
30 september 2026
01 oktober 2026 3 minuten lezen
De Provinciale Omgevingsvisie (POVI) bepaalt hoe Fryslân richting 2050 omgaat met de schaarse ruimte. Wonen, landbouw, natuur, bereikbaarheid, economie en energie vragen allemaal om ruimte en kunnen niet los van elkaar worden bekeken.


Voor het CDA stond bij de behandeling één uitgangspunt centraal: geef ruimte aan de mienskip en denk als overheid vanuit ‘ja, mits’ in plaats van ‘nee, tenzij’. Inwoners, boeren, ondernemers, gemeenten en dorpen weten vaak zelf goed wat nodig is. De provincie moet richting geven waar dat nodig is, maar niet alles van bovenaf dichtregelen.
Een belangrijk onderwerp was woningbouw in onze dorpen. Juist daar willen veel jonge Friezen graag blijven wonen, maar is het lastig om een betaalbare woning te vinden. Met het voorstel maatwerk voor de dorpen wil fractievoorzitter Karin van der Velde-Ronda gemeenten meer ruimte geven om zelf te bepalen wat lokaal nodig is, zonder onnodige provinciale groeipercentages.

Statenlid Attje Meekma kreeg bijval voor het toekomstperspectief voor onze boeren. Met de BBB diende ze een voorstel in om het afwegingskader landbouwgrond binnenkort door Provinciale Staten te laten vaststellen. Dit afwegingskader is bedoeld om de landbouw in ruimtelijke besluiten zwaar te laten meewegen. Met dezelfde partij werd ook een voorstel ingediend om vast te houden aan de bestemming landbouw van de zomerpolders van Noardeast Fryslân bûtendyks. In de visie dreigde namelijk ‘landbouw medegebruik’ vastgelegd te worden. Boeren werken daar reeds natuurinclusief; een gedeelde bestemming doet iets met de waarde van de grond en frustreert daarmee de samenwerking. Beide voorstellen werden aangenomen, net als alle voorstellen die Attje voor het CDA indiende op het onderwerp veenweide. We blijven daarmee uitgaan van het huidige veenweideprogramma, het dunne veen wordt niet meegenomen in de uitwerking, de instructieregels worden eruit gehaald en het HAKLAM principe (Hoger water ALS het Kan, Lager water Als het Moet) blijft uitgangspunt voor toekomstige peilverhogingen. Het CDA is van mening dat het veenweidegebied ruimte moet bieden voor boeren om duurzaam én rendabel te ondernemen. Eventuele toekomstige wijzigingen moeten tot stand komen in de gebiedsprocessen van onderop en niet van te voren worden vastgelegd in deze visie.
Daarnaast blijft een goede bereikbaarheid van Fryslân belangrijk. Daarom diende Statenlid Karin van der Velde een voorstel in dat Fryslân actief betrokken blijft bij de komst van de Lelylijn met een volwaardige aftakking naar Leeuwarden. Dit voorstel is zeer breed aangenomen door de Staten.

Tot slot hebben heeft Statenlid Foppe Wiersma nadrukkelijk aandacht gevraagd voor netcongestie in Noordoost-Fryslân. Bedrijven in onder andere Dokkum en Hallum willen groeien, investeren en verduurzamen, maar lopen tegen de grenzen van het elektriciteitsnet aan. Het CDA wil daarom meer ruimte bieden voor windturbines bij bedrijventerreinen als bedrijven daarmee zelf in hun energievoorziening willen investeren. Het voorstel Ondersteuning energieoplossingen Dokkum en Hallum moet die ruimte in de POVI vergroten. Dat is belangrijk om bedrijven in deze regio perspectief te bieden, zodat zij niet uiteindelijk vertrekken, met verlies van veel werkgelegenheid tot gevolg. Dit voorstel is aangenomen met een brede meerderheid in de Staten. Op het gebied van energie vroeg de fractie daarnaast nog aandacht voor het breder stimuleren van energiehubs, het stimuleren van zonne-energie op bijvoorbeeld daken en parkeerplaatsen en lokale participatie in duurzame energie projecten. Al deze voorstellen zijn met een brede meerderheid vastgesteld.
De fractie werd ook de vraag gesteld of we niet verder hadden willen gaan op het gebied van windenergie. Het antwoord op die vraag is een volmondig ja. Wat de fractie betreft was er een streep gegaan door de saneringsplicht en door het verbod op dorpsmolens. En daarin schuilt het dilemma van de afgelopen weken. Want naast dat de fractie ruimte wil bieden aan initiatieven van onderop –dorpsmolens had de fractie graag meer ruimte willen bieden – is het ook belangrijk om een betrouwbare samenwerkpartner te zijn. Uiteindelijk is het kiezen tussen twee kwaden.
Met de POVI zet de provincie koers richting 2050. Voor het CDA blijft daarbij leidend wat Fryslân sterk maakt: de mienskip, onze boeren en ondernemers, sterke dorpen en steden en ons unieke landschap. Zo werken we aan een Fryslân dat ook in 2050 nog steeds ‘it bêste lân fan d’ierde’ is.