CDA | Mondelinge vragen CDA Goes: Parkeren en binnenstedelijke…

05 februari 2026 1 minuten lezen

Mon­de­lin­ge vra­gen CDA Goes: Par­ke­ren en bin­nen­ste­de­lij­ke woning­bouw

De woningbouwopgave in Goes vraagt niet alleen om ambitie, maar ook om het wegnemen van praktische belemmeringen. In eerdere vragen aan het College van Burgemeester en Wethouders sprak het CDA al over regie, doorlooptijden en uitvoeringskracht bij woningbouw, waaronder de rol van parkeernormen. Parkeren moet bijdragen aan leefbaarheid en veiligheid, maar mag woningbouw die juist minder verkeersdruk oplevert niet onnodig blokkeren. Daarom stelt het CDA Goes vandaag mondelinge vragen aan het college.

De mondelinge vragen

In recente door ons gestelde artikel 16-vragen hebben wij als CDA gesproken over regie, doorlooptijden en uitvoeringskracht bij woningbouw. We hadden het over procedures, capaciteit, netcongestie, maar ook over parkeernormen.

We kunnen als raad niet alleen roepen: bouwen, bouwen, bouwen. We moeten als raad met elkaar echt een spade dieper om woningbouw daadwerkelijk te versnellen.

In zeer recente gesprekken met initiatiefnemers en projectontwikkelaars krijgen wij terug dat woningbouw in binnenstedelijke situaties regelmatig vastloopt op parkeren.

En ja natuurlijk parkeren ligt in de binnenstad onder een vergrootglas, vanwege de beperkte ruimte. Dat begrijpen wij.

Maar het punt is dat er soms geen integrale vergelijking wordt gemaakt tussen wat een locatie planologisch al mocht veroorzaken aan parkeerdruk, en wat een nieuwe ontwikkeling feitelijk betekent.

Als we serieus werk willen maken van woningbouw voor starters en eenpersoonshuishoudens, dan moeten we ook inhoudelijk durven kijken naar hoe we parkeerdruk beoordelen.

Daarover de volgende vragen:

  1. Planologische vergelijking
  • Klopt het dat bij functiewijzigingen in beginsel wordt getoetst aan de parkeernorm van de nieuwe functie?
  • Wordt daarbij standaard inzichtelijk gemaakt hoeveel parkeerdruk de bestaande bestemming planologisch al mocht veroorzaken?
  • Met andere woorden: kijkt het college bij binnenstedelijke herontwikkeling naar de netto parkeerimpact van een locatie, dus vóór en ná wijziging, of uitsluitend naar de norm van de nieuwe functie?
  1. Doelgroep, mobiliteitsprofiel en deelmobiliteit
  • Op welke wijze houdt het college bij de toepassing van parkeernormen rekening met het mobiliteitsprofiel en het feitelijke autobezit van de beoogde doelgroep, mede in relatie tot de ligging nabij OV-voorzieningen?
  • En als uit dat profiel blijkt dat het autobezit lager ligt dan de standaardnorm veronderstelt, hoe wordt dat dan vertaald in de parkeerafweging?
  • Wordt in dat kader ook deelmobiliteit, zoals deelauto’s, actief betrokken bij de beoordeling?
  • En welke publiek- of privaatrechtelijke borging acht het college noodzakelijk om dit als volwaardige parkeeroplossing mee te wegen?
  1. Doorlooptijd en voorspelbaarheid

We spreken vaak over versnelling van woningbouw.

  • Kan het college aangeven in hoeverre discussies over parkeernormen bijdragen aan vertraging in binnenstedelijke projecten?
  • En hoe wordt voorkomen dat plannen pas in een laat stadium vastlopen op parkeerinterpretatie, terwijl eerder in het proces al duidelijkheid had kunnen bestaan?

De kernvraag voor het CDA is deze:

  • Hoe zorgt het college ervoor dat parkeren ondersteunend blijft aan leefbaarheid en veiligheid, maar niet onbedoeld een blokkade wordt voor woningbouw die per saldo minder verkeersdruk veroorzaakt dan de bestaande situatie?

Het College kon nu geen antwoord geven op de vragen en heeft beloofd hier schriftelijk op terug te komen!

Lees
ver­der