
08 maart 2026
21 februari 2026 1 minuten lezen
Acht jaar lang hebben we het gehoord: zes wethouders zou geldverspilling zijn. Het zou Barendrecht jaarlijks €300.000 extra kosten. Het werd breed uitgemeten, herhaald in debatten en zelfs opgenomen in een “verspillingsmeter”.
De boodschap was duidelijk: minder wethouders = minder kosten. Maar klopt dat verhaal eigenlijk wel?

Terug naar 2018
In 2018 startte een college met zes deeltijdwethouders (ieder 0,8 fte). Samen goed voor 4,8 fte. De oppositie sprak schande. Het zou duurder zijn, onnodig, verspilling van belastinggeld.
Dat bedrag van €300.000 per jaar is echter nooit degelijk onderbouwd. Toch bleef het frame jarenlang hangen.
Onlangs werd dit opnieuw aangehaald in een verkiezingsdebat door lijsttrekker Roeland Bol. Ook wethouder Lennart van der Linden herhaalde het verhaal venijnig in de media. Reden genoeg om dit nu eens goed uit te zoeken.
Wat zeggen de cijfers?
Wij voeren de discussie niet op basis van gevoel, maar op basis van feiten. Daarom hebben we de officiële cijfers uit de gemeentelijke financiën naast elkaar gelegd.
We vergeleken:
De totale bestuurskosten (wethouders én ondersteuning van het college):
Dat is een stijging van 78%. Nogmaals: 78%!!
En dat terwijl het huidige college minder wethouders heeft dan in 2021.
Wat betekent dit?
Acht jaar lang is Barendrecht voorgehouden dat zes wethouders duurder waren dan vier. Acht jaar lang is dat politieke frame herhaald. De cijfers laten iets anders zien.
In de eigen verantwoording benadrukt de EVB dat zij het aantal wethouders heeft teruggebracht van zes naar vier. Wat daar niet bij wordt gezegd, is dat de totale kosten van het bestuur in diezelfde periode met 78% zijn gestegen.
De vraag is dan ook simpel: Wie heeft hier nu werkelijk de belastingbetaler op kosten gejaagd?
In campagnetijd mag het debat scherp zijn. In Barendrecht verdienen inwoners geen frames, maar feiten. Geen mooie woorden, maar verantwoord bestuur.

08 maart 2026

08 maart 2026

07 maart 2026