03 april 2026
24 maart 2026 1 minuten lezen
Onze boodschap aan de verkenner
Fractievoorzitter Rogier Havelaar heeft vandaag gesproken met verkenner Hendrik-Jan Biemond over de uitslag van de gemeenteraadsverkiezingen en de vorming van een nieuw stadsbestuur. Voorafgaand aan het gesprek heeft het CDA schriftelijk antwoord gegeven op de vragen van de verkenner.

Duiding van de uitslag
Het CDA constateert dat Amsterdam in grote lijnen hetzelfde heeft gestemd als vier jaar geleden. De electorale verhoudingen zijn beperkt verschoven, maar de lage opkomst in grote delen van de stad, in West, Noord, Nieuw-West en Zuidoost opnieuw onder de 50 procent, baart het CDA zorgen. De democratische opdracht voor het nieuwe stadsbestuur gaat daarom verder dan coalitievorming alleen.
Per saldo ziet het CDA een lichte verschuiving naar partijen die de nadruk leggen op individuele keuzevrijheid en een beperkte economische verschuiving naar rechts. Voor het CDA zelf betekent de uitslag een bescheiden groei van 0,7 procent, waarvoor wij de kiezer danken.
Brede coalitie van GroenLinks/PvdA, D66 en VVD
Het CDA acht een coalitie van GroenLinks/PvdA, D66 en VVD het meest wenselijk. Dat biedt de meeste bestuurlijke stabiliteit, helpt om bruggen te slaan in een stad die de afgelopen jaren sterk gepolariseerd is geraakt, en doet recht aan het feit dat de grootste opgaven voor de komende jaren vooral bestuurlijk en organisatorisch van aard zijn. De basis moet weer op orde: de stad schoon en heel, de basistaken functionerend, rust in de ambtelijke organisatie en het terugdringen van het ongekend hoge ziekteverzuim.
Constructieve oppositie
Coalitiedeelname ligt voor het CDA niet voor de hand. Wel werkt het CDA graag constructief samen op thema's als gemeenschapsvorming, preventie en maatschappelijke weerbaarheid. Het CDA vraagt van toekomstige coalitiepartners ook een open houding naar de oppositie: waardevolle ideeën komen niet alleen uit de coalitie.
Lees hier de hele brief aan de verkenner
Geachte heer Biemond, beste Hendrik-Jan,
Allereerst dank voor uw bereidheid om als verkenner op te treden. Hieronder zal ik namens het CDA ingaan op de door u gestelde vragen.
Wat is uw duiding van de uitslag van de gemeenteraadsverkiezingen en die van uw partij in het bijzonder?
Amsterdam heeft in grote lijnen hetzelfde gestemd zoals vier jaar geleden. Niet alleen zijn de electorale verhoudingen beperkt verschoven, maar ook de opkomstpatronen zijn hardnekkig hetzelfde gebleven. In West, Noord, Nieuw-West en Zuidoost bleef de opkomst opnieuw onder de 50 procent met zelfs uitschieters naar slechts 17%. Dat baart het CDA zorgen.
Ook in Oost, Zuid, Weesp en Centrum bleven grote groepen Amsterdammers thuis. De democratische opdracht voor het nieuwe stadsbestuur is daarmee breder dan alleen coalitievorming, maar gaat ook om de vraag hoe we zorgen dat de politiek van álle Amsterdammers wordt.
Als we dieper inzoomen op de resultaten dan ziet het CDA twee accentverschillen in de verkiezingsuitslag van 2026 ten opzichte van 2022:
- Ten eerste lijkt er sprake van een lichte verschuiving naar partijen die sterker de nadruk leggen op individuele keuzevrijheid ten opzichte van partijen die gemeenschappen als uitgangspunt nemen. GroenLinks wint twee zetels, VVD en D66 winnen er ieder één, terwijl de PvdA er twee verliest en BIJ1 en SP ieder één.
- Ten tweede is er sprake van een beperkte economische verschuiving naar rechts, met winst voor VVD en D66 en verlies voor de PvdA.
Die verschuivingen moeten overigens ook niet overdreven worden: ze zijn beperkt en werden pas zichtbaar bij de verdeling van restzetels. Desalniettemin kun je per saldo zeggen dat Amsterdam iets rechtser en individualistischer heeft gestemd dan vier jaar geleden.
