Het is voor het CDA essentieel dat het gebruik van contant geld als wettig betaalmiddel niet onmogelijk wordt gemaakt. Steeds meer gemeenten doen contant geld in de ban en accepteren alleen nog maar de pinpas of online betalingen. Volgens het CDA-Kamerlid Erik Ronnes is dat onacceptabel, en pleitte hij er samen met 50PLUS voor dat in elk gemeentehuis ook contant geld wordt geaccepteerd. Acceptatie van de euromunt of van eurobiljetten blijft het uitgangspunt. Zo vatte Erik Ronnes het CDA-standpunt over het gebruik van contant geld in onze samenleving samen, tijdens een debat hierover met minister van Financiën Wopke Hoekstra.

Erik Ronnes: “Een gemeente - de overheid die het dichtste bij de burger staat - hoort mensen juist een helpende hand te bieden en het goede voorbeeld te geven. Daar haal je je paspoort, rijbewijs of regel je een huwelijk. Digitaal betaalverkeer heeft een heleboel voordelen. Maar als je ziet hoeveel mensen nog gebruik maken van contant geld, moet je daar niet van af willen.”

Voor grote groepen is het betalen met briefjes en munten nog heel belangrijk, zoals ouderen, mensen met een visuele beperking en mensen zonder betaalpas (zoals kinderen). Niet alleen hebben zij op deze manier meer grip op hun uitgaven, ook leren kinderen hierdoor bijvoorbeeld zorgvuldig om te gaan met geld.

Contant geld geldig betaalmiddel
In 2016 werd 45% van alle transacties contant betaald. In de eerste helft van 2018 was dit al gedaald naar 39%. Het aandeel neemt hard af. Maar tegelijkertijd gebeuren bijna vier op de tien betalingen met contant geld. Dat is eigenlijk nog heel erg veel. Ronnes: “Pinnen heeft veel voordelen, het is snel, goedkoop en relatief veilig. Maar contant geld is gewoon een geldig betaalmiddel, waarvan de acceptatie hoog moet zijn en blijven.” Hij vroeg de minister de garantie dat bij toonbankaankopen contant geld in de meeste gevallen gewoon geaccepteerd blijft. Hoekstra wees erop dat allereerst De Nederlandsche Bank en maatschappelijke organisaties dat moeten signaleren en met een oplossing moeten komen. Die partijen werken volgens hem al goed en constructief samen op dit gebied.

Betalen bij overheden aan de balie
Ronnes wilde ook van de minister weten of hij het er mee eens was dat de mogelijkheid van het betalen met contant geld bij overheden, zoals gemeenten, gegarandeerd zou moeten worden. Volgens Hoekstra treffen gemeenten al verschillende oplossingen. Dat kan zijn het toch accepteren van cash. Dat kan ook zijn het helpen van iemand bij een eenmalige machtiging. Zijn collega van BZK is hierover in gesprek met de gemeenten en komt hierover nog met een brief naar de Kamer.

Storing in betaalsysteem
Een ander aspect waar Ronnes aandacht voor vroeg, betrof de bedreigingen van het digitale betalingsverkeer door cyberaanvallen of uitval van de digitale infrastructuur. ‘Hoe zorgen wij ervoor dat een minimaal niveau van contant geld in stand kan worden gehouden, zodat we hierop terug kunnen vallen bij het falen van de systemen?’ Volgens de minister is bij een storing contant geld een belangrijke en eigenlijk de enige terugvaloptie. Dat moet bij een storing dus heel goed geregeld zijn. Hij voegde eraan toe dat de capaciteit van alle geldautomaten voldoende is om grotendeels het reguliere pinverkeer tijdelijk te vervangen. Dus op de relatief korte termijn is dat geregeld. Daarnaast is er ook een crisisstructuur die in werking treedt bij grote pinstoringen.

Landelijk/​Provinciaal

De twaalf provinciale afdelingen vormen de schakel tussen de gemeentelijke afdelingen en het landelijke bestuur.