
23 juli 2026
30 juni 2026 2 minuten lezen
Afgelopen maand ben ik opnieuw op pad gegaan in onze gemeente, in mijn rol als raadslid voor het CDA Heeze-Leende-Sterksel. Net als eerder stond één vraag centraal: wat leeft er in onze dorpen en hoe kunnen we samen werken aan sterke, betrokken gemeenschappen?
In de gesprekken van de afgelopen periode heb ik bewust het accent gelegd op drie pijlers die voor mij de basis vormen van gemeenschapskracht: scholen, verenigingen en burgerinitiatieven. Juist daar ontstaan ontmoeting, betrokkenheid en initiatief. Wat opvalt, is dat deze pijlers elkaar versterken en samen het fundament vormen van onze dorpen.

Scholen: fundament voor sterke dorpen
In gesprekken met de schoolleiders van De Triangel, De Trumakkers en Dirk Hezius wordt duidelijk dat scholen veel meer zijn dan onderwijsinstellingen. Ze zijn plekken waar gemeenschap ontstaat.
Bij Triangel is gewerkt aan stabiliteit en vertrouwen, terwijl tegelijkertijd de fysieke ruimte – met name het schoolplein – onder druk staat door groei.
De Trumakkers laat een vergelijkbaar beeld zien: groei vraagt om uitbreiding en brengt vraagstukken met zich mee rond verkeersveiligheid, ruimte en samenwerking met de gemeente.
Bij Dirk Hezius ligt de nadruk op een duidelijke ambitie om door te groeien naar een toekomstbestendige dorpsschool. Het schoolplein en de nieuwbouw bieden kansen om de verbinding met de buurt te versterken, bijvoorbeeld via een open en toegankelijke inrichting.
Wat deze gesprekken verbindt, is dat scholen een centrale rol spelen in de leefbaarheid van dorpen. Investeren in onderwijs betekent investeren in ontmoeting, ontwikkeling en samenhang.
Verenigingen: het cement van de gemeenschap
Het verenigingsleven vormt een tweede pijler van gemeenschapskracht. Gesprekken met sleutelfiguren van T.C. Leende, DOSL en de Club van 12 laten zien hoe breed en diep die rol is.
T.C. Leende groeit sterk, mede door de populariteit van padel, maar blijft tegelijkertijd inzetten op betrokkenheid en verantwoordelijkheid van leden.
Bij DOSL wordt zichtbaar hoe verenigingen functioneren als sociale en pedagogische omgeving, gedragen door een grote groep vrijwilligers. De vereniging is niet alleen een sportclub, maar ook een ontmoetingsplek en een plek waar normen en waarden worden meegegeven.
De Club van 12 laat zien hoe gemeenschapskracht georganiseerd kan worden door mensen te verbinden op basis van talenten en initiatief. Daarmee ontstaat energie in het dorp en worden ideeën omgezet in concrete activiteiten.
Samen laten deze voorbeelden zien dat verenigingen essentieel zijn voor verbinding en betrokkenheid. Ze vormen het sociale weefsel van de gemeenschap.
Burgerinitiatieven: kracht van onderop
De derde pijler komt naar voren in initiatieven vanuit inwoners zelf, zoals Gasterij de Hospes. Het gesprek dat ik samen met onze fractieondersteuner Dennis voerde over dit project met Jan-Willem laat zien hoe een gemeenschap verantwoordelijkheid neemt voor haar eigen voorzieningen en ontmoetingsplekken.
De brede betrokkenheid en lokale financiering onderstrepen de kracht van dit initiatief. Tegelijkertijd wordt zichtbaar dat de rol van de gemeente niet altijd eenvoudig is. Procedures en regelgeving sluiten niet altijd aan bij de dynamiek van initiatieven uit de samenleving.
Deze spanning komt vaker terug: de intentie om samen te werken is er, maar de uitvoering vraagt om flexibiliteit, duidelijkheid en vertrouwen.
Samenhang als sleutel
Wat alle gesprekken met elkaar verbindt, is de samenhang tussen deze thema’s.
Gemeenschapskracht ontstaat op het snijvlak van deze werelden. Dat vraagt om een gemeente die verbindt, ondersteunt en mogelijk maakt.
Tegelijkertijd komt uit meerdere gesprekken een belangrijk aandachtspunt naar voren: de stap van goede intenties naar concrete uitvoering. Ideeën en betrokkenheid zijn volop aanwezig, maar vragen om duidelijke communicatie, samenwerking en doorzettingsvermogen.
Tot slot
De gesprekken van de afgelopen maand laten zien hoeveel kracht er in onze dorpen aanwezig is. Mensen zetten zich in, denken mee en nemen initiatief.
Dat geeft vertrouwen.
Vertrouwen dat we, door te blijven investeren in scholen, verenigingen en initiatieven van inwoners, verder kunnen bouwen aan sterke en verbonden gemeenschappen.
Ook de komende periode blijf ik op pad gaan. Want goed bestuur begint voor mij nog altijd bij luisteren – midden in de samenleving.
Jullie horen van mij!