
21 februari 2026
08 februari 2026 2 minuten lezen
We waren tijdens de bespreking van het centrumplan Eelde in de Raadcommissie kritisch op het aantal benodigde parkeerplaatsen.

Onze woordvoering:
Allereerst, dank aan het college dat er inmiddels een interessant toekomstperspectief voor het centrum van Eelde is gepresenteerd. In grote lijnen kan de fractie van het CDA de gekozen richting ondersteunen. Uiteraard is het maar afwachten of onderzoek zal uitwijzen of een cultuurhuis in het centrum echt een goed en haalbaar plan is. Hier is wat de fractie van het CDA betreft in deze en de volgende raadsperiode het laatste woord nog niet over gezegd.
Ik kom tot de inhoud voorzitter, en die draait om parkeren.
Het rapport stelt dat de parkeernorm ‘schil centrum’ het meest passend is omdat de praktijkmetingen lager uitvallen dan zelfs de minimum CROW-kencijfers. Vervolgens wordt juist dát argument gebruikt om structureel de laagste parkeernormen te hanteren voor de toekomst.
Voorzitter, dit is een cirkelredenatie.
Omdat de druk in 2024 laag was, kiezen we lage normen; en omdat we lage normen kiezen, blijft de toekomstige parkeerdruk ook theoretisch laag. Het probleem hierbij is dat de metingen de situatie van ruim een jaar geleden weerspiegelen, niet de drukte in het beoogde nieuwe centrum. Een centrumontwikkeling is immers bedoeld om meer bezoekers, verblijf en aantrekkingskracht te creëren.
Hoe wordt daarom gerechtvaardigd dat minimum CROW-kencijfers worden toegepast in een centrum zonder parkeerregulering, met een beperkt OV-aanbod en veel bezoekers die met de auto komen? Roelofs geeft in hun rapport aan dat de norm ‘rest bebouwd kom’ ook prima te rechtvaardigen is. Is het dan niet verstandig om aan de veilige kant te gaan zitten?
Ten tweede voorzitter, Waarom wordt de hogere parkeerdruk uit oktober 2025 als “mogelijk incidenteel” gekwalificeerd, terwijl dit juist het maatgevende piekmoment betreft. Immers, met een succesvolle Buitenplaats en museumkwartier, een aantrekkelijk winkelaanbod en prettige verblijfsruimte zal zelfs het kengetal van 2025 overtroffen gaan worden.
Ten derde: acht het college het aanvaardbaar dat in meerdere doorgerekende scenario’s de bezettingsgraad oploopt tot boven de eigen gehanteerde norm van 85%, soms zelfs tot een in onze ogen onacceptabele 96% bezetting? Zo ja, hoe verhoudt zich dit tot de leefbaarheid, bereikbaarheid en parkeerdruk in omliggende woonstraten? Leidt een veel te hoge bezettingsgraad niet tot veel zoekverkeer in het centrum en parkeerdruk in bijvoorbeeld de Kosterijweg, Korenbloemweg of de Stoffer Holtjerweg? Wat zijn normen nog waard wanneer je een dergelijke overschrijding accepteert?
Tenslotte, na herhaaldelijk vragen kregen we vanmiddag eindelijk antwoord op een technische vraag. Deze vraag ging over het feit dat het bedachte cultuurhuis slechts 5 parkeerplaatsen nodig zou hebben. Dit bevreemde ons. Vanmiddag kwam de aap uit de mouw, de vijf parkeerplaatsen zijn gebaseerd op de norm voor een bibliotheek. Kan het college de fractie van het CDA uitleggen hoe een cultuurhuis met verondersteld 250 zitplaatsen vergeleken kan worden met een bibliotheek waar door de bank genomen hooguit 25 personen aanwezig zijn? Ligt een waardering als theater niet meer voor de hand?
Voorzitter, afrondend. We hebben meerdere feitelijke argumenten gepresenteerd die laten zien dat de parkeeranalyse niet klopt. Is het college bereid om de raad een aanvullend en realistischer scenario voor te leggen waarin wordt gerekend met gemiddelde CROW-kencijfers en met groeiende bezoekersaantallen en een juiste duiding van een cultuurhuis, zodat de raad een goed onderbouwd besluit kan nemen op basis van reële inschattingen?

21 februari 2026

14 februari 2026

12 februari 2026