19 januari 2026
13 januari 2026 1 minuten lezen
Column Willemien
Goede voornemens zijn meestal bedoeld voor later. Voor het moment waarop we meer tijd hebben, rustiger zijn, aandachtiger. Ze beginnen met hoop en eindigen vaak ergens halverwege het jaar, ergens tussen het voornemen om beter te luisteren en dat bakje chips dat toch weer net iets te dichtbij staat.
Als ik het nieuws volg, valt me op hoe snel gesprekken verharden. Woorden worden scherper, tegenstellingen groter. Het lijkt soms alsof luisteren verdacht is geworden en nuance iets voor later. Alsof alles onmiddellijk beslist moet worden, liefst met een duidelijke winnaar.
Ook dichter bij huis zie ik het soms gebeuren. Gelukkig niet vaak, maar vaak genoeg om het te herkennen. In gesprekken die vastlopen. In reacties die sneller zijn dan het begrip erachter. Dat raakt me, juist omdat Putten voor mij staat voor rust en nabijheid. Voor het idee dat je elkaar blijft zien, ook als je het oneens bent.
In mijn werk in de palliatieve zorg word ik dagelijks herinnerd aan wat er werkelijk toe doet. Aan het einde van het leven verdwijnen meningen en standpunten naar de achtergrond. Wat overblijft is de manier waarop mensen met elkaar omgaan. Of iemand de tijd neemt. Of er ruimte is voor stilte. Voor aandacht. Voor nabijheid.
Misschien is dat wel mijn belangrijkste voornemen: niet direct reageren, maar eerst luisteren. Niet alles invullen, maar ruimte laten. Het gesprek niet willen winnen, maar openhouden. Dat klinkt eenvoudig, maar blijkt in de praktijk verrassend lastig.
Ook vanuit mijn ervaring in de langdurige zorg zie ik hoe kwetsbaar samenleven is. Hoe snel systemen kunnen schuren als de menselijke maat ontbreekt. Regels zijn nodig, maar ze dragen alleen als er respect en zorg onder liggen. Zonder dat wordt alles harder dan nodig is.
Misschien is dat wel mijn belangrijkste voornemen: niet direct reageren, maar eerst luisteren. Niet alles invullen, maar ruimte laten. Het gesprek niet willen winnen, maar openhouden. Dat klinkt eenvoudig, maar blijkt in de praktijk verrassend lastig.
Toch geloof ik dat juist daar iets begint. In de toon die we kiezen. In de manier waarop we elkaar aanspreken. In het besef dat mildheid geen zwakte is, maar een vorm van kracht.
Dat is ook waarom ik me, bewust en met overtuiging, kandidaat stel voor het CDA Putten. Niet vanuit de gedachte dat politiek alles kan oplossen, maar vanuit de overtuiging dat houding ertoe doet. Dat hoe we spreken minstens zo belangrijk is als wat we zeggen. En dat een gemeenschap sterker wordt als mensen zich gezien blijven voelen.
Goede voornemens mislukken vaak. Maar elke dag opnieuw kunnen we besluiten het toch weer te proberen.