Voor het CDA betekent de uitslag een bescheiden groei van 0,7 procent. Wij danken de kiezer voor het in ons gestelde vertrouwen, maar constateren ook dat deze groei zich niet vertaalt in extra zetels. Daarmee ligt coalitiedeelname voor het CDA niet voor de hand.
Welke mogelijkheden ziet u voor een college, en welke rol ziet u daarin weggelegd voor uw eigen partij?
Gelet op de verkiezingsuitslag acht het CDA een coalitie van GroenLinks/PvdA, D66 en VVD het meest wenselijk. Daarvoor zien wij drie argumenten.
- Ten eerste biedt deze combinatie de meeste bestuurlijke stabiliteit. Er ontstaat dan een relatief evenwichtige machtsverhouding binnen de coalitie, met GroenLinks/PvdA aan de ene kant en D66/VVD aan de andere kant. Wanneer slechts één van beide partijen (D66/VVD) zou deelnemen, wordt de interne balans wat het CDA betreft te eenzijdig. Dat komt de stabiliteit en het wederzijds eigenaarschap niet ten goede.
- Ten tweede kan een brede coalitie helpen om bruggen te slaan in een stad die bestuurlijk en maatschappelijk de afgelopen jaren sterk gepolariseerd is geraakt. Het CDA herinnert in dat verband aan de moeizame relatie met het Rijk en aan de recente kritiek vanuit onder meer MKB Amsterdam, ORAM en tientallen maatschappelijke organisaties. De stad is gebaat bij een bestuur dat samenwerking zoekt, tegenstellingen overbrugt en zich in toon en stijl dienstbaar aan de stad en haar inwoners opstelt.
- Ten derde zijn de grootste opgaven voor de komende jaren in belangrijke mate bestuurlijk en organisatorisch van aard. De eerste opdracht van het nieuwe stadsbestuur is niet nieuw beleid maken, maar de basis herstellen. De stad moet weer schoon en heel worden, de basistaken moeten op orde gebracht worden, er moet rust komen in de ambtelijke organisatie en de uitvoeringskracht moet vergroot worden. Het ziekteverzuim binnen de gemeente is ongekend hoog en de kosten van mislukte projecten zijn de afgelopen jaren fors geweest. Juist voor dat herstel is een stabiele coalitie met breed politiek draagvlak wenselijk.
Op welke wijze en op welke onderdelen ziet u mogelijkheden voor samenwerking mocht uw partij niet in het college komen?
Het CDA werkt graag samen op onderwerpen die maatschappelijke verbanden versterken, ontmoeting tussen mensen bevorderen en voorkomen dat mensen onnodig afhankelijk worden van de overheid. Denk aan preventie, gemeenschapsvorming, informele netwerken en maatschappelijke weerbaarheid. In bredere zin geldt dat het CDA altijd bereid is constructief samen te werken wanneer voorstellen bijdragen aan een sterkere en veerkrachtigere stad.
Daarbij vindt het CDA financieel prudent beleid heel belangrijk. Afgelopen jaren is er, met name door coalitiepartijen, op het allerlaatste moment in de begrotingscyclus nog geschoven met geld. Bijvoorbeeld met de frictiekosten, de algemene reserve, ‘het potje van 100 miljoen’. Het CDA vindt het belangrijk om als Raad als geheel beter in positie te zijn waar het gaat om het nemen van financiële beslissingen. Daar hoort bij dat de bestuursopdracht om de financiën inzichtelijker te maken doorgezet moet worden. Ook vraagt het om terughoudendheid aan Raadsfracties om op het allerlaatste moment voorstellen te doen die onvoldoende beoordeeld kunnen worden op financiële impact/haalbaarheid. Het is wenselijk als de nieuwe coalitiepartijen hiervoor procesafspraken maken.
Naast dat het CDA zelf altijd constructief samenwerking zoekt, vraagt ze dat ook terug van toekomstige coalitiepartners. Het dualisme van de Amsterdamse politiek was in de ogen van het CDA op verschillende momenten onvoldoende. Ook hecht het CDA waarde aan een meer open samenwerking tussen het college en de oppositie. Waardevolle ideeën, initiatieven en voorstellen voor Amsterdam komen niet enkel voort uit de gelederen van coalitiepartijen, maar worden ook ingebracht door oppositiepartijen. Wij verwachten van een toekomstige coalitie en college een constructieve samenwerking, met een proactieve houding naar alle raadsleden, ongeacht politieke kleur.
