Kandidaten TK21
02 april 2022

Opinie in het AD over jeugdbescherming

Jeugdbescherming veel te ingewikkeld ingericht

‘Staatsontvoeringen’, noemde cabaretier Peter Pannekoek 1115 uit huis geplaatste kinderen onlangs. Misschien wat ongenuanceerd, stelt René Peters. En grote woorden helpen niet. Een andere blik op jeugdzorg wel.

Kinderen horen bij hun ouders op te groeien. Ook wanneer opvoeden om wat voor reden dan ook ingewikkeld is. Pas bij aantoonbare onveiligheid, vastgesteld na gedegen onderzoek en bevestigd door een kinderrechter, zou een kind uit huis geplaatst moeten worden. Uithuisplaatsing is in zo’n geval misschien nodig. Het is altijd ook schadelijk. En dramatisch voor ouders en kind. Vanaf dag één zou gewerkt moeten worden om terugkeer naar het gezin mogelijk te maken. Kort en goed: als er problemen zijn in het gezin, moet er hulp in, en niet het kind eruit. Over jeugdbescherming valt veel te zeggen. Maar zoals het in theorie zou moeten gaan, zo gaat het niet altijd. Als maatschappij eisen we het onmogelijke. We willen garanderen dat ieder kind veilig en gezond opgroeit. Maar we willen ook dat ieder kind thuis opgroeit. Als een kind wordt mishandeld of overlijdt, roepen we schande over de jeugdzorg en eisen we op hoge toon het hoofd van de jeugdbeschermer. We eisen dan dat er eerder en steviger wordt ingegrepen om herhaling te voorkomen. Het lot van een jeugdbeschermer is dat hij in de beeldvorming per definitie te laat of te vroeg ingrijpt. En altijd te zwaar of te licht. Met enige afstand en nuance naar de jeugdbescherming kijken, blijkt door emoties soms ook lastig. Op tv stak cabaretier Peter Pannekoek zijn mening over de uithuisplaatsing van kinderen van toeslagenouders niet onder stoelen of banken. ‘Staatsontvoeringen. Dat zijn het.’

Heldere taal. Maar misschien iets te ongenuanceerd. Een kind wordt niet uit huis geplaatst omdat er schulden zijn. Andersom kan het wel. Dat door alle schulden en ellende opvoeden bijna onmogelijk wordt. Al is dat eigenlijk net zo verschrikkelijk. Helemaal wanneer de overheid de ellende heeft veroorzaakt. Maar grote woorden helpen niet. Wel een gedegen heroverweging van hoe we de jeugdbescherming hebben georganiseerd.

Van wijkteams naar Veilig Thuis. Van Veilig Thuis naar de Raad voor de Kinderbescherming. Van de Raad voor de Kinderbescherming via de jeugdrechter naar de gecertificeerde instelling. En van daaruit weer naar de wijkteams. Jeugdbescherming organiseren we over zoveel schijven dat de kans op fouten te groot wordt. En we verdelen de beschikbare professionals over al die schijven zodat de werkdruk door personeelsgebrek verder toeneemt. Al een aantal jaren is men bezig met het vereenvoudigen van de ‘jeugdbeschermingsketen’.

Een niet-vrijblijvende samenwerking tussen alle partijen met expliciete aandacht voor rechtsbescherming voor ouders en kinderen. Echt opschieten doet het niet. Hier en daar zit instellingsbelang in de weg. We moeten ons ook realiseren dat een overheid absolute veiligheid voor ieder kind niet kan waarborgen.

Dat niet altijd hoeft te worden ingegrepen. Niet uit laksheid of desinteresse. Maar omdat ingrijpen soms nodig, maar altijd ook schadelijk is.

René Peters is Tweede Kamerlid voor het CDA.

Landelijk/​Provinciaal

De twaalf provinciale afdelingen vormen de schakel tussen de gemeentelijke afdelingen en het landelijke bestuur.