
21 februari 2026
12 februari 2026 3 minuten lezen
We zijn tegen een grootschalig zonnelandschap naast de A28.

Onze woordvoering:
Het CDA vindt dat we ons als gemeente de vraag moeten stellen of grootschalige zon op landbouwgrond werkelijk de duurzame toekomst is en of we daarom nu keuzes moeten maken die ons landschap blijvend veranderen terwijl landelijke ontwikkelingen een andere richting opgaan.
Om die en andere redenen hebben we een aantal vragen aan het college:
Ten eerste:
Er is een duidelijke inconsistentie tussen de gemeentelijke interpretatie van de 'Zonneladder' en het huidige rijksbeleid. De gemeente erkent dat het door hen aangewezen gebied volgens de landelijke voorkeursvolgorde in de laagste categorie valt (trede 4: landbouw- en natuurgronden), terwijl zij het in hun visie op trede 3 (terreinen en objecten in het landelijk gebied) plaatsen. Waar komt dat verschil vandaan voorzitter? Waarom wijkt het college af van Rijks- en provinciaal beleid?
Daarnaast, kan het college op basis van voorgaande constatering concreet aantonen waarom zon op landbouwgrond nu noodzakelijk is, terwijl zon op grote daken en andere bebouwde locaties nog niet maximaal wordt benut?
Ten tweede:
Voorzitter, een van de zienswijzen stelt dat op zwaar bemeste landbouwgrond niet zomaar "natuur" ontstaat. Dat klopt. Wetenschappelijk onderzoek (bijvoorbeeld van Wageningen University) bevestigt dit beeld: de transitie van intensieve landbouw naar biodiverse natuur is complex en alleen het plaatsen van panelen volstaat niet voor natuurherstel. Het college reageert hierop door te stellen dat dit vraagstuk pas in de "gebiedsvisie" onderzocht zal worden. Dit is te laat voorzitter, graag een reactie van het college hoe ze ons biodiversiteit gaat verzekeren voordat ze ons verzoekt in te stemmen met deze plannen.
Daarnaast, hoe kan het college stellen dat het landschap leidend is, terwijl dit kwetsbare landschap nu vol wordt ingezet voor grootschalige zonnevelden?
Ten derde:
De gemeente stelt dat het proces gebaseerd is op co-creatie en participatie. Tegelijkertijd worden fundamentele bezwaren over de locatiekeuze (het zoekgebied) stelselmatig afgewezen met de mededeling dat dit een "gepasseerd station" is omdat het al in de Omgevingsvisie is vastgelegd. Dit creëert een spanning tussen de beloofde invloed van burgers en de feitelijke onwrikbaarheid van eerdere besluiten. Welke zienswijzen van inwoners hebben daadwerkelijk geleid tot aanpassing van het beleid, en hoe voorkomt het college dat participatie als een formaliteit wordt ervaren?
Uitvoerbaarheid / netcongestie
Kan het college garanderen dat nieuwe zonneparken daadwerkelijk aangesloten kunnen worden zonder de bestaande netcongestie te vergroten en dat het geen aanvullende maatschappelijke kosten met zich mee zal brengen?
Daarnaast voorzitter, Het college weigert een businesscase op te nemen in het beleidskader omdat dit een "momentopname" zou zijn. In de huidige markt, waar de winstgevendheid van zonneparken onder druk staat door afbouw van subsidies en netkosten, is het wetenschappelijk en economisch twijfelachtig om beleid te baseren op projecten waarvan de financiële haalbaarheid niet getoetst is en daarmee onzeker is. Kan het college reflecteren op deze stelling?
Tenslotte, onze RES-belofte uit 2020 wordt als argument voor grootschalig zon op land gebruikt. Maar wat gebeurt er eigenlijk als Tynaarlo haar RES-belofte niet haalt? Inmiddels is sinds het opstellen van ons RES-bod de wereld nogal veranderd. Nederland heeft veel teveel zonne-energie en inmiddels wordt in het regeerakkoord gelukkig gesproken over kernenergie en kleine kernreactoren, de zogenaamde SMR’s. Dit alles wisten we in 2020 nog niet. Het doel is echter wel hetzelfde een reductie van CO2, maar dat kan wat de fractie van het CDA betreft op een meer landschappelijk vriendelijke manier.
Overigens ter illustratie voorzitter: destijds hebben provincies bij de RES 6000 MW wind op land in 2020 beloofd. Drenthe heeft zich aan de afspraken gehouden, de provincie Utrecht nog steeds niet. Voor zover wij kunnen nagaan zonder consequenties. Graag een reactie van het college op dit standpunt.
Voorzitter, Ik rond af met de vraag waar het college mee bezig is? Zijn ze inzichten uit het verleden en de kennis van toen stuurs aan het invullen of gaan we wat het CDA betreft wat slimmer om met de realiteit van de energietransitie. De rijksoverheid is door het beëindigen van de saldering van zon op land actief bezig de ongebreidelde groei van zonne-energie te beteugelen. Daarnaast staan hier in Noord-Nederland een overdaad aan zonneparken.
Voorzitter, Waarom roeit het college van Tynaarlo tegen de stroom in om achterhaalde idealen na te streven? Zonde van ons landschap en niet nodig wat ons betreft.

21 februari 2026

14 februari 2026

09 februari 2026