31 augustus 2026 4 minuten lezen

Een zwaar debat voor vijf pluim­vee­hou­ders en hun gezin­nen

Op 14 augustus kwamen de Provinciale Statenleden eerder terug van het zomerreces voor een extra Statenvergadering. Aanleiding was het interpellatiedebat over het voornemen van Gedeputeerde Staten om de natuurvergunningen van vijf pluimveehouders in te trekken. Het debat, aangevraagd door het CDA, BBB, 50PLUS, JA21, CU-SGP, FvD en PVV, trok veel aandacht. Rond het provinciehuis in Den Bosch kwamen ongeveer 1.500 agrariërs en sympathisanten bijeen, met zo’n 400 tractoren.

Voorafgaand aan het debat kregen 21 insprekers de gelegenheid om de Provinciale Staten toe te spreken. De vijf betrokken pluimveehouders kregen als eerste het woord. Zij hebben dit op indrukwekkende wijze gedaan. Samen met hun gezinnen zaten zij vervolgens de volledige, maar liefst negen uur durende vergadering op de publieke tribune uit. Een zware en emotionele dag voor de gezinnen.

CDA kritisch op gevolgde proces
Als CDA hebben we het College stevig bevraagd en kritisch gekeken naar het gevolgde proces. Daarbij hebben we onder andere vragen gesteld over de communicatie met de betrokken pluimveehouders, de politieke willekeur die volgens ons uit de Statenmededeling spreekt en het toepassen van de menselijke maat.
Ook hebben we aandacht gevraagd voor de mogelijkheid om de rechterlijke uitspraak op een andere manier uit te voeren. Gedeputeerde Boelema heeft de betreffende pluimveehouders tot op heden niet gesproken of ontmoet. Ook is zij niet ingegaan op hun uitnodiging om bij hen op locatie langs te komen. Wij vinden dat dit anders moet.

Twee CDA-moties
Tijdens het debat heeft het CDA twee moties ingediend. Naar aanleiding van één van onze moties heeft gedeputeerde Boelema toegezegd dat er deze week een memo naar de Staten komt. Tegelijkertijd gaf zij duidelijk aan niet te willen afwijken van het voornemen om de natuurvergunningen in te trekken.
Een aangenomen motie van twee coalitiepartijen zorgt er echter voor dat zij opnieuw in gesprek moet gaan met de betrokken pluimveehouders. Daarmee blijft er een sprankje hoop, zoals ook in de krant werd geciteerd.
Voor de vijf pluimveehouders en hun gezinnen was het een zware en emotionele dag. De uitkomst van het debat was in onze ogen teleurstellend. Tegelijkertijd biedt het opnieuw voeren van het gesprek een kleine opening.

De bijeenkomst van afgelopen vrijdag heeft voor ons nogmaals pijnlijk duidelijk gemaakt dat het lot van deze pluimveehouders bepaald wordt door politieke willekeur, in plaats van door een zorgvuldige en rechtvaardige afweging.

Als CDA blijven we deze zaak nauwlettend volgen en blijven we ons inzetten voor een zorgvuldige procedure, een menselijke maat en een eerlijke behandeling van de betrokken ondernemers. Wordt vervolgd!

Tanja van de Ven-Vogels
Statenlid CDA Brabant

Betoog Tanja van de Ven-Vogels eerste termijn interpellatiedebat 14 augustus 2026:

Voorzitter,

“Blijf betrouwbaar in een onzekere tijd. Zoek elkaar op bij moeilijke vraagstukken. En houd ruimte voor de creativiteit en energie die Brabant kenmerken.”

De woorden van onze Commissaris in haar nieuwjaarstoespraak.

Echter vandaag moeten we constateren dat de praktijk daar pijnlijk ver vanaf staat.

Vijf ondernemers hebben concrete plannen ingediend waarmee zij hun emissies met maar liefst 75 procent willen terugbrengen. Zij hebben maanden gewacht op een inhoudelijke reactie. Uiteindelijk kregen zij, daags voor het reces, te horen dat hun plannen onvoldoende waren.

Zonder bestuurder. Zonder ondersteuningsteam.

Voorzitter, ik zag deze ondernemers uit dat kamertje komen. Bibberend als een rietje. Dat beeld blijft bij mij hangen.

