Omgevingswet

10 juni 2026 2 minuten lezen

Omge­vings­be­leid vraagt om zorg­vul­di­ge keu­zes voor de toe­komst van Zuid-Hol­land

Op woensdag 3 juni 2026 werd in Provinciale Staten gesproken over de herziening van het Omgevingsbeleid van de provincie Zuid-Holland. Het onderwerp leeft sterk in de samenleving. Inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties en gemeenten dienden gezamenlijk meer dan 800 zienswijzen in en tijdens de hoorzitting maakten ruim 100 insprekers gebruik van de mogelijkheid om hun zorgen, ideeën en wensen met Provinciale Staten te delen. Volgens het CDA onderstrepen deze reacties hoe ingewikkeld de keuzes zijn die de provincie de komende jaren moet maken. Bij het maken van deze keuzes benadrukt het CDA het belang van een goede balans tussen zorgvuldig ruimtegebruik en voldoende ruimte voor wonen, economie, natuur, landbouw en een betrouwbare energievoorziening.

Waarom een herziening?
De herziening van het Omgevingsbeleid is noodzakelijk vanwege verschillende maatschappelijke en ruimtelijke ontwikkelingen. Sinds de invoering van de Omgevingswet is duidelijk geworden welke onderdelen van het huidige beleid goed functioneren en waar aanpassingen nodig zijn. Tegelijkertijd nemen de druk op de ruimte, de woningbouwopgave, netcongestie, klimaatverandering en de stikstofproblematiek verder toe. Ook nieuwe afspraken over infrastructuur, energie en natuur moeten worden verwerkt in provinciale regels en plannen. Met de actualisatie wil de provincie beter kunnen inspelen op actuele uitdagingen en werken aan een toekomstbestendige inrichting van Zuid-Holland.

Windlocaties
Duurzame energie speelde een belangrijke rol in het debat. Woordvoerder Tea Both-Verhoeven benadrukte nog eens dat duurzame energie noodzakelijk is om de klimaatdoelen te halen en minder afhankelijk te worden van instabiele geopolitieke ontwikkelingen. Wind- en zonne-energie blijven belangrijke en bewezen technieken. Tegelijkertijd moeten zorgen van inwoners over mogelijke locaties serieus worden genomen. Daarom steunde het CDA een amendement om de voorgestelde windlocaties buiten deze herziening te houden en eerst aanvullend onderzoek uit te voeren onder duidelijke voorwaarden.

Deze voorwaarden werden verder uitgewerkt in een door het CDA ingediende motie. Daarin werd gevraagd om bij toekomstig onderzoek naar locaties voor windturbines onder meer rekening te houden met:

  • lokaal draagvlak onder inwoners en ondernemers;
  • het bijzondere karakter van het Groene Hart;  
  • het zoveel mogelijk aansluiten van windturbine-opstellingen bij bestaande opstellingen of infrastructuur.

Verder is GS opgedragen er bij het Rijk op aan te dringen om zo snel mogelijk te komen met landelijke normen zoals geluid, afstand, beheer en effecten op natuur, milieu en gezondheid. Als landelijke normen uitblijven stelt de provincie in overleg met PS zelf normen op.

Biogas
Daarnaast pleitte het CDA voor een bredere benadering van duurzame energie. Er moet meer ruimte worden geboden aan biogasproductie via mestvergisting en er zijn kansen voor energiehubs in het landelijk gebied en op bedrijventerreinen. Daarmee kan lokaal opgewekte energie beter worden benut en kan de druk op het elektriciteitsnet worden verminderd. Een door Tea Both-Verhoeven ingediende motie over dit punt werd overgenomen.

Wonen
Voor het CDA Zuid-Holland stond de woningbouwopgave centraal. Samen met andere partijen heeft het CDA verschillende verbeteringen in het nieuwe beleid weten op te nemen. Zo komen er minder regels voor kleinschalige uitbreidingen via het principe ‘Straatje Erbij’ en wordt grootschalige woningbouw op meerdere locaties weer mogelijk gemaakt. Daarnaast is er uitzicht op drie tot vijf nieuwe bouwlocaties vóór het einde van dit jaar.

Het CDA Zuid-Holland heeft voorgesteld om de volgende locaties mee te nemen voor toekomstige woningbouw:

  • Langeraar Noordwest in Nieuwkoop
  • Overgauw in Pijnacker-Nootdorp
  • ’t Oog in Hardinxveld-Giessendam
  • Nollepolder op Goeree-Overflakkee
  • Molenpolder in de Hoeksche Waard

Economie
Tijdens het debat vroeg het CDA aandacht voor slimmer en intensiever ruimtegebruik. Statenlid Arjen Veerman reageerde positief op de eerdere toezegging van het provinciebestuur om een verkenning te doen naar gestapelde productiehallen, meerlaagse kassenbouw en andere vormen van meerlaagse bedrijvigheid. “Daarmee kunnen we onze schaarse ruimte optimaal benutten,” aldus Veerman.

Weidevogelgebieden
Tot slot sprak het CDA zorgen uit over het aanwijzen van nieuwe kansrijke weidevogelgebieden. Volgens Statenlid Tea Both-Verhoeven mag dit niet leiden tot extra beperkingen voor de agrarische sector of andere belangrijke opgaven zoals woningbouw, bedrijvigheid en duurzame energieopwekking.

 

 

Lees
ver­der