Daarnaast ligt in de opdracht die nu door de kwartiermaker uitgevoerd om de gemeentelijke organisatie op orde te brengen ook de vraag “wat vraagt dit van de Amsterdamse politiek” besloten. Hier zal de Raad komende jaren antwoord op moeten geven. Het CDA werkt daar graag aan mee.
Wat is uw advies ten aanzien van het proces om tot een college te komen en heeft u suggesties voor de aanpak van de informatie?
Ons advies is om eerst met enerzijds GroenLinks/PvdA en anderzijds met D66/VVD te onderzoeken of zij ervoor open staan om commitment naar elkaar uit te spreken om de stad te besturen. Dit zal dan ook discipline van beide kanten vragen om het wederzijds commitment vast te houden. Wanneer beide ‘blokken’ deze bereidheid tonen kan er een hoofdlijnenakkoord gesloten worden, waarbij het CDA als aandachtspunt mee wil geven:
- Om het aantal wethouders te laten dalen naar vijf wethouders om daarmee een duidelijk signaal af te geven voor de noodzaak om de organisatie te versimpelen en meer politiek op hoofdlijnen te bedrijven;
- Te onderzoeken of bepaalde stads-brede thema’s opgepakt kunnen worden door stadsdeelbestuurders (denk aan afval, toerisme, groen, maatschappelijke verbanden, maatschappelijke weerbaarheid). Deze stadsdeelbestuurders nemen deze portefeuilles dan stadsbreed op en bespreken deze ook met de betreffende Raadscommissies.
Wat zouden voor uw partij de topprioriteiten moeten zijn van het toekomstige stadsbestuur?
Naast de al genoemde noodzakelijke focus op het op orde brengen van kerntaken, aandacht voor democratische betrokkenheid van burgers, herstel van relatie tussen de gemeente Amsterdam en diverse stakeholders en het op orde brengen van de gemeentelijke organisatie ziet het CDA drie inhoudelijke prioriteiten:
- Allereerst maakt het CDA zich zorgen over het verdwijnen van maatschappelijk weefsel uit de stad. Denk aan het terugschroeven van buurtbudgetten, de beperkte beschikbaarheid van buurthuizen en jongerenplekken en de spanning tussen grootschalige evenementen in parken die veel bezoekers van buiten de stad aantrekken en het gewone gebruik van die parken door buurtbewoners in de zomer. Een sterke stad vraagt om sterke gemeenschappen.
- Daarnaast maakt het CDA zich zorgen over de groeiende afhankelijkheid van de gemeentelijke begroting van parkeren en toerisme. Als het stadsbestuur werkelijk minder autogebruik en minder toeristische druk wil, dan moet dat zich ook financieel vertalen. Anders ontstaat het risico dat politieke ambities niet sporen met de financiële prikkels. Het CDA ziet daarom meer in een koers waarbij opbrengsten uit parkeren en toerisme nadrukkelijker worden ingezet voor schuldreductie, investeringen in de openbare ruimte, reiniging en het terugdringen van toeristische druk. Onze zorg is dat een nieuw coalitieakkoord opnieuw wel hogere lasten zal bevatten, maar onvoldoende harde financiële koppelingen zal maken met de ambitie om autogebruik en toerisme daadwerkelijk terug te dringen.
- Tot slot ziet het CDA graag dat het nieuwe stadsbestuur serieus werk maakt van maatschappelijke weerbaarheid. De stad moet enerzijds beter voorbereid zijn op ontwrichting en crisissituaties. Een concreet voorbeeld zou zijn om toe te werken naar een grootschalig stedelijk scenario waarin Amsterdam in maart 2029 oefent met een situatie waarin de stad 72 uur lang in hoge mate op zichzelf is aangewezen. Anderzijds moet ook de sociale weerbaarheid van de stad omhoog, bijvoorbeeld in de omgang met mensen met onbegrepen gedrag en in het vermogen om verschillen tussen mensen te verdragen zonder dat de stad verder polariseert.
Met vriendelijke groet,
Rogier Havelaar
Fractievoorzitter CDA Amsterdam