Want dit gaat niet alleen over papier en technocratische besluiten. Dit gaat over hoe een overheid omgaat met mensen die jarenlang hebben geïnvesteerd op basis van verleende vergunningen en vertrouwen in diezelfde overheid.

Daarom staat voor het CDA vandaag één vraag centraal:

Kunnen ondernemers nog vertrouwen op de overheid?

De provincie erkent dat een half jaar lang geen inhoudelijke terugkoppeling is gegeven. Waarom is dat zo? Vervolgens zegt zij dat die terugkoppeling ook niet tot een andere uitkomst zou hebben geleid. Maar hoe kunnen wij nagaan dat dat zo is? En welke ruimte was er voor de ondernemers om hun plannen aan te passen?

Transparantie en zorgvuldigheid zijn juist in gevoelige situaties als deze van groot belang. Hoe kunnen we er op vertrouwen dat dit proces zorgvuldig is gelopen?

Dan de juridische onderbouwing.

De provincie erkent dat de rechtbank niet heeft opgedragen deze vergunningen in te trekken. Toch stelt GS dat er geen andere mogelijkheid meer is.

De uitspraak van de rechter is één ding. De keuze om vervolgens een vergunning in te trekken is iets anders. Dat is óók een bestuurlijke afweging.

En juist daarover willen wij duidelijkheid.

Want GS spreekt zelf over een zware individuele last, over mogelijke nadeelcompensatie en over een mogelijke deuk in het ondernemersvertrouwen. Tegelijkertijd zegt GS dat de investeringszekerheid niet verandert. Kunt u dat toelichten?

Een vergunning geldt vandaag. Een ondernemer investeert daarop. En als morgen die vergunning dan kanworden ingetrokken. Wat betekent dat voor ondernemers én voor banken die financieringen verstrekken? 

Dan de 15 procent resterende emissieruimte.

Op papier is dat misschien geen volledige ontneming. Maar de vraag is wat die 15 procent in werkelijkheid betekent.

Kan met die 15 procent nog een reëel en economisch levensvatbaar bedrijf worden voortgezet?

Of is dit een theoretische restmogelijkheid?

Voorzitter, er is nog een belangrijke spanning.

GS zegt dat deze besluiten individueel worden beoordeeld. Tegelijkertijd staat in de Statenmededeling dat een stikstofmaatregelenpakket zonder aanpak van deze grote uitstoters niet zinvol zou zijn.

Vraag hierbij:

Worden deze vijf ondernemers uitsluitend op hun individuele situatie beoordeeld, of zijn zij óók onderdeel van een bredere beleidskeuze om grote uitstoters aan te pakken?

Want als dat laatste het geval is, gaat dit niet alleen over vijf bedrijven. Dan gaat het over de rechtszekerheid van ondernemers in heel Brabant.

Daarom vragen wij ook:

Heeft GS extern juridisch advies ingewonnen over de vraag of intrekking daadwerkelijk de enige mogelijkheid is om aan de uitspraak van de rechtbank te voldoen?

Voorzitter, tot slot de natuur.

Als je ondernemers hun vergunning ontneemt, moet duidelijk zijn welk concreet doel daarmee wordt bereikt.

Welke significante verbetering in de betreffende Natura 2000-gebieden verwacht GS daadwerkelijk door het intrekken van 100 procent van de ammoniakemissie van deze bedrijven?

Emissiereductie kan bijdragen aan natuurherstel. Maar emissiereductie alléén ís geen natuurherstel.

Voorzitter,

Het intrekken van onherroepelijke vergunningen kan slechts wanneer niet overtuigend is aangetoond dat dit juridisch noodzakelijk en proportioneel is en dat er geen minder ingrijpend alternatief bestaat.

En dit is nog geen definitief besluit. Het is een voornemen.

Onze oproep aan GS is daarom helder:

Kijk opnieuw naar de alternatieven. Weeg de belangen van deze ondernemers daadwerkelijk mee. Wees betrouwbaar!

En dit brengt mij terug naar de uitspraak van onze CdK:

“blijf betrouwbaar in een onzekere tij, zoek elkaar op bij moeilijke vraagstukken en houd ruimte voor de creatitviteit en energie die Brabant kenmerken.

Lees
ver­der