09 juli 2026
08 oktober 2026 3 minuten lezen
Korte agenda, maar volop stof tot gesprek
Op papier was de agenda voor de raadsvergadering van 24 september 2026 kort. Maar voordat de agenda überhaupt werd vastgesteld, was er tijdens het vragenhalfuur voor raad en inwoners al volop stof tot gesprek. Daarbij ging het onder meer over de belastingkwestie bij de SWO, de zorgen over de woningbouwplannen in Veeningen en de gevolgen van het landelijke stikstofbeleid voor onze melkveehouders.

Duidelijkheid nodig over belastingaanslag SWO
Het CDA heeft Artikel 38-vragen gesteld over de belastingaanslag van maar liefst €860.000 die de SWO heeft ontvangen. Een fors bedrag, waarbij uiteindelijk ook gemeenschapsgeld in het geding is.
Wij wilden daarom weten hoe deze situatie heeft kunnen ontstaan, waarom de gemeenschappelijke regeling, de gemeenteraad en het verantwoordelijke bestuur niet eerder zijn geïnformeerd en welke maatregelen worden genomen om herhaling te voorkomen. Ook hebben we gevraagd naar de financiële gevolgen voor De Wolden en of bezwaar of beroep wordt ingesteld tegen de belastingaanslag.
Tijdens de beantwoording gaf de wethouder aan dat inmiddels een interne werkgroep is gestart die onderzoekt hoe een dergelijke situatie in de toekomst kan worden voorkomen. Duidelijk is ook dat 30 procent van de naheffing in ieder geval ten laste komt van de gemeente De Wolden. Daarmee heeft deze kwestie dus rechtstreeks financiële gevolgen voor onze gemeente.
Voor het CDA blijft het belangrijk dat duidelijk wordt hoe dit heeft kunnen gebeuren en dat lessen worden getrokken om herhaling te voorkomen. Bij een gemeenschappelijke regeling waarin veel publiek geld omgaat, moeten gemeenteraden hun controlerende rol goed kunnen uitoefenen. Daarvoor is tijdige en volledige informatie noodzakelijk.
Zorgen over woningbouwproces Veeningen
Ook de woningbouwplannen aan de zuidzijde van Veeningen kwamen nadrukkelijk aan de orde. Drie insprekers uit Veeningen deelden met de gemeenteraad hun zorgen over het plan, maar vooral ook over het proces dat daaraan vooraf is gegaan. Inwoners vragen zich onder meer af in hoeverre zij daadwerkelijk zijn meegenomen in de gemaakte keuzes en waarom uiteindelijk voor woningbouw aan de zuidzijde van het dorp is gekozen.
Het CDA heeft eerder technische vragen gesteld over dit dossier. Daarbij hebben we onder andere gevraagd hoe de keuze voor de zuidzijde tot stand is gekomen, welke alternatieven zijn onderzocht en welke rol de westzijde van Veeningen daarbij heeft gespeeld. Juist omdat er al veel langer over uitbreiding aan de westkant wordt gesproken en inwoners eerder zelf onderzoek hebben laten uitvoeren naar mogelijke woningbouwlocaties, vinden wij het belangrijk dat de gemaakte keuzes goed onderbouwd en navolgbaar zijn.
Het CDA is op dit moment nog in afwachting van de beantwoording van deze technische vragen. We willen die antwoorden eerst zorgvuldig bestuderen voordat we verdere conclusies trekken over het dossier. Voor ons staat daarbij voorop dat woningbouw belangrijk is voor de leefbaarheid van onze dorpen, maar dat inwoners ook moeten kunnen begrijpen hoe en waarom keuzes worden gemaakt.
Indringend verhaal van melkveehouders
Ook maakten drie melkveehouders gebruik van de mogelijkheid om de gemeenteraad toe te spreken. Hun verhalen maakten grote indruk. Zij vertelden wat de landelijke stikstofmaatregelen en vooral de voortdurende onzekerheid daarover betekenen voor hun bedrijven, hun gezinnen en hun toekomst.
Daarbij gaat het om veel meer dan alleen de toekomst van individuele boerenbedrijven. De landbouw is een belangrijke drager van onze plattelandsgemeente. Wanneer agrarische bedrijven verdwijnen of nauwelijks nog perspectief hebben, raakt dat ook loonwerkers, leveranciers en andere lokale ondernemers. Maar het raakt ook onze dorpen, verenigingen en uiteindelijk de leefbaarheid van De Wolden. De sociaaleconomische gevolgen van het landelijke beleid mogen daarom niet worden onderschat.
Drentse aanpak biedt meer perspectief
Het CDA De Wolden is groot voorstander van de koers die de provincie heeft gekozen met het Toekomstgericht Landelijk Gebied Drenthe (TLGD). Met deze aanpak wil Drenthe werken aan vermindering van stikstofuitstoot en verbetering van natuur en water, maar tegelijkertijd perspectief houden voor de landbouw en vergunningverlening weer mogelijk maken.
Een belangrijk onderdeel daarvan is doelsturing. Voor de melkveehouderij wordt toegewerkt naar gezamenlijk 30 procent minder ammoniakuitstoot in 2035 ten opzichte van 2019. Ondernemers krijgen daarbij ruimte om binnen hun eigen bedrijf te bepalen hoe zij aan die opgave bijdragen. Dat kan bijvoorbeeld door managementmaatregelen, innovatie of andere aanpassingen. Daarnaast wordt gebiedsgericht gekeken welke aanvullende maatregelen nodig zijn.
Voor het CDA is juist die benadering belangrijk: stel heldere doelen, maar geef boeren ruimte om vanuit hun eigen vakmanschap en bedrijfssituatie te bepalen hoe zij die bereiken. Die Drentse koers lijkt aanzienlijk haalbaarder dan een landelijke aanpak die onvoldoende rekening houdt met verschillen tussen bedrijven en gebieden.
Steun voor motie om boeren te steunen
De zorgen die de melkveehouders met de raad deelden, waren voor het CDA mede aanleiding om de motie van Gemeentebelangen te steunen. Daarin wordt het college gevraagd de zorgen vanuit De Wolden over het landelijke stikstofbeleid nadrukkelijk over te brengen aan de provincie en de landelijke politiek.
