06 februari 2017

Opinie Ton Braspenning & en René Kuijken over toekomst veehouderij

Voor de boeren in Brabant is het vijf voor twaalf.

De landbouw moet vernieuwen én verduurzamen. Dat vindt ook het CDA. De samenleving verandert en stelt nu andere eisen aan volksgezondheid, milieu en dierenwelzijn dan 50 jaar geleden. Terecht.

Tegelijkertijd hebben we, in Nederland, meer dan 17 miljoenen monden te voeden. Alleen al in Brabant dragen duizenden boerenfamilies bij aan die enorme opgave. Ook zij zien in dat het boerenbedrijf van vandaag niet hetzelfde is als dat van morgen.

Vernieuwen en verduurzamen doe je echter wel op een eerlijke manier. Lange tijd hadden wij het vertrouwen dat VVD, SP, D66 en PvdA, de partijen die het nu in Brabant voor het zeggen hebben, dat óók voor ogen hadden.

Vernieuwen en verduurzamen vraagt tijd, geld en draagvlak. Van de provincie kregen de Brabantse boeren tot 2028 de tijd om de kostbare maatregelen te nemen, die nodig zijn om de uitstoot van stikstof te verminderen. Een krappe maar haalbare datum, vond het CDA. Te meer omdat veel boeren al grote milieu-investeringen hebben gedaan, de marges in de sector dusdanig klein zijn dat er weinig investeringsruimte is én omdat een groot aantal boeren waarschijnlijk versneld stopt.

Maar nu: nu vervroegt de provincie zonder inspraak en overleg de deadline naar 2020. Dit dwingt veel boeren om vervroegd te kiezen: dure extra investeringen doen óf stoppen. Zulke ingrijpende regels maar liefst 8 jaar naar voren halen: in geen enkele andere sector zou dát kunnen.

Van de SP, PvdA en D66 kan je dit verwachten. Maar wat doet de VVD? Ooit waren de liberalen voor minder regels en meer ondernemerschap, nu helpen ze bij het omvallen van familiebedrijven en de leegloop van het platteland.

Boerenzoons en -dochters zien namelijk het bedrijf van hun ouders aan telkens veranderende regels en negatieve publiciteit ten onder gaan. Zij maken andere toekomstplannen en willen het bedrijf niet overnemen. De meeste boeren hebben om aan de nieuwe eisen te voldoen een lening van de bank nodig. Banken geven deze lening alleen maar, wanneer de boeren deze kunnen terugbetalen. Dit kan vaak alleen maar door bedrijfsuitbreiding. Maar naast de extra vroege milieu-investeringen wil de provincie nu óók nog eens dat boeren die oude milieuvervuilende stallen willen vervangen door grotere milieuvriendelijkere stallen gaan betalen voor het afbreken van stallen bij gestopte boeren. Dit zorgt voor een dusdanige financiële drempel dat veel boeren worden gedwongen om te stoppen en dat veel boerendochters en -zoons er niet over piekeren om het bedrijf over te nemen.

Noemen we dit vernieuwen en verduurzamen? Het CDA niet. Wij zien aan de ene kant een sector die dichtgeregeld wordt, die moet vechten voor haar imago, en die niet weet waar zij aan toe is a.g.v. nieuwe en telkens veranderende regels. We zien keihard werkende mensen voor een loon tegen de armoedegrens. Aan de andere kant zien we een provincie die zich een uiterst onbetrouwbare overheid toont. De hardwerkende boer krijgt de rekening én het stigma van vervuiler opgeplakt.

De provincie vat haar landbouwbeleid samen als People – Planet – Profit. Het CDA duidt het als Oneerlijk – Onbetrouwbaar – Onzorgvuldig. Zo verdwijnen niet alleen de boeren, maar ook het boerenverstand uit onze provincie.

Ton Braspenning (oud wethouder en gemeenteraadslid van Alphen-Chaam) en René Kuijken zijn beiden Lid van Provinciale Staten Noord-Brabant voor het CDA.

Landelijk/​Provinciaal

De twaalf provinciale afdelingen vormen de schakel tussen de gemeentelijke afdelingen en het landelijke bestuur.