27 juni 2026 1 minuten lezen

Alge­me­ne beschou­win­gen 2026

Voorzitter!

Voor ons ligt de definitieve versie van het raadsakkoord "Met elkaar voor Lisse". Het is een akkoord dat bewust afziet van het klassieke denken in coalitie en oppositie. De titel vat het kernachtig samen: Met elkaar voor Lisse. Niet tegenover elkaar, maar met elkaar, en met de inwoner als vertrekpunt. Voor onze fractie is dat een goed teken. Het CDA herkent zich in die geest.

Voorzitter, ik noem drie elementen waarin wij ons eigen geluid duidelijk terughoren.

In de eerste plaats de gespreide verantwoordelijkheid en de menselijke maat. De keuze om uit te gaan van de eigen kracht van inwoners, met passende steun van de gemeente waar dat nodig is, is onze taal. Dat geldt ook voor één gezin, één plan, één regisseur, voor Voor ieder 1 als herkenbaar loket, en voor het behoud van het mantelzorgcompliment, de vrijwilligersprijzen en de vrijwilligersverzekering. En bij sport en cultuur staat ons uitgangspunt verwoord: mensen en activiteiten vóór stenen en gebouwen.

In de tweede plaats de koers in het jeugddomein. Normaliseren, lichte vragen zoveel mogelijk dichtbij oplossen, en duidelijker afbakenen welke zorg onder de jeugdhulp valt. Met de uitbreiding van de praktijkondersteuner Jeugd en strakke sturing op kosten en contractering houden we de jeugdhulp toegankelijk én betaalbaar. Precies wat wij hebben bepleit.

In de derde plaats het wonen voor onze eigen inwoners. Bouwen in de eerste plaats voor Lissers, met prioriteit voor starters, jongeren en ouderen. Inbreiding vóór uitbreiding, levensloopbestendig bouwen, optoppen en splitsen, mantelzorgwoningen, en middenhuur voor wie tussen wal en schip valt. Onze woonparagraaf staat er, regel voor regel.

Voorzitter, een fractievoorzitter hoort ook eerlijk te zijn over wat hij van anderen omarmt. Drie zaken die wij niet in ons eigen programma hadden opgenomen, stemmen ons optimistisch.

Ten eerste de stap naar 30 kilometer per uur in delen van de bebouwde kom, fietsstraten en een autoluw centrum. Dat versterkt de veiligheid rond scholen en de leefbaarheid in woonwijken, en dat het akkoord daarbij dekking voor onderhoud als randvoorwaarde stelt, maakt het voor ons verantwoord.

Ten tweede één toegankelijk energie- en duurzaamheidsloket met HLTsamen, voor onafhankelijk advies en hulp op maat, in samenwerking met vrijwilligers, energiecoöperaties en bewonersinitiatieven. Dat past bij onze overtuiging dat verduurzaming haalbaar en betaalbaar moet blijven en samen met de samenleving tot stand komt. Wij gaan er daarbij van uit dat dit uitmondt in één herkenbaar loket voor onze inwoners, en niet in een verzameling losse regelingen.

Ten derde de expliciete aanpak van huiselijk geweld en femicide, in lijn met het Verdrag van Istanbul. Wij spraken in ons programma over het recht op een veilig thuis; dat het akkoord femicide nu bij naam noemt en er een samenhangende aanpak aan koppelt, waarderen wij zeer.

Voorzitter, het akkoord laat bewust een aantal punten open voor het debat. Voor het CDA is daarbij één punt verreweg het belangrijkst: het bouwen in het buitengebied. Het akkoord houdt de vraag open of er, als de woningopgave anders niet wordt gehaald, ook in het buitengebied en op bollengrond gebouwd mag worden. Voor onze fractie is dat geen open vraag. Het CDA wil niet bouwen in het buitengebied. De eersteklas bollengrond is wat ons betreft geen optie om te bebouwen. Die grond is de basis van onze sierteelt, van ons landschap en van onze identiteit, en die geef je niet uit handen. Wij lossen de woningopgave op binnen bestaand bebouwd gebied, met inbreiding, optoppen en slim ruimtegebruik. Op dit punt zal het CDA in het debat een heldere lijn trekken.

Voorzitter, een tweede punt dat in het raadsakkoord nog opengelaten wordt, is de afvalinzameling. Voor het CDA is dat geen open vraag. Lisse heeft diftar al eens geprobeerd: het leidde tot meer bijplaatsingen, dumpingen en vervuilde afvalstromen, en onze fractie heeft destijds mede besloten het systeem weer af te schaffen. Geen diftar. Dat was onze lijn, en dat blijft onze lijn.

Voorzitter, dan de financiën. Daar doet het akkoord ons bijzonder genoegen. De terughoudendheid met de lasten, met OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing die zo stabiel mogelijk blijven en in beginsel alleen meebewegen met inflatie of wettelijke verplichtingen, is ons standpunt. De afschaffing van de hondenbelasting in de begroting 2027, zonder verhoging van de OZB, en de verkenning van een toekomstbestendige riool- en waterzorgheffing herkennen wij als onze eigen inbreng. Dat dit nu zwart op wit staat, is rentmeesterschap zoals het CDA het bedoelt.

Maar, voorzitter, het CDA kijkt daarbij wel met zorg naar de kaderbrief. De plus van afgerond 70.000 euro in 2027 oogt geruststellend, maar is dat niet: zij drijft op incidenteel en onzeker geld, en het is precies dat smalle plusje dat ons net uit het preventief toezicht van de provincie houdt. Structureel is het beeld zorgelijk. Vanaf 2028 lopen de tekorten op tot enkele miljoenen per jaar, terwijl er kortingen in het gemeentefonds zijn ingeboekt die het Rijk zelf nog niet eens heeft uitgewerkt. En dat alles in het ravijnjaar, met een gemeente die voor bijna 70 procent afhankelijk is van een Rijk dat zich, zoals het college zelf aangeeft, slecht laat voorspellen.

De boodschap van het CDA is daarom eenvoudig: laten we een structureel tekort ook echt structureel oplossen, en niet toedekken met eenmalig geld. En laten we bij de uitwerking van dit akkoord scherp blijven op wat we écht kunnen betalen.

En juist omdat het zo krap is, vraagt het CDA extra aandacht voor de verenigingen. Zij zijn het cement van onze gemeenschap. Als er straks naar besparingen wordt gekeken, mogen zij wat ons betreft niet als eerste het kind van de rekening worden.

Voorzitter, het CDA blijft niet aan de zijlijn staan. Wij nemen onze verantwoordelijkheid en hebben daarvoor ook een goede wethouderskandidaat beschikbaar gesteld. Wij willen niet alleen meedenken, maar ook meebesturen en de uitvoering van dit akkoord mee dragen.

Voorzitter, tot slot. Dit akkoord ademt harmonie, en dat siert ons. Maar de échte beproeving is niet dit akkoord, maar de eerste begroting. Een akkoord dat die overleeft, is een akkoord. De rest overleeft hooguit het applaus van vanavond. Het CDA zal er bij die begroting zijn, niet om de harmonie te verstoren, maar om te bewijzen dat zij ook standhoudt als het op de centen aankomt.

En als christendemocraten weten wij dat ons werk niet bij onszelf begint en niet bij onszelf eindigt. Daarom besluit ik met de wens voor college en raad: dat ons gegeven mag worden de wijsheid om recht te doen, de moed om te kiezen waar het moeilijk is, en de trouw om te zorgen voor wie op ons rekenen. En dat er zegen mag rusten op ons werk.

Dank u wel.

Lees
ver­der