
02 april 2026
28 maart 2026 1 minuten lezen
Het was woensdagmiddag kwart over vier. Ik reed naar huis na het debat met de Staten over het UPLG. Op het scherm lichtte de naam van Henri Bontenbal op. Ik drukte op groen en daar klonk de stem van Henri, of ik in een rustige omgeving zat. Nou, ik zat zelf achter het stuur, dus nee. Ik zou over 5 minuten thuis zijn. Met een: "Dan bel ik zo terug, want ik wil natuurlijk niet dat je de vangrail inrijdt," hingen we op.

Vijf minuten later ging opnieuw mijn telefoon. Dit keer zat ik rustig op een stoel aan de tafel. Dat telefoontje zet mijn leven op zijn kop. Ik kocht even tijd door te vragen er nog even met mijn gezin over te spreken. Dit soort grote beslissingen kan ik niet zonder hen nemen. En na familieberaad kon ik ‘s avonds volmondig ‘ja’ uitspreken.
Mijn werk loslaten valt me niet makkelijk. We staan middenin in de belangrijke discussie over het landelijk gebied. Geen makkelijke discussie. Ik heb de afgelopen jaren vele, vele gesprekken en debatten gevoerd. Ik heb het vertrouwen dat er nu belangrijke stappen zijn gezet en dat ik de volgende mag overlaten aan mijn collega’s van Gedeputeerde Staten - met brede steun van de Staten - en in het bijzonder aan Gijs de Kruif, mijn zeer gewaardeerde opvolger. Er ligt een basis om op door te gaan. Aan Gijs en de andere collega’s is het nu de taak daar een vervolg aan te geven.
Ik heb het enorm naar mijn zin gehad als gedeputeerde. Ik zei altijd dat ik de mooiste portefeuille had, want ik was altijd buiten tijdens werkbezoek. Met de boot door Botshol, door de weilanden lopen met een boer die trots vertelde hoeveel gruttoparen er dit jaar waren of met een opzichter op zoek naar sporen van de wolf. Voor een buitenmens is bijna geen mooiere portefeuille denkbaar.
Nu mag ik als minister van Langdurige Zorg en Jeugd aan de slag met de zorg toekomstbestendig maken voor onze kinderen en kleinkinderen. Dat is een complexe opgave. Maar ook een met een menselijk gezicht. Iedereen kent immers wel iemand die zorg en ondersteuning nodig heeft, een ouder of kind. Liefdevolle zorg wordt niet alleen door zorgmedewerkers gegeven, maar ook door partners, buren of kinderen dichtbij waardoor mensen zolang mogelijk in hun eigen buurt of wijk kunnen blijven. En als het nodig is zorg kunnen krijgen in zorginstellingen. Als minister van Sport was ik aanwezig bij de Paralympische spelen toen Jeroen Kampschreur naar zijn derde gouden medaille skiede. Deze sporters zijn een fantastisch rolmodel voor iedereen met of zonder handicap om te laten zien hoeveel plezier sport en bewegen kan geven. Ik heb er veel zin in!
Hoewel ik nu vaker weer in Den Haag zal zijn, blijf ik natuurlijk gewoon in de provincie Utrecht wonen. Ik hoop u daar nog vaak te zien!