maken van laadplekken.
2.28. Parken zijn belangrijk voor Amsterdam. Juist in de zomermaanden willen we dat onze parken openbaar toegankelijk blijven en niet worden afgesloten voor besloten festivals.
2.29. We willen goede voorzieningen, zoals openbare wc’s. We gaan overlast van drank- en drugsgebruik in parken tegen door betere handhaving en het instellen van een glaswerkverbod. We onderzoeken de inzet van parkconciërges
. 2.30. Het CDA wil de stadslogistiek verbeteren. De stad maakt een logistiek plan om slimmer, schoner en efficiënter te laden en te lossen. Zwaar vervoer kan alleen op afgesproken tijden de stad in; daarnaast benutten we ook de mogelijkheden voor aanvoer en afvoer over water.
2.31 We willen de Amsterdamse daken beter benutten: enerzijds voor groen en waterberging, maar ook voor zonnepanelen en datanetwerken. We maken een Amsterdams Dakenplan, om de daken van Amsterdam optimaal te benutten. Met subsidies verleiden we eigenaren om hun daken voor deze doelen in te richten.
2.32. De gemeente gaat met corporaties en de commerciële vastgoedsector in gesprek om de grote daken van corporatiewoningen en kantoren te verduurzamen.
2.33. We koesteren de Amsterdamse volkstuinen. Zij dragen bij aan de biodiversiteit, en hebben ook een belangrijke sociale en maatschappelijke functie. In overleg met de gebruikers wordt gekeken naar de mogelijkheden om delen van de tuinen breder toegankelijk te maken.
2.34. Langs bermen, taluds en andere groenstroken zaaien we meer inheemse weidebloemen om insecten te beschermen en de stedelijke biodiversiteit te versterken. Vergroening is een gedeelde verantwoordelijkheid: we werken hiervoor samen met bewoners en buurtverenigingen.
2.35. We verbinden het Westerpark, Vondelpark, Beatrixpark en Amstelpark via brede bermen en bloemrijke tramstroken tot één ‘Groene Lint’: een biodiversiteitscorridor, zodat insecten en dieren de stad kunnen doorkruisen.
2.36. Ongeveer 30% van de Amsterdamse bomen is ziek. Ook staan er momenteel 15.000 boomspiegels leeg. Om de bomenachterstand weg te werken is zo’n €75 miljoen nodig: ongeveer €4,000-6,000 per boom. Daarvoor richten we een speciaal Bomenfonds op. Amsterdammers en ondernemers kunnen hieraan bijdragen door een boom te adopteren. Bij deze boom komt een bordje, zodat zichtbaar wordt hoe de stad samen investeert in een groener en gezonder Amsterdam.
2.37. Brommobielen (zoals de Birò) nemen relatief veel ruimte in op straat, in vergelijking tot een fiets. We behandelen ze voortaan als binnenstedelijke auto’s. Voor gebruik binnen het eigen stadsdeel kan een parkeervergunning worden aangevraagd in ruil voor het inleveren van een reguliere autoparkeervergunning. Wie de vergunning wil uitbreiden naar de hele stad, betaalt hiervoor € 1.000 per jaar extra. Zo verdelen we de schaarse ruimte in de stad eerlijker, en gaat de opkomst van brommobielen niet ten koste van fietsen en voetgangers.
2.38. We maken een plan om de hele stad op onderhoudsniveau B – ‘verzorgd’ te krijgen. Dat betekent dat straten, groen en openbare voorzieningen schoon, veilig en herkenbaar onderhouden worden, zonder dat er achterstanden ontstaan. Hiermee zorgen we voor een stad die betrouwbaar en leefbaar oogt, en voorkomen we dat kleine gebreken uitgroeien tot dure herstelprojecten.



