16 september 2026 2 minuten lezen

CDA roept op tot over­brug­ging kin­der­op­vang

CDA en ABGH hebben het initiatief genomen tot een motie waarin het het college van B&W verzoekt zich samen met de gemeenten Sluis en Terneuzen richting het Rijk sterk te maken voor een gezamenlijke Zeeuws-Vlaamse inzet om de Voorschool in 2027 en 2028 te kunnen voortzetten. Inmiddels dienen alle partijen in de gemeenteraad van Hulst de motie mede in. 

Investeren in jonge kinderen draagt bij aan kansengelijkheid, ontwikkeling en de mogelijkheden van ouders om te werken. Daarmee is investeren in een toegankelijke Voorschool ook een investering in de arbeidsmarkt, leefbaarheid en brede welvaart van Zeeuws-Vlaanderen.

Uit onderzoek van HZ University of Applied Sciences onder 801 ouders blijkt dat de aanpak wordt gebruikt en positieve resultaten laat zien. 74% van de ouders maakt gebruik van de regeling, bij één op de vijf gezinnen is één of beide ouders sinds de invoering meer gaan werken of studeren en meer dan 70% van de ouders ziet vooruitgang bij hun kind op onder meer taal, motoriek, sociale vaardigheden en zelfstandigheid.

De Zeeuws-Vlaamse gemeenten hebben hiermee vooruitlopend op het landelijke beleid zelf geïnvesteerd in een voorziening die maatschappelijke waarde heeft en bijdraagt aan de ontwikkeling van kinderen en de kracht van de regio. Tegelijkertijd loopt de huidige tijdelijke financiering op 31 december 2026 af. Het Rijk heeft de invoering van het nieuwe stelsel voor vrijwel gratis kinderopvang verschoven van de eerder beoogde invoering in 2027 naar 2029. Hierdoor ontstaat vanaf 1 januari 2027 een financieel overbruggingsvraagstuk. het is niet wenselijk dat een voorziening die aantoonbaar bijdraagt aan kinderen, gezinnen en de regio wordt afgebouwd omdat de landelijke structurele oplossing nog niet beschikbaar is.

Als grensregio concurreert Zeeuws-Vlaanderen bovendien met Vlaanderen om inwoners, gezinnen en arbeidskrachten. Juist daarom zijn goede en toegankelijke voorzieningen van belang voor de leefbaarheid en aantrekkelijkheid van de regio. Dit sluit aan bij Elke regio telt!, waarin wordt benadrukt dat regio’s met specifieke opgaven gerichte ondersteuning nodig hebben.

Daarom is de volgende motie ingediend:
Constateren dat:
● de Zeeuws-Vlaamse Voorschool aantoonbaar bijdraagt aan de ontwikkeling van jonge kinderen, kansengelijkheid en arbeidsparticipatie.
● de gemeente Hulst zelf heeft geïnvesteerd in een breed toegankelijke voorziening, ondanks dat het geen primaire taak is van de gemeente.
● de huidige tijdelijke financiering op 31 december 2026 eindigt.
● het landelijke stelsel voor vrijwel gratis kinderopvang pas vanaf 2029 wordt voorzien.

Overwegen dat:
● investeren in jonge kinderen een investering is in de toekomstige kracht van onze regio. de Voorschool bijdraagt aan kansengelijkheid, arbeidsmarkt, leefbaarheid en brede welvaart
● Zeeuws-Vlaanderen als grensregio voor specifieke demografische en sociaaleconomische uitdagingen staat
● het rapport Elke regio telt! het belang onderstreept van een gerichte en gezamenlijke aanpak van Rijk en regio
● de aanpak aansluit bij de ambities van Zeeland 2050 voor een vitaal, veerkrachtig en toekomstbestendig Zeeland
● het niet wenselijk is een voorziening die aantoonbare resultaten oplevert af te bouwen vanwege een tijdelijk financieel en wettelijk knelpunt

verzoekt het college:
1. zich samen met de gemeenten Sluis en Terneuzen richting het Rijk sterk te maken voor een gezamenlijke Zeeuws-Vlaamse inzet om de Voorschool in 2027 en 2028 te kunnen voortzetten.
2. hiervoor gezamenlijk een concreet voorstel richting het Rijk uit te werken, gericht op een financiële overbrugging van 2027, waarbij nadrukkelijk wordt ingezet op een substantiële financiële bijdrage van het Rijk tot aan de invoering van het landelijke stelsel.
3. actief richting het kabinet en de Tweede Kamer te lobbyen voor de noodzakelijke wettelijke ruimte vanaf 2028, waaronder het zo spoedig mogelijk buiten werking stellen van artikel 1.13 van de Wet kinderopvang, zodat de brede toegankelijkheid van de Zeeuws-Vlaamse Voorschool kan worden voortgezet tot aan de invoering van het landelijke stelsel in 2029.
4. samen met de gemeenten Sluis en Terneuzen en in nauwe samenwerking met de kinderopvangsector, en andere relevante regionale partners een werkbezoek voor Tweede Kamerleden en de verantwoordelijke bewindspersoon aan Zeeuws-Vlaanderen te organiseren, zodat zij in de praktijk kennis kunnen nemen van de Voorschool en met de betrokken partijen in gesprek kunnen gaan over de resultaten, de regionale betekenis en het belang van continuering;

En gaat over tot de orde van de dag.

Lees
ver­der